Vochtwerend
Definitie
Eigenschap van een materiaal of constructie om de opname en doordringing van vocht te beperken zonder volledige afsluiting tegen waterdruk te garanderen.
Omschrijving
Toepassing en uitvoering in de bouwpraktijk
Oppervlaktebehandeling en hydrofoberen
In de praktijk vindt vochtwerende behandeling van minerale ondergronden vaak plaats door middel van hydrofoberen. Hierbij wordt een vloeistof, meestal op basis van silanen of siloxanen, op een schone en droge gevel aangebracht. De vloeistof trekt diep in de poriën van het metselwerk of beton. Verzadiging is hierbij het doel. De vloeistof vloeit over het oppervlak omlaag tot de ondergrond geen middel meer opneemt. Deze methode wijzigt de oppervlaktespanning van de poriënwanden. Waterdruppels parelen vervolgens af. Dampdiffusie blijft mogelijk. Het materiaal ademt nog.
Integrale verwerking en barrières
Vochtwerendheid wordt ook bereikt door additieven direct tijdens het mengproces aan mortels of beton toe te voegen. Dit gebeurt vaak bij funderingsherstel of het storten van keldervloeren waar geen constante hoge waterdruk heerst. De hulpstoffen verkleinen de capillaire kanalen binnen de uitgeharde massa. In de ruwbouw worden fysieke barrières geplaatst. Denk aan DPC-folies bij kozijnaansluitingen of op de overgang van fundering naar opgaand metselwerk. Deze folies onderbreken de capillaire opzuiging van grondwater. Een mechanische scheiding. Geen chemische reactie.
| Methode | Kenmerkende handeling | Resultaat in de constructie |
|---|---|---|
| Impregneren | Lage druk verneveling op gevelvlakken | Hydrofoob oppervlak, poriën blijven open |
| Additieven | Mengen van vloeistof of poeder door specie | Verlaagde porositeit door de gehele massa |
| Sperlagen | Aanbrengen van bitumen- of kunststofbanen | Volledige onderbreking van vloeibaar vochttransport |
Bij plaatmateriaal, zoals gipskarton voor natte ruimtes, wordt de vochtwerende eigenschap reeds in de fabriek gerealiseerd door de kern te impregneren met siliconen of wassen. Op de bouwplaats beperkt de uitvoering zich dan tot het behandelen van de zaagsneden en schroefgaten. Deze zwakke plekken krijgen een vloeibare afdichting. De continuïteit van de beschermlaag is essentieel. Bij naadverbindingen in vochtwerende vloeren wordt vaak een specifieke lijm gebruikt die de zwelling van de houtvezels bij incidenteel contact met water tegengaat. Het gaat om details.
Classificaties en materiaaltypen
Onderscheid in plaatmateriaal en normering
In de houthandel is de aanduiding V313 de heilige graal voor vochtwerendheid. Het is een testmethode, geen materiaal op zich. Spaanplaat of MDF die deze cyclus van driedaagse onderdompeling, bevriezing en droging doorstaat, mag zich vochtwerend noemen. Vaak herkenbaar aan een groene pigmentatie. Let wel: deze kleur is louter een visueel hulpmiddel voor de timmerman en biedt zelf geen enkele bescherming. Bij gipskartonplaten spreken we over de H-klasse volgens NEN-EN 520. Type H1 heeft de laagste wateropname, minder dan 5%, terwijl H2 en H3 ruimere marges toelaten. Voor badkamers is H1 de standaard. De kern is hierbij door en door behandeld met waterafstotende middelen, meestal op basis van siliconen.
Chemische varianten voor gevels
Bij het hydrofoberen van metselwerk bepaalt de poriegrootte de keuze voor het type middel. Silanen hebben een kleine moleculaire structuur. Ze penetreren moeiteloos in dichte ondergronden zoals beton of hardgebakken klinkers. Siloxanen zijn groter. Robuuster. Ideaal voor de open structuur van zachte baksteen of kalkzandsteen. Vaak worden deze gecombineerd in oligomere mengsels om een breed spectrum aan poriën te dichten. Een vloeistof die op het oppervlak blijft liggen versus een middel dat diep in de haarvaten trekt. Het verschil tussen een tijdelijke coating en een duurzame modificatie van de ondergrond.
