Tichel
Definitie
Een tichel is een historische term voor een gebakken steen, veelal van klei, die diende als bouwmateriaal voor wanden, vloeren of daken.
Omschrijving
Van algemeen begrip naar specifieke functie
Men sprak over een 'tichel', een verzamelbegrip, dat is de kern van de zaak, wanneer men refereerde aan elk gebakken kleiproduct. Vormgegeven en daarna gehard door vuur, specifiek bedoeld voor bouwkundige doeleinden, lang voordat de terminologie die we nu zo vanzelfsprekend hanteren, zoals 'baksteen' of 'dakpan', enige standaard had bereikt. Dit brede spectrum omvatte uiteenlopende vormen en toepassingen.
Denk aan de robuuste, rechthoekige stenen die metselwerk omhoog trokken, funderingen vormden, maar evengoed aan die platte, soms licht gebogen elementen die een dak bedekten of een vloer plaveiden. Het onderscheid, zo essentieel nu, was destijds vloeiender, vaak simpelweg contextueel bepaald door de exacte plek waar het materiaal zijn functie vervulde. De etymologie van 'tegula', duidend op een daktegel, is hierbij illustratief. Hoewel de term 'tichel' al snel breder ging, laat het die oorspronkelijke nadruk op de beschermende functie tegen de elementen goed zien. Een dak, immers, houdt de regen buiten, en daarvoor waren die tegels uitermate geschikt.
Het is daarom cruciaal te begrijpen dat een 'tichel' niet een soort was binnen een fijnmazige classificatie van bouwmaterialen zoals we die nu kennen, maar eerder de generieke aanduiding voor wat wij vandaag de dag, met onze veel verfijndere indeling, onder meerdere specifieke noemers vangen: metselstenen, dakpannen, vloertegels, zelfs bepaalde gevelbekledingsplaten. De functionaliteit dicteerde de vorm, maar de naam bleef, tijdenlang, eenvoudigweg 'tichel'.
Praktijkvoorbeelden van de Tichel
Een metselaar in de Middeleeuwen kreeg de opdracht een schuur te bouwen. Hij bestelde eenvoudigweg 'tichels'. Deze werden geleverd in diverse vormen en maten, sommigen massief en rechthoekig voor de dragende muren, andere platter en lichter om het dak te kunnen dekken en de elementen buiten te houden. Er was geen specifieke term voor 'baksteen' of 'dakpan' zoals we die nu kennen; alles was 'tichel'.
Stel, een boer wilde de vloer van zijn woonhuis verharden. De ambachtsman raadde hem aan om slijtvaste 'tichels' te gebruiken. Dit waren dan vaak vierkante of rechthoekige gebakken kleistenen, rood of geelachtig van kleur, die direct op een zandbed werden gelegd. Ze boden een duurzame, gemakkelijk te reinigen ondergrond, vergelijkbaar met wat we tegenwoordig als plavuizen zouden benoemen.
Bij de aanleg van een waterafvoersysteem of riolering in vroegere tijden gebruikte men eveneens 'tichels'. Dit konden holle, gebogen exemplaren zijn die de vorm van een buis nabootsten, of platte tichels die over een greppel werden gelegd en vervolgens met aarde afgedekt. Functionaliteit was de drijfveer, en de term 'tichel' omvatte de complete variëteit aan gebakken kleiproducten die hiervoor dienstig waren.
De evolutie van een fundamentele term
Veelgestelde vragen
Meer over bouwmaterialen en grondstoffen
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwmaterialen en grondstoffen