Voegstrips
Definitie
Geprefabriceerde profielen of stroken van materialen zoals polyethyleen, aluminium of PVC, die worden toegepast voor het afdichten, maskeren of sturen van voegen in bouwconstructies.
Omschrijving
Werkwijze en uitvoering
De integratie van voegstrips in een constructie volgt een traject waarbij de fysieke eigenschappen van het materiaal de methode dicteren. Bij verticale dilatatievoegen in gevelwerk vindt de plaatsing meestal plaats nadat de initiële krimp van de mortel is voltooid. De strip klemt. Deze mechanische fixatie berust volledig op de bewuste overmaat van de strip ten opzichte van de voegbreedte, waardoor het materiaal onder constante druk blijft staan. Hierdoor ontstaat een stabiele rug voor latere afdichtingslagen. Bij de toepassing in vloersystemen is de benadering vaak simultaan aan de legfase van de hoofdmaterialen.
Bij harde profielen van aluminium of PVC in betonvloeren is sprake van een andere dynamiek; deze worden vaak voorafgaand aan de stort in de bekisting gefixeerd of direct na het storten in de nog plastische massa gedrukt. Uitlijning is essentieel. Een minimale afwijking in de positionering kan de beoogde werking van de voeg bij thermische uitzetting compromitteren. Bij prefab elementen worden de strips soms al in de geconditioneerde omgeving van de fabriek gemonteerd. Op de bouwplaats rest dan enkel nog de controle op de aansluitingen. De continuïteit van de strip over de volledige lengte van de voegovergang is hierbij de belangrijkste parameter om de beoogde maskering of sturing te garanderen.
Materialen en fysieke verschijningsvormen
Materiaalkeuze en vorm
In de bouwpraktijk varieert de verschijningsvorm van voegstrips sterk, afhankelijk van de mechanische belasting en de gewenste esthetiek. Polyethyleen (PE) voert de boventoon bij flexibele toepassingen. Dit materiaal, vaak aangeduid als rondschuim of rugvulling, is herkenbaar aan zijn gesloten celstructuur en ronde diameter. Het is de standaard voor kitvoegen in gevels. Voor situaties waar hardheid vereist is, grijpt men naar PVC of aluminium. Deze strips zijn vaak vlak of T-vormig. Ze dienen niet als vulling, maar als zichtbare afwerking.
Harde kunststof strips worden in de vloerenleggerij ook wel inlegstrips genoemd. Ze zijn leverbaar in diverse kleuren om te contrasteren met de vloerafwerking. In de utiliteitsbouw zien we vaker de zware aluminium varianten. Deze vangen grotere bewegingen op. De strip is hier een integraal onderdeel van een dilatatieprofiel. Soms is de grens tussen een eenvoudige strip en een complex profiel vaag. De strip blijft echter in essentie de enkelvoudige barrière of opvulling.
Functionele classificatie en verwante begrippen
Functionele nuances
Niet elke strook in een voeg is een voegstrip. Het onderscheid met zwelbanden is cruciaal. Waar een voegstrip een passieve vuller of masker is, reageert een zwelband actief op vochtinfiltratie. Verwarring ontstaat ook vaak met dilatatiekit. De strip faciliteert de kit, maar vervangt deze niet. In de prefab betonindustrie spreekt men soms van instortstrips. Deze worden reeds tijdens de productie in het beton geïntegreerd.
- Rugvullingsstrips: Meestal van PE-schuim, puur technisch voor de driepuntshechting.
- Esthetische strips: PVC of messing, bedoeld voor het visueel breken van grote vloeroppervlakken.
- Geleidestrips: Harde profielen die de zaagsnede in betonvloeren sturen.
Bij renovatieprojecten komen we vaak de term 'renovatiestrip' tegen. Dit zijn specifiek ontwikkelde profielen die over oude, beschadigde voegen heen worden geplaatst. Ze maskeren imperfecties zonder dat de volledige voegconstructie gesloopt hoeft te worden. De keuze hangt af van de voegbreedte. Te smal en de strip klemt niet. Te breed en de strip verliest zijn functie als rugvulling.
Praktijksituaties en toepassingsvoorbeelden
Stel je een kantoorpand voor met een strakke baksteengevel. Verticale dilatatievoegen onderbreken het metselwerk om spanningen op te vangen. Hier duwt de vakman handmatig een grijze PE-strip in de openstaande naad. Hij gebruikt een strip die nét iets dikker is dan de voeg zelf. Klemspanning is het doel. Het creëert een stevige bodem voor de latere kitvoeg, waardoor de kit alleen aan de zijkanten hecht en niet aan de achterkant vastplakt. Essentieel voor de duurzaamheid.
