IkbenBint.nl

Predalleur

Constructies en Dragende Structuren P

Definitie

Een predalleur is een geprefabriceerde betonnen vloerplaat van geringe dikte die fungeert als blijvende bekisting en constructieve onderzijde voor een ter plaatse te storten betonvloer.

Omschrijving

In de Nederlandse bouwpraktijk staat de predalleur beter bekend als de breedplaatvloer. Het element is doorgaans tussen de 50 en 80 millimeter dik. De kracht van dit systeem zit in de combinatie van prefab en in-situ beton. In de fabriek worden de onderste wapeningsnetten en karakteristieke tralieliggers al in de betonplaat ingestort. Deze tralieliggers steken boven het beton uit. Ze geven de plaat de nodige stijfheid voor transport en montage, maar dienen na de stort ook als verbinding met de druklaag. Het resultaat is een monolithische betonvloer. Massief, zwaar en met een hoge thermische inertie. De onderzijde van de plaat is fabrieksmatig glad afgewerkt, waardoor stucwerk vaak achterwege kan blijven en alleen de voegen tussen de platen gedicht hoeven te worden.

Uitvoering en verwerking in de praktijk

De realisatie van een vloerveld start met het nauwkeurig positioneren van de tijdelijke ondersteuningsconstructie. Onmisbaar. Omdat de relatief dunne schillen van de predalleur uit zichzelf niet in staat zijn het gewicht van het natte beton en de werklast te dragen, worden stempels en onderslagen strikt volgens een legplan geplaatst. Zodra de onderstructuur staat, hijst een kraan de prefab elementen direct vanaf de vrachtwagen naar de juiste positie op de dragende wanden of kolommen. Een nauwkeurige aansluiting is hierbij essentieel om een strak plafond aan de onderzijde te waarborgen en betonlekkage tijdens de stortfase te voorkomen.

Na het leggen van de platen ontstaat een veilige werkvloer waarop verschillende disciplines gelijktijdig opereren. Terwijl de vlechters de noodzakelijke bijlegwapening en de koppelwapening over de plaatnaden aanbrengen, monteren installateurs hun leidingwerk voor elektra, water en ventilatie direct op de betonplaat. De uitstekende tralieliggers fungeren hierbij als natuurlijke afstandhouders en ankerpunten. Dit vlechtwerk van staal en techniek wordt vervolgens opgenomen in de monolithische massa tijdens de betonstort. Het storten van de druklaag gebeurt meestal met een betonpomp, waarna de massa mechanisch wordt verdicht met een trilnaald om alle holtes rondom de wapening en tralieliggers volledig te vullen.

FaseKenmerkende handeling
VoorbereidingPlaatsen van stempels en onderslagen conform het stempelplan.
MontageDirecte plaatsing van prefab schillen op de draagstructuur.
Afbouw schilIntegratie van bijlegwapening en technische installaties.
StortfaseAanbrengen en verdichten van de in-situ druklaag.

De afwerking aan de onderzijde van de predalleur is na ontkisting direct gereed voor verdere verwerking. Doordat de platen in de fabriek op een stalen bekistingstafel worden gestort, is het oppervlak spiegelglad. In de praktijk volstaat het afdichten van de v-naden tussen de platen en een lichte filmlaag of spuitwerk, waardoor intensief stukadoorswerk overbodig wordt. De vloer fungeert na uitharding als één constructief geheel, waarbij de tralieliggers de schuifspanningen tussen de prefab schil en de gestorte laag opvangen.

Varianten en constructieve gradaties

Statische en actieve uitvoeringen

Niet elke predalleur is identiek. De standaard gewapende schil domineert de woningbouw, maar voor grotere overspanningen in de utiliteitsbouw wordt vaak gegrepen naar voorgespannen breedplaten. Hierbij is de wapening in de fabriek al op trek gebracht. Dit voorkomt doorbuiging. Slankere constructies. Minder materiaalverbruik. Daarnaast bestaat de thermisch actieve vloer, waarbij leidingen voor betonkernactivering (BKA) direct in de prefab schil zijn ingestort. De vloer fungeert dan als radiator en koelblok tegelijk. Een hybride systeem.

Gewichtsbesparing en holle ruimtes

Soms moet het lichter. Bij de gewichtsbesparende variant, vaak geassocieerd met systemen zoals bollenplaatvloeren, worden kunststof bollen of korven tussen de boven- en onderwapening geplaatst. Het betonvolume neemt af. De eigenlast daalt fors. Hierdoor kunnen funderingen lichter worden uitgevoerd. Het principe blijft echter dat van de predalleur: een prefab schil met een in-situ afstort.

Onderscheid met alternatieve systemen

Verwarring met de kanaalplaatvloer ligt op de loer. Toch is het verschil fundamenteel. De kanaalplaat is een volledig geprefabriceerd element met holle kanalen dat direct na montage belastbaar is, terwijl de predalleur altijd een natte betonlaag op de bouwplaats vereist om zijn uiteindelijke constructieve stijfheid te verkrijgen. Ook de massieve prefab betonvloer is anders; deze heeft geen druklaag nodig en mist de kenmerkende tralieliggers. De predalleur zit daar precies tussenin. Semi-prefab. Flexibel in vorm. Ideaal voor complexe plattegronden waar leidingwerk onzichtbaar moet verdwijnen in de vloermassa.

