Ribbensteen
Definitie
Een specifiek gevormde natuursteen of baksteen die onderdeel is van een gewelfrib en de belasting van het gewelfveld overbrengt naar de omliggende muren of kolommen.
Omschrijving
Toepassing en uitvoering in de praktijk
De constructie van een ribbenstelsel begint bij het stellen van een formeel. Dit houten hulpskelet bepaalt de curve. Hierop rusten de ribbenstenen gedurende de bouwfase. Men start de montage bij de aanzetsteen op de kolom of kraagsteen. Steen voor steen klimt de rib omhoog. De voegen worden gevuld met mortel die specifiek is samengesteld om hoge drukkrachten te weerstaan. De sluitsteen vormt het sluitstuk. Pas wanneer de volledige ribbenstructuur als een zelfstandig skelet staat, begint de invulling van de gewelfkappen.
De ribbensteen fungeert als een structurele drager. Vaak is in de profilering van de steen een inkeping of een schouder verwerkt. Hierop rust het metselwerk van de gewelfvlakken. De krachtenverdeling is complex. Tijdens het opmetselen van de kappen vangen de ribben de zijwaartse druk op en geleiden deze naar de steunpunten. Het resultaat is een samenspel van geometrie en massa. Zodra de mortel in het gehele gewelf is uitgehard, kan de aannemer het formeel verwijderen. De ribbensteen blijft als permanent onderdeel zichtbaar en functioneel aanwezig in de architectuur. De continuïteit van de profiellijnen over de verschillende stenen heen vereist uiterste precisie bij het stellen en kappen van de individuele blokken.
Materiaalspecifieke varianten
Profilering en stijlkenmerken
Functionele posities in het gewelf
Onderscheid met aanverwante elementen
Praktijkvoorbeelden en situaties
Kijk omhoog in de Grote Kerk van Breda. Daar zie je de ribbenstenen als de zichtbare nerven van een stenen geraamte. In de Sint-Janskathedraal in Den Bosch vallen ze direct op door hun complexe profilering; diepe schaduwen spelen in de uitgehouwen groeven. Een restauratiemetselaar herkent de ribbensteen direct aan de zogenaamde 'schouder'. Dit is het smalle vlak waarop de vulling van de gewelfkap rust. Het is precisiewerk. Wanneer een ribbensteen door zetting van de fundering is gescheurd, moet de steenhouwer exact de profilering van de aangrenzende stenen overnemen om de visuele lijn te herstellen.
In een soberder interieur, zoals een cisterciënzer kloostergang, tref je vaak ribbenstenen aan met een eenvoudige afschuining. Geen tierelantijnen. De functie domineert hier de vorm. In de Noord-Duitse baksteengotiek zie je varianten van robuuste, gevormde baksteen. Ze zijn vaak groter en donkerder dan de omringende stenen in de gewelfvelden. De overgang van een verticale muur naar de kromming van het gewelf is het meest kritieke punt. Hier zie je hoe meerdere ribbenstenen samenkomen op één enkel blok natuursteen, de aanzetsteen. Het is een massief knooppunt van krachten.
Juridische kaders en restauratienormen
De Erfgoedwet bepaalt de spelregels voor de omgang met ribbenstenen in rijksmonumenten. Geen willekeur. Zodra een ribbensteen deel uitmaakt van een beschermd bouwwerk, is voor elke fysieke ingreep een omgevingsvergunning voor een monumentenactiviteit vereist. Het is simpelweg verboden om deze constructieve elementen zonder toestemming te wijzigen, te verwijderen of zelfs maar te overschilderen.
Restauraties leunen zwaar op de richtlijnen van de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM). Specifiek de uitvoeringsrichtlijnen URL 4003 voor historisch metselwerk en de URL 4001 voor natuursteenwerk zijn hier de maatstaf. Deze documenten dicteren hoe men de authenticiteit bewaart. De constructieve veiligheid valt onder de algemene bepalingen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL), al geldt voor monumenten vaak een rechtens verkregen niveau dat afwijkt van de nieuwbouweisen. Toch moet de stabiliteit van de gewelfconstructie te allen tijde gegarandeerd zijn. Bij vervanging moet de nieuwe ribbensteen exact de petrografische en mechanische eigenschappen van het origineel evenaren om ongelijkmatige zetting of spanningsconcentraties te voorkomen. Het draait om de balans tussen veiligheid en historisch behoud.
Historische ontwikkeling en oorsprong
De ribbensteen is het resultaat van een structurele revolutie aan het einde van de elfde eeuw. Voor die tijd steunden gewelven volledig op hun eigen massa en de dikte van de omliggende muren. Het was zwaar. Het was log. In Normandië en Engeland, met Durham Cathedral als een van de vroegste ijkpunten rond 1093, begonnen bouwmeesters te experimenteren met stenen bogen die losstonden van de gewelfvlakken. De ribbensteen werd geboren uit de behoefte om de constructie te ontleden in dragende en vullende delen. Een skeletbouw avant la lettre.
Vroege romaanse ribben waren zwaar. Vierkant van profiel. Ze fungeerden meer als versteviging van de zwakke plekken in een kruisgewelf dan als volledig zelfstandige dragers. Tijdens de overgang naar de gotiek veranderde dit fundamenteel. De stenen werden slanker. De profielen complexer. Men ontdekte dat door de ribbensteen als eerste te plaatsen op een houten formeel, het gewelf veel sneller en lichter kon worden opgebouwd. In de Nederlanden dwong het gebrek aan nabijgelegen natuursteengroeves tot innovatie met lokale materialen. De bakstenen ribbensteen deed zijn intrede. Geen gehakte blokken meer, maar in mallen gevormde stenen die de profilering van hun natuurstenen voorgangers imiteerden. De techniek verspreidde zich razendsnel via de kloosterordes. Het maakte de weg vrij voor de enorme glaspartijen van de hooggotiek. De wand was immers niet langer de enige drager; de ribbensteen nam de taak over.
Meer over bouwmaterialen en grondstoffen
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwmaterialen en grondstoffen