Vochtwerend versus waterdicht
De begripsverwarring is hardnekkig. Vochtwerend is geen synoniem voor waterdicht. Waar een waterdichte laag (zoals een EPDM-dakbedekking) een hydrostatische kolom water kan weerstaan, faalt een vochtwerend systeem onder constante druk. Het is een barrière voor spatwater en damp. Niet voor stilstaand water. In kelders wordt vaak gekozen voor een vochtwerende cementstuc als 'sanierputz'. Deze is poreus genoeg om zouten op te slaan en damp door te laten, maar stopt de capillaire werking van vloeibaar water. Een actieve ademhaling. Geen verstikking. De keuze hangt volledig af van de ventilatiecapaciteit van de achterliggende ruimte.
Praktijkvoorbeelden van vochtwerende toepassingen
De groene gipskartonplaat tegen een badkamerplafond. Je ziet hem vaak voor het stucwerk erop gaat. Hij is niet bedoeld voor de douchehoek zelf, daar is een waterdichte afwerking vereist, maar hij weerstaat moeiteloos de damp die blijft hangen na een hete douche. De plaat behoudt zijn vorm. Geen doorhangende plafonds door verzadiging.
Een regenbui op een hydrofoob behandelde gevel. Waar de bakstenen van de buren donker verkleuren door intrekkend vocht, rollen de druppels hier direct naar beneden. Het metselwerk lijkt nagenoeg droog. De muur slaat niet door. Een visueel bewijs van verlaagde oppervlaktespanning.
De plint onder een keukenblok. Vaak uitgevoerd in groen MDF (V313). Tijdens het wekelijkse dweilen komt er onvermijdelijk water tegen de onderzijde van de plint. Dankzij de vochtwerende persing zwellen de houtvezels niet op. De keuken blijft strak. Geen rafelige randen onderaan het kookeiland.
Een strook DPC-folie boven de fundering. De metselaar legt deze zwarte, gewafelde kunststof strook nauwkeurig in de mortel voordat hij met het opgaand werk begint. Het onderbreekt de weg omhoog voor grondwater. Simpel. Doeltreffend. Het voorkomt die typische vochtplekken onderaan oude muren.
Spaanplaatvloeren in een onverwarmde opslagruimte. De lucht is er soms klam. Standaard spaanplaat zou binnen een seizoen kromtrekken of aan de randen uit elkaar vallen. De vochtwerende variant blijft vlak en behoudt zijn constructieve stijfheid, ook zonder directe verwarming.
Kaders in het Besluit bouwwerken leefomgeving
Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) vormt de juridische basis voor vochtwering in de Nederlandse bouw. Geen keuze, maar een verplichting. De wet schrijft voor dat een gebouw zodanig moet zijn ontworpen en gebouwd dat de gezondheid van gebruikers niet in gevaar komt door vochtaccumulatie. Dit betreft de bescherming tegen regenwater, grondwater en condensatie. Voor nieuwbouw zijn de eisen scherp gesteld. Bij verbouw geldt vaak het rechtens verkregen niveau, mits dit de ondergrens voor bestaande bouw niet onderschrijdt.
NEN 2778 fungeert als de technische vertaalslag van deze wettelijke eisen. Deze norm bevat de bepalingsmethoden voor de waterdichtheid van de gebouwschil en de wering van optrekkend vocht. Het toetst of een constructie voldoende weerstand biedt tegen indringing van buitenaf. Voorschriften over de vochtigheid van oppervlakken in natte ruimtes zijn hierin verankerd. Een vochtwerende afwerking is daar essentieel om aan de grenswaarden voor wateropname te voldoen.
Productnormen en classificaties
Naast de algemene bouwregelgeving bepalen Europese productnormen de specifieke classificatie van vochtwerende materialen. NEN-EN 520 categoriseert gipskartonplaten op basis van hun waterabsorptie. Type H1 is hierbij de strengste klasse. In de houtsector wordt voor spaanplaat verwezen naar EN 312, waarbij type P5 de vochtwerende variant voor constructieve toepassingen definieert. De in de handel veelgebruikte term V313 is strikt genomen een testcyclus binnen deze normen. Geen wet op zich. Het toepassen van deze specifiek genormeerde materialen is vaak een indirecte eis vanuit het BBL om de duurzaamheid en hygiëne van een constructie te kunnen garanderen.
