Oliehars
Definitie
Een vloeibaar bindmiddelmengsel van natuurlijke of synthetische harsen en drogende oliën dat door oxidatie uithardt tot een duurzame, beschermende film.
Omschrijving
Verwerking en uitharding in de praktijk
De applicatie van oliehars start steevast bij een nauwgezette voorbereiding van het substraat, waarbij ontvetten en mechanisch opschuren de basis leggen voor een optimale hechting. Het vloeit uit. De vakman verdeelt het mengsel gelijkmatig over het oppervlak met een kwast, roller of via verspuiting, afhankelijk van de gewenste esthetiek en de complexiteit van de vorm. Viscositeit speelt hierbij een sleutelrol. Een te royale laagdikte moet worden vermeden; dit blokkeert namelijk de toegang van zuurstof tot de diepere delen van de film. Oxidatie is essentieel.
Zodra de vloeibare laag is aangebracht, start de verdamping van eventuele vluchtige bestanddelen, direct gevolgd door een chemische reactie met de omgevingslucht. De oliecomponenten polymeriseren. Tijdens dit droogproces wordt de film steeds harder terwijl de harsdeeltjes gefixeerd raken in het netwerk. Tussenliggende schuurgangen, het zogenaamde matteren, breken de oppervlaktespanning van de eerdere laag en zorgen voor mechanische verankering van de opvolgende laag. Goede ventilatie is een harde voorwaarde. Zonder constante aanvoer van verse lucht vertraagt de oxidatie, wat de doordroging belemmert en de uiteindelijke duurzaamheid van de beschermlaag in gevaar brengt. Het proces vergt geduld en precisie.
Classificatie naar olielengte
De verhouding tussen olie en hars is allesbepalend voor het eindresultaat. In de verftechniek spreken we over de olielengte. Kort-olieachtige harsen bevatten relatief veel hars en weinig olie. Ze drogen snel. De film is keihard en glanst fel, maar is ook bros en minder bestand tegen weersinvloeden. Ideaal voor binnentoepassingen of industriële lakken waar snelheid telt. Middel-olieachtige harsen vormen de gulden middenweg voor allround lakken.
Voor het zware buitenwerk grijpt de vakman naar lang-olieachtige varianten. Deze vette mengsels bevatten veel drogende olie. Ze harden langzamer uit, maar de resulterende film blijft elastisch. Zeer elastisch. Dat moet ook. Een houten kozijn werkt onder invloed van vocht en temperatuur, en deze oliehars beweegt simpelweg mee zonder te scheuren of te bladderen. Het vetgehalte bepaalt dus de duurzaamheid in de buitenlucht.
Natuurlijke versus synthetische varianten
Vroeger was de keuze beperkt. Klassieke olieharsvernissen werden gekookt met natuurlijke harsen zoals kopal, barnsteen of colofonium. Prachtige producten met een eigen karakter, maar grillig in kwaliteit. Vandaag de dag domineert de alkydhars de markt. Zie het als de moderne, synthetische opvolger van de klassieke oliehars. Door de chemische samenstelling nauwkeurig te sturen, zijn de eigenschappen veel voorspelbaarder dan bij de natuurlijke varianten.
Soms wordt oliehars verward met standolie. Foutief. Standolie is slechts ingedikte olie zonder de toevoeging van harde harsen. Het resultaat is veel te zacht voor mechanische belasting. Jachtlak is een specifieke variant binnen de olieharsfamilie, vaak versterkt met fenolharsen of tungolie voor een extreme waterbestendigheid. Het is de zware jongen onder de vernissen. Slijtvast. Taai. Bestand tegen zout en zon.
Praktijkvoorbeelden van oliehars-toepassingen
Een zonovergoten eikenhouten voordeur op het zuiden. Het hout werkt continu onder invloed van temperatuurschommelingen. Hier ziet u de lang-olieachtige lak in actie. De laklaag beweegt mee. Geen craquelé of bladderende verf, maar een elastische film die de krimp en uitzet van het natuurlijke materiaal simpelweg volgt. De olie houdt de hars soepel.
