Plantenmuur
Definitie
Een verticale constructie voorzien van vegetatie die direct aan een bouwkundige wand of via een vrijstaande draagstructuur wordt bevestigd en gevoed door een geïntegreerd systeem.
Omschrijving
Realisatie en technische uitvoering
De installatie van een plantenmuur begint bij de mechanische verankering van een corrosiebestendig draagsysteem tegen de achterliggende bouwkundige wand. Meestal betreft dit een raamwerk van aluminium of roestvaststaal dat een noodzakelijke luchtspouw creëert tussen de gevel en de vegetatielaag. Deze spouw voorkomt vochtdoorslag. Tegen dit frame wordt een waterdichte plaat of folie aangebracht die de constructie beschermt tegen de constante aanwezigheid van water en wortelgroei.
De opbouw van de groeiomgeving varieert afhankelijk van het gekozen systeem. Bij modulaire systemen worden prefab cassettes, gevuld met een anorganisch substraat zoals minerale wol of lava-aggregaten, in de draagstructuur geschoven. Andere technieken maken gebruik van meerlaagse textiele groeimatten of pockets waarin de planten worden geworteld. De watervoorziening is hierbij essentieel. Een netwerk van druppelleidingen wordt horizontaal door de structuur geweven, vaak aangestuurd door een geautomatiseerde irrigatie-unit die meststoffen toevoegt via fertigatie. Sensoren in de wand monitoren de vochtigheidsgraad en de nutriëntenbalans in real-time.
Onderaan de wand bevindt zich doorgaans een opvanggoot. Deze goot verzamelt het overtollige lekwater. Afhankelijk van de configuratie wordt dit water afgevoerd naar het riool of via een circulatiepomp, na filtering en UV-behandeling, opnieuw door het systeem geleid. De overgang van de plantenmuur naar andere bouwdelen, zoals daktrimmen of kozijnen, vraagt om specifieke zettingen en lekdorpels om de waterhuishouding strikt gescheiden te houden van de isolatieschil van het gebouw.
Classificatie op basis van wortelmedium
Grondgebonden versus gevelgebonden systemen
In de bouwpraktijk ontstaat vaak verwarring tussen een groengevel en een plantenmuur. Een grondgebonden systeem is de meest traditionele vorm. Hierbij wortelen klimplanten direct in de volle grond aan de voet van de gevel en groeien langs hulpmiddelen zoals rvs-kabels of houten roosters omhoog. Dit is technisch minder complex. De echte plantenmuur is echter gevelgebonden. Hierbij hangt de vegetatie volledig los van het maaiveld. Alle benodigde voedingsstoffen en water worden mechanisch aangevoerd. Dit maakt het systeem onafhankelijk van de bodemgesteldheid ter plaatse, maar verhoogt de technische afhankelijkheid van installaties. Zonder pomp sterven de planten.
Modulaire cassettes en pocket-systemen
De variatie in de markt is groot. Modulaire systemen maken gebruik van harde cassettes, vaak vervaardigd uit gerecycled polypropyleen of aluminium, die als een soort bouwstenen in een frame worden geplaatst. Deze units bevatten een vast substraat. Denk aan minerale wol of lava-aggregaten. Pocket-systemen werken anders. Hierbij vormen meerlaagse doeken van synthetisch vilt een verticale matrix van plantzakken. Het vilt fungeert als capillair medium. Het verdeelt het water gelijkmatig over de gehele oppervlakte. Waar cassettes vaak zwaarder zijn en een robuuste onderstructuur vereisen, zijn doeksystemen lichter en flexibeler in bochten of bij ronde kolommen.
Toepassingsvarianten en terminologie
De term 'living wall' wordt internationaal het meest gebruikt, maar in Nederland spreken we ook wel van verticale tuinen of groene wanden. Een specifiek type is de actieve plantenmuur. Deze is gekoppeld aan het luchtbehandelingssysteem van een gebouw. De lucht wordt door de wortelzone van de planten gezogen, waardoor een natuurlijke filtering van fijnstof en vluchtige organische stoffen (VOS) plaatsvindt. Dit gaat verder dan enkel esthetiek. Het is een onderdeel van de klimaatinstallatie geworden.
| Type | Kenmerk | Onderhoudsintensiteit |
|---|---|---|
| Extensief (Grondgebonden) | Klimplanten in de volle grond | Laag |
| Intensief (Modulair) | Wisselbare cassettes met substraat | Gemiddeld |
| Hydroponisch (Vilt) | Geen aarde, enkel water en voeding | Hoog |
Binnenruimtes vragen om een andere aanpak dan buitenmuren. Bij interieurwanden ontbreekt vaak natuurlijk UV-licht. Hierdoor zijn geïntegreerde led-groeilampen noodzakelijk. Buitenwanden moeten daarentegen bestand zijn tegen vorstcycli en windbelasting. De materiaalkeuze voor de achterplaat moet hierop worden afgestemd; een kunststof plaat die in de zon te veel uitzet kan de waterdichte afsluiting compromitteren. Soms ziet men ook 'moswanden'. Hoewel deze vaak onder plantenmuren worden geschaard, betreft dit meestal gepreserveerd mos dat geen water of licht nodig heeft. Dat is technisch gezien geen levende constructie.
Praktijksituaties en toepassingen
Stel u een kantoorhal voor met een dertig meter hoge atriumwand. Geen kille betonvlakte, maar een verticale jungle van Monstera en Philodendron. De plantenmuur is hier direct gekoppeld aan de luchtbehandelingskast. Sensoren meten de luchtvochtigheid. Is de lucht te droog? Dan verhoogt het systeem de irrigatiefrequentie. De wand functioneert als een gigantische, natuurlijke bevochtiger die tegelijkertijd de akoestiek in de galmende ruimte drastisch verbetert.