In de interieurbouw kom je de strips tegen bij moderne designvloeren. Denk aan een PVC-vloer in een hotellobby. Tussen de stroken liggen flinterdunne, zwarte kunststof voegstrips verwerkt. Ze bootsen de uitstraling van een klassieke scheepsdekvloer na. Geen functionele afdichting tegen water, maar puur visueel spektakel om de lijnen van de vloer te accentueren. Esthetiek voert hier de boventoon.
Grote bedrijfshallen vragen om een zwaardere aanpak. Tijdens de stort van een monolithische betonvloer worden harde PVC-strips direct in de vloeibare massa geplaatst. Ze fungeren als 'crack inducer'. Het beton krimpt onvermijdelijk tijdens het drogen. De strip dwingt deze spanning in een kaarsrechte lijn direct onder het profiel. Het resultaat? Een gecontroleerde voeg in plaats van een grillige barst dwars door de werkvloer.
Normering en bouwbesluitconforme toepassing
De juridische en technische kaders voor voegstrips zijn verankerd in de prestatie-eisen van de gebouwschil. Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) stelt strikte randvoorwaarden aan de luchtdichtheid en thermische isolatie van constructies. Voegstrips zijn hierin een kritieke schakel. Hoewel een losse strip geen CE-markering behoeft als zelfstandig constructie-element, moet het toegepaste systeem wel voldoen aan de functionele eisen voor water- en winddichtheid.
NEN 3682 is de leidende norm voor de functionele prestaties van voegen in de bouw. Deze norm dicteert hoe voegen ontworpen en gedimensioneerd moeten worden om vervormingen zonder schade op te vangen. De strip moet de juiste compressie toelaten. Voor de brandveiligheid is de materiaalclassificatie conform NEN-EN 13501-1 van belang. Veel kunststof voegstrips vallen in brandklasse E of F, wat betekent dat ze bij toepassing in brandwerende scheidingen gecombineerd moeten worden met materialen die de vereiste WBDBO (Weerstand tegen Branddoorslag en Brandoverslag) garanderen.
In de utiliteitsbouw en bij infrastructurele projecten gelden vaak aanvullende richtlijnen. Voor monolithische betonvloeren is NEN 2743 relevant. Deze norm behandelt de uitvoering en de kwaliteit van voegen, waarbij strips de noodzakelijke krimpbeheersing faciliteren. De wetgeving dwingt niet tot het gebruik van een specifiek merk strip. Zij eist resultaat. Een ondeugdelijke voegstrip leidt tot lekverliezen. Dit beïnvloedt direct de energieprestatieberekeningen van het bouwwerk. De technische correctheid van de aansluiting is dus geen keuze, maar een wettelijke noodzaak voor het verkrijgen van een gebruiksvergunning.
Historische ontwikkeling en oorsprong
Vroeger was de voeg een statisch gegeven. Men vertrouwde op natuurlijke vezels zoals vlas of hennep, vaak verzadigd met pek, om kieren in houten constructies of vroege betonvormen te dichten. De omslag kwam met de opkomst van de grootschalige systeembouw en prefab beton na de Tweede Wereldoorlog. Rigide mortelvoegen voldeden niet langer aan de bewegingseisen van grotere overspanningen. Synthetische polymeren boden uitkomst. In de jaren zestig zorgde de introductie van geëxtrudeerd polyethyleen (PE) voor een technische doorbraak. Het materiaal was goedkoop en nagenoeg onverslijtbaar.
De evolutie van de voegstrip is onlosmakelijk verbonden met de perfectionering van de kitvoeg. De sector leerde door schade en schande. Men ontdekte dat kit alleen optimaal presteert bij tweepuntshechting. De voegstrip evolueerde van een simpel vulmiddel naar een technisch geavanceerde rugvulling met een gesloten celstructuur. Deze strips voorkwamen de gevreesde driepuntshechting. In de jaren tachtig breidde het assortiment zich uit naar de esthetische sector. De opkomst van harde PVC-vloeren en moderne gietvloeren vroeg om visuele accentuering. De voegstrip transformeerde hier tot een designelement. Vandaag de dag dicteert de transitie naar luchtdicht bouwen de verdere specialisatie van deze stroken. Geen bijzaak meer. Een cruciaal onderdeel van de thermische schil.
Gebruikte bronnen
- https://www.chapewerkenvanlooveren.be/productfiches/20 TF.pdf
- https://gathering.tweakers.net/forum/list_messages/1711127/79
- https://www.scribd.com/document/152974375/Dictionary-NL-E
- https://www.joostdevree.nl/bouwkunde2/jpgh/hollewand_10_fabiton_hollewandsysteem_www_fabiton_nl.pdf
- https://brrc.be/sites/default/files/2019-10/a75.pdf
Meer over afwerking en esthetiek
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan afwerking en esthetiek