IkbenBint.nl

Ribbensteen

Bouwmaterialen en Grondstoffen R

Definitie

Een specifiek gevormde natuursteen of baksteen die onderdeel is van een gewelfrib en de belasting van het gewelfveld overbrengt naar de omliggende muren of kolommen.

Omschrijving

De ribbensteen vormt de ruggengraat van het gewelf. Het is geen gewone metselsteen. In een kruisribgewelf fungeren deze stenen als de primaire dragers van de constructie, waarbij ze de druk van de tussenliggende gewelfkappen opvangen. Dit systeem maakte het mogelijk om veel dunnere muren te bouwen dan in de romaanse periode gebruikelijk was. De ribben vangen de zijwaartse druk op en leiden deze naar beneden, vaak richting een kraagsteen of een kapiteel, waardoor de constructieve belasting op een gecontroleerde manier wordt afgevoerd. Esthetiek en techniek vloeien hier naadloos in elkaar over. Veel ribbenstenen zijn voorzien van complexe profielen die het licht breken en de hoogte van de ruimte benadrukken.

Toepassing en uitvoering in de praktijk

De constructie van een ribbenstelsel begint bij het stellen van een formeel. Dit houten hulpskelet bepaalt de curve. Hierop rusten de ribbenstenen gedurende de bouwfase. Men start de montage bij de aanzetsteen op de kolom of kraagsteen. Steen voor steen klimt de rib omhoog. De voegen worden gevuld met mortel die specifiek is samengesteld om hoge drukkrachten te weerstaan. De sluitsteen vormt het sluitstuk. Pas wanneer de volledige ribbenstructuur als een zelfstandig skelet staat, begint de invulling van de gewelfkappen.

De ribbensteen fungeert als een structurele drager. Vaak is in de profilering van de steen een inkeping of een schouder verwerkt. Hierop rust het metselwerk van de gewelfvlakken. De krachtenverdeling is complex. Tijdens het opmetselen van de kappen vangen de ribben de zijwaartse druk op en geleiden deze naar de steunpunten. Het resultaat is een samenspel van geometrie en massa. Zodra de mortel in het gehele gewelf is uitgehard, kan de aannemer het formeel verwijderen. De ribbensteen blijft als permanent onderdeel zichtbaar en functioneel aanwezig in de architectuur. De continuïteit van de profiellijnen over de verschillende stenen heen vereist uiterste precisie bij het stellen en kappen van de individuele blokken.

Materiaalspecifieke varianten

Ribbenstenen verschijnen hoofdzakelijk in twee gedaanten: natuursteen en baksteen. Natuurstenen exemplaren van kalksteen of zandsteen domineren de klassieke gotiek. De steenhouwer hakt hierbij complexe profielen direct uit het blok. Dit handwerk is kostbaar. Bakstenen ribbenstenen, ook wel vormbakstenen genoemd, vormen een industrieel alternatief. Ze worden voor het bakken in een mal geperst. De vormvastheid is cruciaal. In de Noord-Europese baksteengotiek zijn deze varianten de standaard. Vaak zijn ze groter dan normale metselstenen. Ze dragen meer. De textuur verschilt, maar de functie blijft identiek.

Profilering en stijlkenmerken

De doorsnede van een ribbensteen verraadt vaak de ouderdom van het bouwwerk. Vroege varianten zijn vaak simpel. Een vierkant of prismatisch profiel met slechts een afgeschuinde kant. Robuustheid staat voorop. Later in de gotiek verfijnt het beeld. De peervormige ribbe doet zijn intrede. Deze heeft een smalle rug en verbreedt zich naar de zichtzijde toe. Een 'kraal' is een ronde afwerking die de ribbe een zachter aanzien geeft. Holle profielen, zogenaamde kelen, zorgen voor diepe schaduwwerking tussen de uitstekende delen. Het oogt lichter. Technisch is het echter complexer om deze stenen naadloos op elkaar aan te sluiten.

Functionele posities in het gewelf

Niet elke steen in de rib is gelijk. De positie bepaalt de vorm. De aanzetsteen, of de 'tas-de-charge', bevindt zich op het laagste punt. Hier komen vaak meerdere ribben samen in één massief blok. Het is het zwaarst belaste onderdeel. De reguliere ribbenstenen vormen de boogtrajecten. Zij zijn repetitief. Bovenaan bevindt zich de sluitsteen. Soms is dit een gebeeldhouwde knop. Soms een vlakke schijf. De sluitsteen fungeert als de mechanische wig die het hele ribbenstelsel opspant. Zonder sluitsteen geen stabiliteit. De terminologie overlapt hier; een sluitsteen is functioneel gezien de finale ribbensteen van de constructie.

