IkbenBint.nl

Muraltmuur

Waterbeheer en Riolering M

Definitie

Een uit geprefabriceerde betonnen elementen samengestelde kering op de kruin van een dijk, ontworpen om de kerende hoogte te verhogen zonder de voetbreedte van het dijklichaam aan te passen.

Omschrijving

Begin twintigste eeuw zocht men naar goedkope manieren voor dijkverzwaring. Jonkheer ir. R.R.L. de Muralt introduceerde een systeem van gewapend beton. Geen zand of klei, maar platen tussen staanders. Snel te bouwen. De techniek was revolutionair omdat het grondverzet minimaliseerde op plekken waar ruimtegebrek heerste of budgetten krap waren. In Zeeland werd circa 120 kilometer aan dit type kering geplaatst. Tijdens de Watersnoodramp van 1953 bleek de theoretische meerwaarde beperkt; de muren hielden weliswaar golven tegen, maar het overstromende water ondermijnde de achterliggende dijkberm. De muren verloren hun stabiliteit en bezweken. Tegenwoordig zijn de meeste exemplaren gesloopt, al sieren restanten nog steeds het landschap als industrieel erfgoed.

Constructie en montage

De uitvoering van de Muraltmuur berust op een modulair principe van geprefabriceerd gewapend beton. Eerst wordt de kruin van de dijk voorbereid en gevlakt. Men slaat betonnen staanders met zijdelingse sponningen in de grond. Deze palen vormen de verticale basis. Tussen deze staanders schuiven de bouwers de horizontale betonplaten naar beneden. Plaat voor plaat. De elementen rusten op elkaar en vormen zo een dichte, verticale kering. Omdat de onderdelen vooraf zijn vervaardigd, verloopt de opbouw op de dijk zelf in een hoog tempo.

Geen massaal grondverzet nodig. De constructie wordt vaak afgesloten door een betonnen afdekrand of kopbalk over de bovenkant van de palen te storten, wat zorgt voor extra verband tussen de individuele secties. Het systeem volgt moeiteloos de bochten van het dijklichaam. De verbindingen tussen de platen en de staanders blijven in principe droog, al worden naden soms gedicht om infiltratie tegen te gaan. Het is een assemblageproces. De druk van het water wordt via de platen overgebracht op de staanders, die de krachten diep in de dijk leiden. Snelheid en minimale ruimtebehoefte typeren deze werkwijze.

Varianten en typologische onderscheidingen

Binnen het systeem-De Muralt wordt een essentieel onderscheid gemaakt tussen de verticale kering op de kruin en de hellingverdediging. De Muraltmuur zelf kent variaties in hoogte, meestal bepaald door het aantal op elkaar gestapelde betonplaten. In de praktijk varieerde dit van drie tot soms wel zes platen, afhankelijk van de lokale behoefte aan verhoging. De staanders werden hierop aangepast. Soms zijn deze palen aan de bovenzijde verbonden met een gestorte betonnen kopbalk voor extra stijfheid, terwijl bij andere tracés de staanders individueel in de dijkgrond staan.

Vaak ontstaat er verwarring met de De Muralt-glooiing. Hoewel beide systemen door dezelfde ingenieur zijn ontwikkeld en gebruikmaken van beton, is de glooiing een bekleding van het dijktalud. Deze bestaat uit betonnen tegels met sponningen die als een pantser over de klei liggen. De muur is een opbouw; de glooiing een beschermlaag. Soms werden ze gecombineerd tot één integraal verdedigingswerk.

Vergelijking met andere muursystemen

De Muraltmuur moet niet worden verward met de Noltemuur, een concurrent uit dezelfde periode. Waar De Muralt koos voor slanke, geprefabriceerde elementen, was de Noltemuur massiever uitgevoerd, vaak met grotere betonblokken of zwaarder metselwerk. In de moderne waterbouw spreken we eerder over L-wanden of kistdammen. Deze moderne varianten vertrouwen op hun eigen gewicht of op een brede funderingsvoet voor stabiliteit. De Muraltmuur is fragieler. Hij is afhankelijk van de inklemming van de staanders in het dijklichaam. Geen massieve voet, maar een ranke constructie. Het is een type 'kruinmuur' dat tegenwoordig vrijwel overal is vervangen door grondlichamen of zware betonconstructies die beter bestand zijn tegen overstroombaar water.

De Muraltmuur in de praktijk

Stel je een smalle polderdijk voor in het Zeeuwse landschap van 1930. De ruimte bovenop de dijk is beperkt. Aan de binnenzijde staan woningen direct tegen de dijkvoet aan. Een traditionele dijkverhoging met klei zou de voet van de dijk meters breder maken, waardoor deze huizen gesloopt moeten worden. Hier biedt de Muraltmuur uitkomst. De constructie neemt slechts enkele decimeters in beslag op de kruin. De huizen blijven staan. De veiligheid neemt toe zonder dat het dorp van de kaart verdwijnt.