Voor het hydrofoberen van metselwerk wordt in de praktijk vaak aangesloten bij de BRL 1154. Deze beoordelingsrichtlijn waarborgt dat de gebruikte middelen en de uitvoering leiden tot een resultaat dat aan de gestelde verwachtingen voor gevelbescherming voldoet. Het gaat om technische bewijslast.
Van natuurlijke harsen naar chemische modificatie
Vochtbeheersing is zo oud als de bouwkunst zelf. Vroeger grepen bouwmeesters naar wat de natuur bood. Lijnolie verzadigde het hout. Dierlijke vetten en harsen moesten bakstenen beschermen tegen slagregen. Het was een strijd tegen de elementen met beperkte middelen. De resultaten waren vaak tijdelijk. Onderhoud was een constante factor. In de negentiende eeuw bracht de industriële revolutie teer en bitumen voort. Dit bood voor het eerst een robuuste oplossing voor funderingen en kelders, al was het verre van ademend. De constructie werd simpelweg hermetisch afgesloten. Een rigoureuze aanpak.
De echte kanteling vond plaats in de jaren vijftig en zestig van de vorige eeuw. De petrochemie nam een vlucht. Synthetische harsen en siliconen deden hun intrede op de bouwplaats. Men ontdekte dat materialen niet volledig dichtgezet hoefden te worden om water te weren. Het concept van hydrofobie werd technisch toepasbaar op grote schaal. De introductie van silanen en siloxanen maakte het mogelijk om gevels te behandelen zonder de dampdiffusie te blokkeren. Een revolutie voor de monumentenzorg en de naoorlogse woningbouw. Het gebouw kon eindelijk uitwasemen terwijl de regen buiten bleef.
De evolutie van plaatmateriaal en regelgeving
Binnenshuis veranderde de behoefte eveneens. Na de Tweede Wereldoorlog moest er sneller gebouwd worden. Prefab werd de norm. Gips- en houtachtige plaatmaterialen vervingen het traditionele stuc- en timmerwerk op grote schaal. De kwetsbaarheid van deze nieuwe materialen voor vocht werd echter snel duidelijk. In de jaren zeventig leidde dit tot de ontwikkeling van specifiek behandelde platen. De karakteristieke groene kleur van vochtwerend MDF en gipskarton werd een universele taal op de bouwplaats. Het was een reactie op de toenemende vraag naar badkamercomfort en betere isolatie, wat vaak gepaard ging met interne condensatieproblemen.
Regelgeving volgde de techniek. Waar vochtwering voorheen een kwestie van goed vakmanschap was, werd het vanaf de jaren negentig vastgelegd in strikte normen zoals de NEN 2778. De focus verschoof van enkel 'droog blijven' naar de relatie tussen vocht, ventilatie en de gezondheid van de bewoners. De huidige praktijk is het resultaat van decennia aan experimenten met chemische additieven en een steeds dieper inzicht in de capillaire werking van bouwmaterialen. Het is niet langer een extraatje. Het is een basisvoorwaarde voor de levensduur van moderne constructies.
Gebruikte bronnen
- https://www.ejendals.com/nl/blog/het-verschil-tussen-waterdicht-en-waterafstotend/
- https://www.unilinpanels.com/nl-nl/bouw/structurele-bouwplaten/durelis-vapourblock-tg
- https://www.portofrotterdam.com/nl/waterveiligheid/waterdicht-maken-van-gebouwen-en-assets
- https://www.armor.nu/nieuws/verschil-tussen-waterdicht-waterafstotend-en-waterbestendig-bij-werklaarzen/
- https://zoek.officielebekendmakingen.nl/blg-43112.pdf/
- https://www.joostdevree.nl/shtmls/symbolen_in_bouwtekeningen.shtml
- https://www.wurth.nl/nl/wuerth_nl/uw_branche/bouw/luchtenwinddichtbouwen.php
Meer over bouwmaterialen en grondstoffen
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwmaterialen en grondstoffen