In een industriële spuitcabine voor stalen machineonderdelen zijn de belangen anders. Snelheid regeert. Men gebruikt hier vaak een kort-olieachtige variant. De lak vloeit strak uit en vormt vrijwel direct een keiharde, hoogglanzende laag. Het resultaat is mechanisch zeer zwaar belastbaar, hoewel de film te bros zou zijn voor werkend hout in de buitenlucht.
Denk aan een houten zeiljacht op zout water. De vernislaag krijgt te maken met extreme uv-straling en constant vocht. De vakman grijpt dan naar een jachtlak op basis van oliehars versterkt met tungolie. Deze specifieke samenstelling zorgt voor een taaie, waterafstotende huid die niet wit uitslaat bij langdurig contact met water. Een typisch voorbeeld van hoe de harscomponent zorgt voor de afsluiting, terwijl de olie de hechting onder zware omstandigheden garandeert.
- Restauratiewerk: Het recreëren van de diepe glans op antiek meubilair met een klassieke olieharsvernis op basis van natuurlijke harsen.
- Onderhoud: Het overschilderen van oude alkydharslagen waarbij de goede vloei van de oliehars zorgt voor een streeploos resultaat zonder zichtbare kwastaanzet.
Normering en veiligheidskaders
Vluchtige organische stoffen dicteren de regels. Het Oplosmiddelenbesluit legt een keiharde limiet op het aantal grammen VOS per liter vloeistof. Voor de professionele verwerker is de Arbowet leidend: binnen mag je simpelweg niet meer werken met producten die te veel oplosmiddelen bevatten. Veiligheid boven alles. De Europese richtlijn 2004/42/EG dwingt de industrie naar een lager gehalte aan vluchtige stoffen, wat resulteert in de opkomst van high-solid lakken en watergedragen alkydharsen die technisch gezien nog steeds onder de olieharsfamilie vallen maar chemisch anders in elkaar steken.
REACH-verordeningen bewaken de keten. Deze wetgeving zorgt ervoor dat de specifieke additieven, zoals de metaalzouten die de oxidatie versnellen, grondig zijn getoetst op toxicologische aspecten. Afval is chemisch afval. Volgens de Wet milieubeheer mag residu nooit zomaar in de normale vuilnisbak verdwijnen. Dat geldt ook voor gebruikte doeken met drogende olie; door hun neiging tot zelfontbranding vormen zij een specifiek brandrisico dat in veiligheidsinformatiebladen (MSDS) conform de CLP-verordening expliciet moet worden vermeld. Geen uitzonderingen.
Historische ontwikkeling
Het versmelten van hars met olie is een eeuwenoud gevecht tegen de elementen. Al in de vroege middeleeuwen zochten ambachtslieden en monniken naar manieren om brosse natuurproducten zoals barnsteen of mastiek te temmen met vette oliën. Het doel was een vloeibaar schild. Een moeizaam proces. Men had extreme hitte nodig om de harde harsen te dwingen tot een stabiel verbond met de flexibele lijnolie, vaak met gevaarlijke situaties in provisorische werkplaatsen tot gevolg.
Tijdens de negentiende eeuw industrialiseerde dit proces in zogenaamde lakstokerijen. De wereldwijde handel bracht exotische harsen zoals kopal uit Afrika en damar uit Zuidoost-Azië binnen handbereik. De kwaliteit bleef echter grillig. Elke partij natuurhars reageerde anders op de kooktijd en temperatuur, wat de vakman dwong tot constante improvisatie. Onvoorspelbaarheid regeerde de werkplaats.
De echte technische omslag kwam in 1927. De uitvinding van alkydhars door Roy Kienle bij General Electric markeerde het einde van de afhankelijkheid van de natuur. Chemie nam de regie over. Door synthetische productie konden de eigenschappen van oliehars voor het eerst nauwkeurig worden gestuurd. Snelheid, glans en duurzaamheid werden planbaar. Sinds de jaren tachtig drijft vooral de milieuwetgeving de evolutie aan. Minder oplosmiddelen. De focus verschoof naar high-solid systemen en watergedragen varianten, waarbij de fundamentele techniek van oxidatieve droging overeind bleef in een modern, minder belastend jasje.
Meer over bouwmaterialen en grondstoffen
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwmaterialen en grondstoffen