Windmolenconstructie
Definitie
De integrale dragende structuur van een windenergie-installatie die de mechanische lasten van de rotor en gondel overdraagt naar de ondergrond, bestaande uit de fundering en de mastsecties.
Omschrijving
Uitvoering van de windmolenconstructie
De realisatie van een windmolenconstructie begint bij de verankering in de bodem. Onshore betekent dit vaak een massieve betonvoet met een complexe wapeningskorf; offshore wordt gewerkt met stalen monopiles of vakwerkconstructies die diep in de zeebodem worden gedreven. Het verticale assemblageproces volgt daarna een strikte hiërarchie. Een kraan met een enorme gieklengte domineert de bouwplaats. Het onderste mastsegment wordt op de ankerring geplaatst. Alles moet waterpas staan. Millimeters maken het verschil tussen een stabiele mast en een resonerend gevaar bij hoge windbelasting.
De montage verloopt in fasen. Men stapelt de conische secties waarbij de flensverbindingen de kritieke koppelpunten vormen. Hydraulische momentsleutels fixeren de honderden bouten op een exact berekende voorspanning. Men werkt van binnenuit. Terwijl de kraan de volgende sectie in de wind positioneert, borgen monteurs op grote hoogte de integriteit van de vorige koppeling. Binnenin de mast worden platformen, ladders en kabelbanen direct functioneel gebruikt. Het is een verticale bouwplaats. Zodra de mast de volledige hoogte heeft bereikt, volgt de gondel. Een massief blok techniek van vele tonnen.
De hijsoperatie van de nacelle is een moment van uiterste concentratie. Windstilte is vaak een harde vereiste. De rotorbladen worden tenslotte gemonteerd. Dit gebeurt soms via een volledige rotorster die op de grond is geassembleerd, maar vaker kiest men voor individuele bladmontage direct aan de naaf op grote hoogte. De verbinding met de hoofdas moet naadloos zijn om onbalans te voorkomen. Na de mechanische voltooiing vindt de interne afwerking plaats waarbij de vermogenskabels door de mast naar de transformatorruimte worden geleid. De structuur transformeert hierbij van een statische toren naar een dynamisch energiesysteem dat gereed is voor de inbedrijfstelling.
Variaties in mastbouw en materiaal
Stalen buismasten versus hybride constructies
De meest voorkomende verschijningsvorm is de conische stalen buismast. Deze bestaat uit meerdere secties die op de bouwplaats aan elkaar worden gebout. Voor locaties waar de ashoogte de 140 meter passeert, volstaat staal alleen vaak niet meer vanwege de benodigde diameter aan de voet. Transport over de weg wordt dan onmogelijk. De oplossing? Hybride masten. Een onderbouw van beton, vaak in prefab segmenten uitgevoerd, zorgt voor de nodige stijfheid en massa. De bovenste helft blijft staal. Het dempt resonanties beter. Vakwerkmasten, de bekende open staalconstructies, zie je steeds minder. Ze zijn weliswaar lichter en vangen minder wind, maar het onderhoud aan de duizenden boutverbindingen is een logistieke nachtmerrie.
Funderingstypen en de onderwaterwereld
Van monopile tot drijvende structuren
De onderkant van de constructie dicteert de stabiliteit. Op land domineert de zwaartekrachtfundering; een enorme betonnen plak, vaak met palen ondersteund. Offshore is de variatie groter. De keuze hangt af van de diepte. Monopiles zijn simpelweg reusachtige stalen buizen die de zeebodem in worden geramd. Effectief bij ondiep water. Voor grotere dieptes schakelt de techniek over naar jackets. Dit zijn stalen vakwerkframes, vergelijkbaar met olieplatforms. Ze bieden minder weerstand aan stroming en golven.
Een niche die groeit: de drijvende windmolenconstructie. Hierbij rust de mast op een half-afzinkbaar platform of een spar-boei, vastgelegd met ankerkettingen aan de zeebodem. Geen vaste verbinding, wel een complexe dynamica. Het zwaartepunt ligt hier cruciaal laag om kenteren te voorkomen. De constructie moet hier niet alleen de wind trotseren, maar ook de constante beweging van de deining opvangen zonder dat de turbine uit balans raakt.
Windmolenconstructies in de praktijk
Een krappe rotonde in de polder. Een dieplader van zestig meter manoeuvreert centimeter voor centimeter. Hier ervaar je de fysieke grens van de stalen buismast. De diameter van de onderste sectie mag niet groter zijn dan 4,5 meter, anders past de constructie simpelweg niet onder de Nederlandse viaducten door. Voor hogere turbines zie je daarom vaak de overstap naar hybride constructies: een betonnen voet die ter plekke wordt opgebouwd uit segmenten, met daarop een slankere stalen top.
Stel je een monteur voor, tachtig meter boven het maaiveld. Binnenin de mast. Hij hanteert een hydraulische momentsleutel op een flensverbinding. Honderden M36-bouten. Elke bout krijgt een exacte voorspanning. Een foutmarge bestaat niet. Als deze verbindingen niet perfect star zijn, ontstaat er onbalans. Je hoort het dan direct: een laagfrequent gebonk dat door de hele staalconstructie resoneert en de levensduur van de lagers drastisch verkort.