Praktijksituaties en toepassingen

Stel je een bouwplaats voor van een luxe villa met een grillige plattegrond vol hoeken en ronde erkers. Hier bewijst de predalleur zijn waarde. Waar standaard kanaalplaten te star zijn, worden deze platen in de fabriek exact in de benodigde vormen gesneden. De kraanmachinist hijst een scherpe taartpunt van beton op zijn plek. De plaat rust precies op de gebogen kalkzandsteenwanden. Het is maatwerk op de millimeter nauwkeurig.

In de utiliteitsbouw zie je vaak een ander scenario. In een groot kantoorpand kruipen installateurs over de zojuist gelegde vloervelden. Ze gebruiken de uitstekende tralieliggers als handige geleiders voor hun dikke pakketten aan ventilatieriolering en elektrakabels. Een installateur klikt zijn leidingen vast met tie-wraps aan het staal. Geen boorwerk in hard beton achteraf. Alles ligt vast voordat de betonpomp zijn lading lost. De vloer slikt alle techniek probleemloos in.

Denk aan een parkeerkelder. De plafonds moeten daar vaak strak en onderhoudsarm zijn. Omdat de onderzijde van een predalleur op stalen tafels is gestort, glanst het oppervlak na het weghalen van de stempels bijna als glas. Een schilder hoeft enkel de v-naden tussen de platen te plamuren en de hele ruimte kan direct in de witte rolcoating. Geen dikke stuclagen die los kunnen laten door trillingen van auto's. Snel, efficiënt en visueel aantrekkelijk.

Wettelijke kaders en constructieve normen

Veiligheid en normering

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) vormt het wettelijk fundament voor de toepassing van de predalleur. Geen discussie mogelijk. Constructieve veiligheid is leidend. Voor de berekening van deze vloersystemen leunt de markt zwaar op NEN-EN 1992, de Eurocode voor betonconstructies. Maar er is meer. De prefab schil zelf moet voldoen aan NEN-EN 13747. Hierin staan de spelregels voor de productie in de fabriek. Maattoleranties. Betondekking. De minimale hoogte van de tralieliggers. Alles ligt vast.

Na 2017 veranderde de regelgeving ingrijpend. De gedeeltelijke instorting van een parkeergarage op Eindhoven Airport zette de technische eisen op scherp. De focus verschoof direct naar de hechting tussen de prefab schil en het ter plaatse gestorte beton. Constructeurs hanteren sindsdien strengere richtlijnen voor de berekening van de schuifspanning op het grensvlak. Specifieke protocollen voor het beoordelen van de kritische naadverbinding zijn nu standaard. Het gaat niet alleen om staal en beton, maar om de absolute zekerheid van de monolithische verbinding.

Arbo en uitvoering

Tijdens de bouw gelden strikte regels voor de montagefase. Het stempelplan is leidend. Afwijken mag niet. De tijdelijke ondersteuningsconstructie moet voldoen aan de veiligheidsnormen voor bekistingen om bezwijken tijdens de stortfase te voorkomen. Ook de Arbowet stelt eisen aan de verwerking. Randbeveiliging is verplicht zodra er op hoogte gewerkt wordt. Vaak worden hiervoor al in de fabriek instorthulzen in de predalleur aangebracht. Montagevolgorde is geen vrijblijvend advies, maar een cruciaal onderdeel van de veiligheid op de bouwplaats.

De opkomst van de hybride vloer

Franse wortels. Prédalle. Een samentrekking die de essentie vangt: een plaat die er al is voordat het echte werk begint. De jaren vijftig en zestig vormden het decor voor de grote doorbraak toen de Europese bouwsector worstelde met een chronisch tekort aan geschoolde bekistingsbouwers en de noodzaak om sneller te stapelen groot was. Men zocht een hybride. Iets tussen het arbeidsintensieve ter plaatse storten en de rigide beperkingen van volledige prefabricage. De uitvinding van de tralieligger veranderde alles. Dit stalen vakwerk gaf de fragiele betonschil van slechts enkele centimeters de broodnodige stijfheid om niet als glas te breken tijdens het hijsen, waardoor de weg vrijkwam voor grotere formaten en industriële productie op een schaal die voorheen ondenkbaar was.

In de Nederlandse polders werd de predalleur al snel omgedoopt tot de breedplaatvloer. Een nuchtere naam voor een technisch vernuftig systeem. Waar de eerste generaties platen vooral dienden als verloren bekisting met een ruwe bovenzijde, zagen constructeurs al snel de potentie van de tralieligger als verbindingswapening voor de uiteindelijke druklaag. De evolutie stond niet stil. Van eenvoudige vloerplaat naar een logistieke drager van installatietechniek. In de jaren tachtig en negentig verschoof de focus naar oppervlaktekwaliteit; de stalen bekistingstafels in de fabrieken werden steeds vlakker en de toleranties kleiner, waardoor het traditionele stucplafond langzaam maar zeker terrein verloor aan de strakke v-naad die we nu kennen. De geschiedenis van de predalleur is er een van voortdurende optimalisatie, waarbij de grens tussen fabriek en bouwplaats steeds verder vervaagde tot de naadloze integratie van vandaag.

Meer over constructies en dragende structuren

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan constructies en dragende structuren