Vloertegels
Definitie
Plaatvormige elementen vervaardigd uit keramiek, natuursteen of cementgebonden materialen die dienen als esthetische en functionele afwerking van een vloeroppervlak.
Omschrijving
Uitvoering en verwerking
De installatie van vloertegels vereist een nauwkeurige afstemming tussen de ondergrond en het gekozen materiaal. De ondergrond bepaalt alles. Of het nu gaat om een cementdekvloer, een anhydrietvloer of een bestaande tegelvloer, de hechting valt of staat bij een vetvrije en droge basis. Voor keramische varianten is verlijming met een dunbedmortel de meest voorkomende methode. Hierbij trekt een getande lijmkam rillen in de lijm, waarna de tegel met een schuivende of kloppende beweging wordt gepositioneerd. De vertanding van de kam is direct gerelateerd aan de tegelgrootte en de vlakheid van de vloer.
Bij grootformaat tegels wordt vaak de buttering-floating techniek toegepast. De verwerker brengt dan lijm aan op zowel de vloer als de achterzijde van de tegel om een nagenoeg honderd procent lijmoppervlak te realiseren. Dit voorkomt luchtinsluiting. Lucht onder een tegel is riskant bij zware puntbelasting. Bij natuursteen of tegels met aanzienlijke dikteverschillen wordt nog vaak gekozen voor het leggen in de specie, de zogenaamde dikbedmethode. De mortel dient hierbij direct als nivellerende tussenlaag tussen de constructieve vloer en de uiteindelijke afwerking.
De maatvoering wordt doorgaans vanuit het midden van de ruimte of langs een prominente zichtlijn bepaald. Haaksheid is het uitgangspunt. Voegovergangen blijven uniform door het gebruik van nivelleringssystemen of afstandshouders die de spanningen in het legpatroon opvangen. Na uitharding van het hechtmiddel volgt het invoegen. De voegmortel wordt diagonaal over de tegels verspreid en in de tussenruimtes gewerkt om een volledige vulling te garanderen. Een spons verwijdert de laatste cementsluier voordat de mortel volledig is uitgehard. Het resultaat is een monolithisch geheel dat de krachten uit het dagelijks gebruik direct doorgeeft aan de onderliggende constructie.
Materiaalgroepen en technische gradaties
Natuursteen en cementgebonden varianten
Classificaties in gebruik en veiligheid
Praktijksituaties en toepassingen
Stel je een drukke stationshal voor waar dagelijks duizenden pendelaars overheen denderen. Hier tref je steevast ongeglazuurde porcellanato tegels met een PEI 5 classificatie. Geen krasje te zien. De kleur zit door en door in de tegel, waardoor zelfs bij extreme slijtage het uiterlijk ongewijzigd blijft.
In een moderne inloopdouche ziet de wereld er anders uit. Veiligheid regeert. Een tegelzetter plaatst hier vaak tegels met een R11-waarde. De korrelige structuur biedt grip, zelfs wanneer het oppervlak bedekt is met een film van water en zeep. Het contrast is groot met de hoogglans marmeren vloer in de representatieve hal van een advocatenkantoor. Daar draait alles om esthetiek. Een subtiele impregneerlaag beschermt de kalksteen tegen de zure inloop van regenwater en straatvuil. Eén glas gemorste rode wijn kan anders een permanente herinnering achterlaten in het poreuze gesteente.
Denk aan de renovatie van een jaren '30 woning. De bewoner kiest voor cementtegels in de gang voor die authentieke, matte uitstraling. Omdat deze tegels dikker zijn dan de standaard keramische variant, moet de vakman de dekvloer lager aanhouden om een drempelloze overgang naar de houten woonkamervloer te garanderen. In diezelfde woonkamer liggen vaak gerectificeerde tegels van 90x90 centimeter. De voegen zijn minimaal. Slechts twee millimeter breed. Gecombineerd met een voegmortel in exact dezelfde kleur als de tegel, oogt de vloer als één massieve plaat. De vloerverwarming eronder maakt het af; de keramische massa houdt de warmte urenlang vast nadat de thermostaat al is teruggeslagen.