De overgang van beton naar staal is een kritiek punt. Kijk naar de ankerring in een verse fundering. Een woud van draadeinden steekt uit het beton. Hier wordt de onderste mastsectie op millimeterprecisie gesteld. Eventuele afwijkingen worden uitgevuld met krimpvrije gietmortel. Het is de plek waar de enorme hefboomkrachten van de wind worden vertaald naar de bodem. Zonder deze starre koppeling zou de mast bij de eerste de beste storm gaan 'werken' in zijn fundering.
Normering en omgevingskaders
In Nederland valt een windmolen juridisch onder de categorie 'bouwwerk'. Sinds de invoering van de Omgevingswet en het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) zijn de eisen voor constructieve veiligheid strikt vastgelegd. De mast moet bestand zijn tegen extreme windbelastingen die statistisch gezien slechts eens in de vijftig of honderd jaar voorkomen. De NEN-EN-IEC 61400-serie vormt hierbij de technische ruggengraat. Deze normen dicteren de ontwerpeisen voor de gehele installatie. Voor de stalen mastsecties hanteert de constructeur specifiek NEN-EN 1993-3-2. Het gaat over stabiliteit. Het gaat over vermoeiing. Een mast mag niet bezwijken onder de constante dynamische wisselbelasting.
De omgeving stelt eveneens harde grenzen. Slagschaduw op gevoelige objecten zoals woningen is aan banden gelegd. Er gelden strikte normen voor de duur dat een schaduw over een gevel mag strijken. Geluidsproductie is een ander kritiek punt. De wetgever kijkt naar Lden- en Lnight-waarden om overlast voor omwonenden te beperken. Veiligheidszones zijn verplicht. Men berekent de PR 10-6 contour; de kans dat een individu buiten het park overlijdt door een falen van de constructie. Bij ijsafzetting op de rotorbladen moet de turbine vaak verplicht stilvallen om gevaarlijke ijsval te voorkomen. Voor offshore projecten geldt aanvullend de Wet windenergie op zee, waarbij ook nautische veiligheid en de bescherming van het mariene ecosysteem integraal onderdeel zijn van de vergunning.
De interactie tussen de dynamische belasting van de rotor en de eigenfrequentie van de mastconstructie wordt getoetst aan de Eurocodes. Hoewel NEN-EN 1991-1-4 de algemene windbelasting definieert, voeren de specifieke turbine-normen de boventoon voor de mechanische krachtenoverdracht naar de fundering. Alles draait om certificering. Een windturbine krijgt pas een typecertificaat als de volledige constructie door onafhankelijke instanties is doorgerekend op extreme belastingen en operationele veiligheid.
Van ambacht naar hoogwaardige industriebouw
Hout werd staal. De windmolenconstructie kent haar oorsprong in de ambachtelijke molenbouw, waar houten standerdmolens en later stenen bovenkruiers de standaard vormden. Deze statische structuren waren ontworpen op lokale windomstandigheden. De echte technologische sprong vond plaats na de oliecrises van de jaren zeventig. Windenergie transformeerde van een niche voor idealisten naar een serieuze industriële sector. In de jaren tachtig domineerden stalen vakwerkmasten het beeld. Ze waren licht en relatief goedkoop te produceren, maar het onderhoud aan de duizenden boutverbindingen bleek een kostbare zwakte. Metaalmoeheid en corrosie dwongen de sector tot een herontwerp van de fundamentele dragende structuur.
De opkomst van de conische stalen buismast in de jaren negentig markeerde het einde van de vakwerkperiode voor grootschalige turbines. De mast werd een aerodynamisch en onderhoudsarm onderdeel van de machine. Terwijl de eerste generatie moderne turbines nog genoegen nam met ashoogtes van dertig meter, zorgde de zucht naar hogere rendementen voor een verticale wedloop. Logistiek werd de rem op de groei. De maximale diameter van de mastvoet werd begrensd door de doorrijhoogte van viaducten. Deze fysieke beperking leidde rond 2010 tot de commerciële doorbraak van de hybride mast; een combinatie van prefab betonsegmenten en stalen topsecties.
Offshore-constructies volgden een eigen traject. In de beginjaren van de windenergie op zee werden simpelweg landontwerpen op een stalen paal in het water gezet. Dit bleek onhoudbaar door de specifieke belasting van golven en stroming. De evolutie verschoof van eenvoudige monopiles naar complexe jackets en graviteitsfunderingen, waarbij maritieme techniek uit de olie- en gassector werd geïntegreerd. Tegenwoordig dicteert niet meer alleen de mechanische kracht het ontwerp, maar ook de recyclebaarheid van de gebruikte materialen aan het einde van de levensduur.
Gebruikte bronnen
- https://www.joostdevree.nl/shtmls/windenergie.shtml
- https://www.glansbeton.be/industrievloer/fundering-voor-windmolen
- https://pioneering.nl/initiatieven/ruimtemakers/monopile-fundering-voor-windmolens-op-het-land/
- https://www.change.inc/energie/sterker-sneller-en-goedkoper-windmolenmasten-rollen-van-de-band-dankzij-nieuwe-techniek-39618
- https://anw.ivdnt.org/article/windmolen
- https://www.simonsbg.nl/fundering-windmolens-kamperland/
- https://www.wikiwand.com/nl/articles/Perzische_windmolen
Meer over constructies en dragende structuren
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan constructies en dragende structuren