In een stedelijke omgeving ziet de situatie er anders uit. Een blinde gevel van een parkeergarage wordt bekleed met modulaire rvs-cassettes. Gevuld met lava-substraat en winterharde grassen. Geen grond nodig. De installateur plaatst een technisch paneel in een vorstvrije nis onder de oprit. Hier bevinden zich de pompen en de bemestingsunit. Het water wordt opgevangen in een goot aan de voet van de wand, gefilterd en direct hergebruikt. Efficiënt waterbeheer op een plek waar elke vierkante meter telt.
In de retailsector, bijvoorbeeld een flagshipstore in een drukke winkelstraat, wordt vaak gekozen voor een flexibel viltsysteem. De wand volgt de organische curve van de trap. Slanke leidingen zijn onzichtbaar in het plafond verwerkt. Hier draait het om esthetiek en merkbeleving. Geen modder of aarde, enkel een capillair doek dat constant vochtig blijft. Het is een technisch hoogstandje dat wekelijks wordt gecontroleerd door een gespecialiseerde hovenier via een remote monitoring systeem op zijn tablet.
Brandveiligheid en het BBL
Een verticale tuin is bouwtechnisch gezien een gevelafwerking. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) stelt strikte eisen aan de brandvoortplanting van dergelijke constructies. Voor gevels van gebouwen hoger dan 13 meter geldt vaak dat deze moeten voldoen aan brandklasse B volgens NEN-EN 13501-1. Dit is een uitdaging. De combinatie van kunststof cassettes, droog organisch materiaal en een constante luchtstroom achter de wand kan een schoorsteeneffect creëren. Ontwerpers moeten aantonen dat het systeem, inclusief de vegetatie, de brandveiligheid van de hoofddraagconstructie niet in gevaar brengt. Rookontwikkeling is een ander aandachtspunt. Vooral bij toepassing in vluchtwegen of atria zijn de eisen onverbiddelijk.
Constructieve belasting en waterwetgeving
Gewicht telt. Een verzadigde plantenmuur weegt aanzienlijk meer dan een droge wand. Constructeurs hanteren de Eurocodes (NEN-EN 1991) om de permanente belasting op de achterliggende structuur te berekenen. Er moet rekening worden gehouden met windbelasting op de vegetatie; een groene gevel vangt meer wind dan een gladde baksteenwand. Wat betreft de watertoevoer is de Drinkwaterwet leidend. Een directe verbinding tussen het drinkwaternet en de bemestingsunit is verboden. NEN 1006 schrijft een onderbroken aansluiting voor, meestal via een breektank met een type AB-beveiliging. Dit voorkomt dat water met nutriënten terugstroomt in het leidingnet bij drukverschillen. Ook de Omgevingswet speelt een rol. Het plaatsen van een plantenmuur verandert het gevelaanzicht en is daarom vaak vergunningplichtig in het kader van welstand.
Van klimplant naar hightech gevelsysteem
Verticale begroeiing is geen nieuw concept. Al eeuwenlang bedekken klimplanten zoals klimop en blauweregen de gevels van gebouwen. Dit zijn echter traditionele, grondgebonden systemen. De echte technologische verschuiving naar de moderne plantenmuur begon in de jaren 80 van de vorige eeuw. De focus verschoof toen van planten die steun zoeken aan een muur naar vegetatie die integraal onderdeel uitmaakt van een technisch wandconcept. Geen aarde meer. Alleen water, nutriënten en een lichtgewicht drager.
De vroege systemen uit de jaren 90 leunden zwaar op hydrocultuur en synthetische viltmatten. Deze waren experimenteel. Vaak bleken ze onderhoudsgevoelig. Wortelrot en kalkafzetting in de leidingen waren veelvoorkomende kinderziektes. In de afgelopen twee decennia heeft de sector een professionaliseringsslag doorgemaakt. De introductie van modulaire cassettes gevuld met minerale wol of lava-aggregaten zorgde voor een betere waterbuffering en wortelgeleiding. De techniek werd robuuster. Sensorgestuurde irrigatie verving de eenvoudige tijdklok.
In de huidige bouwpraktijk is de plantenmuur geëvolueerd van een esthetische 'gadget' naar een functioneel instrument voor klimaatadaptatie. Waar het vroeger enkel ging om het verfraaien van een blinde muur, wordt het nu ingezet voor fijnstofbinding en stedelijke koeling. Deze functionele benadering dwong ook de regelgeving tot actie. Brandveiligheidseisen werden aangescherpt. De integratie in het gebouwbeheersysteem (GBS) is inmiddels de standaard bij grootschalige projecten. Een volwaardig bouwdeel. Technisch complex en volledig losgekoppeld van de natuurlijke bodem.
Gebruikte bronnen
- https://www.govaplast.com/nl/makkelijk-je-eigen-verticale-tuin-maken/
- https://dimgroen.nl/blog/oplossingen-onderhoud-groene-wanden/
- https://www.vandereijk-hoveniers.nl/dienst/interieurbeplanting/groene-gevels-binnen/
- https://feijth.nl/dienst/groene-gevels/groene-gevels-binnen/
- https://nl.wikipedia.org/wiki/Natuurinclusief_bouwen
- https://www.openbaargroen.be/nieuws/groene-gevels-bouwstenen-voor-klimaatadaptieve-steden
- https://donkergroep.com/nl/donker-groen/groenaanleg/groendaken/aanleg-en-onderhoud-van-groendaken/
Meer over duurzaamheid en milieu
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan duurzaamheid en milieu