Normering en wettelijke kaders
De CE-markering op de verpakking van vloertegels is geen vrijblijvend extraatje. Het is een dwingende eis vanuit de Europese Verordening Bouwproducten (CPR). Fabrikanten verklaren hiermee dat de tegels voldoen aan de prestaties zoals vastgelegd in de geharmoniseerde norm NEN-EN 14411 voor keramiek. Deze norm deelt tegels in op basis van hun vormingsmethode en waterabsorptie. Cruciaal voor de constructeur. Voor natuursteen geldt een eigen regime met normen zoals NEN-EN 12057, waarin de eisen voor dunne tegels en modulaire elementen strikt zijn vastgelegd. Maatafwijkingen? Die moeten binnen de toleranties van deze normen vallen.
Brandveiligheid is een harde eis in het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Keramische tegels en de meeste natuursteensoorten scoren hier maximaal. Ze zijn ingedeeld in brandklasse A1 of A1fl conform NEN-EN 13501-1. Ze branden niet. Ze roken niet. Ideaal voor vluchtwegen en trappenhuizen waar elke seconde telt. In publieke ruimten stelt het BBL bovendien eisen aan de slipweerstand om de veiligheid van gebruikers te waarborgen. Hoewel het BBL vaak algemene termen gebruikt als 'voldoende stroef', grijpt de praktijk direct naar de R-waarden uit de NEN-EN 16165 (voorheen DIN 51130). Een R9 voldoet in de hal, maar voor een hellingbaan in een parkeergarage is een hogere classificatie simpelweg een juridische noodzaak om aansprakelijkheid bij ongevallen te voorkomen.
Bij de verwerking in natte cellen speelt de afdichting onder de tegel een rol die vaak door de wetgever wordt aangestipt via de eisen aan waterdichtheid van scheidingsconstructies. De tegel zelf is waterdicht, maar de voeg niet. Hier komt de samenhang met de resterende bouwregelgeving om de hoek kijken; de afwerking moet een barrière vormen die schade aan de hoofddraagconstructie voorkomt. De Arbowet stelt daarnaast regels voor de vakman. Het gewicht van de tegels en de ergonomie tijdens het knielen zijn punten van aandacht. Grootformaat tegels van 120x120 centimeter til je niet alleen. Dat mag niet. Mechanische hulpmiddelen zijn daar de standaard, gedicteerd door de veiligheid van de werkvloer.
Historische ontwikkeling van keramische en cementgebonden vloeren
Gebakken klei als vloerbedekking vindt zijn oorsprong in de vroege beschavingen van het Nabije Oosten. De Romeinen perfectioneerden dit proces later met de grootschalige productie van terracotta tegels. Functioneel en duurzaam. In de middeleeuwen verschoof de focus naar religieuze gebouwen en paleizen, waar ingelegde tegels met loodglazuur een statussymbool vormden voor de elite. De echte technische revolutie vond echter plaats tijdens de negentiende eeuw door de introductie van de stofpersmethode. Hierdoor konden fabrikanten met droge kleipoeder onder enorme druk tegels produceren die aanzienlijk maatvaster en minder poreus waren dan hun handgevormde voorgangers.
Geen oven nodig voor alles. De opkomst van cementtegels aan het einde van diezelfde eeuw bood een betaalbaar en decoratief alternatief voor natuursteen, waarbij hydraulische persen de hitte van de oven vervingen. Pas in de jaren tachtig van de twintigste eeuw transformeerde de sector definitief met de commerciële doorbraak van porcellanato in Italië. Deze innovatie maakte het mogelijk om kleimengsels te bakken bij temperaturen boven de 1200 graden Celsius, wat resulteerde in een materiaal met een waterabsorptie van minder dan 0,5 procent. Vandaag de dag dicteert digitale printtechniek de esthetiek; een keramische tegel imiteert nu feilloos de visuele imperfecties van eikenhout of marmer, terwijl de technische prestaties de beperkingen van het natuurproduct volledig hebben geëlimineerd.
Meer over afwerking en esthetiek
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan afwerking en esthetiek