Waterwerendheid van beton
Definitie
De mate waarin een betonconstructie effectief de indringing van water tegenhoudt, of dit nu door druk of capillaire werking plaatsvindt.
Omschrijving
Uitvoering
Oorzaken en effecten van inadequate waterwerendheid
Synoniemen en Prestatieklassen
Zo kent de CUR-aanbeveling 71 (Waterdicht beton) verschillende klassen van waterdichtheid voor betonconstructies. Dit zijn geen aparte typen beton, maar eerder gedefinieerde prestatieniveaus die aangeven in hoeverre een constructie water mag doorlaten of juist volledig droog moet blijven aan de binnenzijde:
- Klasse A: Volledig droog, geen zichtbare vochtplekken. Dit is de hoogste eis, typisch voor kelders met hoge afwerkingsgraad.
- Klasse B: Droog, maar kleine, lokaal begrensde vochtplekken (maximaal Ø 30 cm) zijn toegestaan, mits de functie van de ruimte niet wordt belemmerd.
- Klasse C: Vochtig, er mogen verspreide vochtplekken of een dampfilm aanwezig zijn, zolang er geen afdruppelend water is.
- Klasse D: Door en door vochtig, water mag naar binnen sijpelen, maar een open lek of plasvorming is niet acceptabel.
Belangrijk is de duidelijke afbakening met 'waterafstotend'. Een waterafstotende behandeling, vaak door middel van hydrofoberende middelen op het oppervlak, maakt beton waterparelend en vermindert de capillaire opname aan het oppervlak. Dit verbetert de weerstand tegen opspattend water of regen, maar garandeert zelden de intrinsieke waterdichtheid die onder hydrostatische druk wordt vereist. Waterwerendheid en waterdichtheid van beton zijn dan ook primair een eigenschap die vanuit de kern van het materiaal en de constructieve opzet ontstaat, niet enkel van een oppervlaktebehandeling.
Praktische voorbeelden
Een kelderwand die na zware regenval onverwacht vochtplekken begint te vertonen. Hier bleek bij nader inzien de verdichting tijdens het storten niet optimaal, waardoor een sponzigere structuur met open poriën is ontstaan. Water, onder lichte druk van het omringende grondwater, vond moeiteloos zijn weg naar binnen. Een helder geval van inadequate waterwerendheid.
Neem een waterzuiveringsinstallatie; die betonnen bassins moeten perfect afgedicht zijn, uiteraard. Daar wordt niet alleen gekozen voor een betonmengsel met een uiterst lage water-cementfactor en specifieke kristalvormende toeslagstoffen. Nee, de kritische stortnaden worden ook nog eens voorzien van zwelbanden en ingesloten waterstops. Zoiets garandeert dat elke druppel water keurig in het bassin blijft, decennia lang.
Of denk aan een ondergrondse parkeergarage waar plotseling water doorsijpelt bij de overgang van vloer naar wand. Vaak is dan de aansluiting, de constructieve voeg, de zwakke schakel gebleken. Misschien is de waterkerende strook onvoldoende gepositioneerd of is het voegband niet correct aangebracht. Het water omzeilt dan het verder prima waterdichte beton, zoekt de weg van de minste weerstand en voilà: lekkage op de parkeerplaatsen. Een pijnlijk voorbeeld van waar de focus bij waterwerendheid écht moet liggen.
Een ander scenario: de nieuwe fundering van een monumentaal pand, die permanent in contact staat met een hoge grondwaterstand. Essentieel hier is de nabehandeling. Een te snelle uitdroging, of het overslaan van het afdekken en nat houden, kan leiden tot krimpscheuren. Die scheuren, zelfs microscopisch klein, vormen dan ideale capillaire routes. Droge voeten voor het monument? Alleen met een zorgvuldige en langdurige nabehandeling, wat de kans op scheurvorming minimaliseert en de uiteindelijke dichtheid van het beton maximaliseert.
Wet- en Regelgeving
De waterwerendheid van betonconstructies is geen willekeurige eigenschap; deze is verankerd in diverse wetten en normen. Het Bouwbesluit, thans opgenomen in het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL), stelt fundamentele eisen aan bouwconstructies, waaronder die gericht op veiligheid, gezondheid en duurzaamheid. Een afdoende waterwerendheid is hierin cruciaal voor het voorkomen van schade aan de constructie én voor het waarborgen van een gezond binnenklimaat, een vereiste die nauw aansluit bij de brede doelstellingen van het BBL.
Voor de technische invulling hiervan wordt in de praktijk veelvuldig de NEN-EN 206 geraadpleegd, de Europese norm die specificaties, eigenschappen, vervaardiging en conformiteit van beton omvat. Deze norm definieert onder andere milieuklassen die specifiek rekening houden met de blootstelling aan water en stelt op basis daarvan eisen aan de betonsamenstelling. Ook de NEN-EN 1992 (Eurocode 2), de Europese norm voor het ontwerp en de berekening van betonconstructies, speelt een rol; hierin zijn richtlijnen opgenomen voor onder meer scheurwijdtebeperking, een aspect van direct belang voor het voorkomen van waterdoorgang.
De Nederlandse bouwpraktijk wordt verder concreet geleid door de CUR-aanbeveling 71, getiteld 'Waterdicht beton'. Deze aanbeveling, van onmiskenbaar belang, biedt gedetailleerde handvatten voor het specificeren en realiseren van waterdichte betonconstructies, door het definiëren van heldere prestatieniveaus. De daarin vastgelegde prestatieklassen zijn de praktische vertaling van de functionele eisen van het BBL naar concrete bouwkundige oplossingen en materiaalspecificaties, essentieel voor iedereen die zich bezighoudt met waterkerende betonconstructies.
Geschiedenis
Veelgestelde vragen
Gebruikte bronnen
- https://www.joostdevree.nl/shtmls/waterdichting.shtml
- https://www.joostdevree.nl/bouwkunde2/jpgv/vochtproblemen_bij_muren_1_remmers_kiesol_www_remmersbouwchemie_nl.pdf
- https://www.febelcem.be/fileadmin/user_upload/nl/pdf/4_legendes_nl.pdf
- https://betonhuis.nl/system/files/2022-01/Betonpocket_2020%20Herdruk%202021%20lr.pdf
Meer over bouwmaterialen en grondstoffen
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwmaterialen en grondstoffen