Onderscheid met aanverwante elementen

Men verwart de ribbensteen geregeld met de gewone gewelfsteen of kapsteen. Dat is een fout. De kapsteen vormt de lichte invulling van de gewelfvelden tussen de ribben. Ribbenstenen zijn de dragers. Kapstenen zijn de vulling. Daarnaast is er de kraagsteen. Deze steekt uit de muur en fungeert als platform voor de eerste ribbensteen. Waar de kraagsteen statisch in de wand verankerd zit, maakt de ribbensteen onderdeel uit van de dynamische boogconstructie. Het is het verschil tussen een fundament en een geraamte.

Praktijkvoorbeelden en situaties

Kijk omhoog in de Grote Kerk van Breda. Daar zie je de ribbenstenen als de zichtbare nerven van een stenen geraamte. In de Sint-Janskathedraal in Den Bosch vallen ze direct op door hun complexe profilering; diepe schaduwen spelen in de uitgehouwen groeven. Een restauratiemetselaar herkent de ribbensteen direct aan de zogenaamde 'schouder'. Dit is het smalle vlak waarop de vulling van de gewelfkap rust. Het is precisiewerk. Wanneer een ribbensteen door zetting van de fundering is gescheurd, moet de steenhouwer exact de profilering van de aangrenzende stenen overnemen om de visuele lijn te herstellen.

In een soberder interieur, zoals een cisterciënzer kloostergang, tref je vaak ribbenstenen aan met een eenvoudige afschuining. Geen tierelantijnen. De functie domineert hier de vorm. In de Noord-Duitse baksteengotiek zie je varianten van robuuste, gevormde baksteen. Ze zijn vaak groter en donkerder dan de omringende stenen in de gewelfvelden. De overgang van een verticale muur naar de kromming van het gewelf is het meest kritieke punt. Hier zie je hoe meerdere ribbenstenen samenkomen op één enkel blok natuursteen, de aanzetsteen. Het is een massief knooppunt van krachten.

Juridische kaders en restauratienormen

De Erfgoedwet bepaalt de spelregels voor de omgang met ribbenstenen in rijksmonumenten. Geen willekeur. Zodra een ribbensteen deel uitmaakt van een beschermd bouwwerk, is voor elke fysieke ingreep een omgevingsvergunning voor een monumentenactiviteit vereist. Het is simpelweg verboden om deze constructieve elementen zonder toestemming te wijzigen, te verwijderen of zelfs maar te overschilderen.

Restauraties leunen zwaar op de richtlijnen van de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM). Specifiek de uitvoeringsrichtlijnen URL 4003 voor historisch metselwerk en de URL 4001 voor natuursteenwerk zijn hier de maatstaf. Deze documenten dicteren hoe men de authenticiteit bewaart. De constructieve veiligheid valt onder de algemene bepalingen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL), al geldt voor monumenten vaak een rechtens verkregen niveau dat afwijkt van de nieuwbouweisen. Toch moet de stabiliteit van de gewelfconstructie te allen tijde gegarandeerd zijn. Bij vervanging moet de nieuwe ribbensteen exact de petrografische en mechanische eigenschappen van het origineel evenaren om ongelijkmatige zetting of spanningsconcentraties te voorkomen. Het draait om de balans tussen veiligheid en historisch behoud.

Historische ontwikkeling en oorsprong

De ribbensteen is het resultaat van een structurele revolutie aan het einde van de elfde eeuw. Voor die tijd steunden gewelven volledig op hun eigen massa en de dikte van de omliggende muren. Het was zwaar. Het was log. In Normandië en Engeland, met Durham Cathedral als een van de vroegste ijkpunten rond 1093, begonnen bouwmeesters te experimenteren met stenen bogen die losstonden van de gewelfvlakken. De ribbensteen werd geboren uit de behoefte om de constructie te ontleden in dragende en vullende delen. Een skeletbouw avant la lettre.

Vroege romaanse ribben waren zwaar. Vierkant van profiel. Ze fungeerden meer als versteviging van de zwakke plekken in een kruisgewelf dan als volledig zelfstandige dragers. Tijdens de overgang naar de gotiek veranderde dit fundamenteel. De stenen werden slanker. De profielen complexer. Men ontdekte dat door de ribbensteen als eerste te plaatsen op een houten formeel, het gewelf veel sneller en lichter kon worden opgebouwd. In de Nederlanden dwong het gebrek aan nabijgelegen natuursteengroeves tot innovatie met lokale materialen. De bakstenen ribbensteen deed zijn intrede. Geen gehakte blokken meer, maar in mallen gevormde stenen die de profilering van hun natuurstenen voorgangers imiteerden. De techniek verspreidde zich razendsnel via de kloosterordes. Het maakte de weg vrij voor de enorme glaspartijen van de hooggotiek. De wand was immers niet langer de enige drager; de ribbensteen nam de taak over.

Meer over bouwmaterialen en grondstoffen

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwmaterialen en grondstoffen