Een ander beeld. Een aannemer moet voor de winter invalt kilometers dijk versterken. Er is weinig tijd. In plaats van maandenlang zand aan te voeren, arriveert een schip met geprefabriceerde elementen. Arbeiders slaan de staanders in de grond. Ze laten de betonplaten simpelweg in de gleuven glijden. Het is een repetitief proces. Plaat, staander, plaat. Binnen enkele weken staat er een kilometerslange kering die klaar is voor de najaarsstormen.

Vandaag de dag kom je de restanten tegen als je wandelt over de dijken bij Scharendijke of bij de Flaauwersinlaag op Schouwen-Duiveland. Je ziet de verweerde betonnen palen die uit de grasmat steken. De platen ertussen vertonen soms scheuren door decennia aan blootstelling aan zoute wind. Het oogt als een lage, grijze schutting van steen. Hoewel ze hun waterkerende functie hebben verloren aan moderne dijken, markeren ze nog steeds de historische strijd tegen het water. Het zijn stille getuigen van een tijd waarin beton de ultieme innovatie was.

Monumentale status en waterveiligheidsnormen

Juridische status en erfgoedwaarde

De Muraltmuur is een juridisch anachronisme. Ooit voldeden deze constructies aan de Zeeuwse provinciale verordeningen voor dijkverzwaring, maar die tijd is voorbij. Sinds de invoering van de Waterwet en de daaropvolgende strengere normering na de Watersnoodramp van 1953 vervullen deze muren geen formele rol meer in de primaire waterveiligheid. Ze zijn gedegradeerd van actieve kering naar cultuurhistorisch relict. De huidige status is in veel gevallen die van Rijksmonument. Dit betekent dat de Erfgoedwet leidend is bij onderhoud, herstel of wijzigingen aan de resterende fragmenten. Wie een restant op zijn terrein heeft, mag dit niet zomaar slopen of aanpassen; een omgevingsvergunning voor monumenten is dan strikt noodzakelijk.

Hoewel de muren technisch gezien vaak nog op of in een dijk staan, tellen ze niet mee in de actuele stabiliteitsberekeningen van de dijkversterkingsoperaties van Rijkswaterstaat of de waterschappen. Ze bevinden zich weliswaar in de beperkingenzone van een waterkering, zoals vastgelegd in de Legger van het betreffende waterschap, maar hun functie is puur esthetisch en historisch. De constructie voldoet op geen enkele wijze aan de moderne eisen uit de vigerende beoordelingsinstrumentaria voor waterveiligheid. Herstelwerkzaamheden moeten daarom vaak balanceren tussen de conserveringseisen van de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed en de keurregels van het waterschap, waarbij de integriteit van het huidige dijklichaam altijd prevaleert boven het behoud van het betonwerk.

Historische ontwikkeling en context

Het jaar 1906 markeerde een kantelpunt voor de Zeeuwse waterveiligheid. Schaarste aan geschikte klei en krappe budgetten dwongen waterschappen tot innovatie. Jonkheer ir. R.R.L. de Muralt, destijds werkzaam bij het waterschap Schouwen, patenteerde zijn systeem van gewapend beton als antwoord op dure onteigeningsprocedures. Het was een technisch-economische keuze. De bouwsector industrialiseerde. Prefab-beton bood een snelheid die met traditioneel grondverzet simpelweg onhaalbaar was. Tussen 1906 en 1935 werd ongeveer 120 kilometer aan Zeeuwse dijkkruinen verhoogd met deze specifieke muren.

De acceptatie was groot. Tot de jaren dertig gold het systeem als de standaardoplossing voor locaties waar de fysieke ruimte voor dijkverbreding ontbrak. Het systeem evolueerde in die periode nauwelijks; de eenvoud was de kracht. De muren boden een goedkoop alternatief voor de 'Zeeland-methode' van dijkverhoging. Na de Watersnoodramp van 1953 veranderde de visie op waterbouw radicaal. De muren bleken weliswaar de golven te keren, maar konden het bezwijken van het achterliggende grondlichaam door overslaand water niet voorkomen. Dit inzicht leidde tot het direct staken van nieuwe projecten. Met de introductie van de Deltawet verschoof de prioriteit naar integrale, massieve dijkversterkingen. De Muraltmuur raakte technisch achterhaald. Tijdens de grootschalige dijkverhogingen in de jaren zestig en zeventig verdwenen de meeste segmenten. Vaak werden ze simpelweg onder een nieuwe laag klei begraven of ter plekke verbrijzeld.

Link gekopieerd!

Meer over waterbeheer en riolering

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan waterbeheer en riolering