Bouw Woordenboek
Professioneel naslagwerk met duidelijke uitleg van bouwtermen en vakjargon. Zoek snel de betekenis van constructietermen, materialen en bouwprocessen.
163 termen gevonden
Daklicht
Een daklicht is een vaste of beweegbare transparante constructie in een dakvlak die primair is ontworpen om natuurlijk daglicht in een onderliggende ruimte toe te laten.
Daklijn
De daklijn is de bovenlijn van een dak, oftewel de lijn waar het dakvlak eindigt, gezien vanaf de gevel.
Daklijst
De horizontale architectonische of constructieve afsluiting van de bovenzijde van een gevel, die fungeert als overgang tussen de muur en de dakconstructie.
Dakloodje
Een dakloodje is een strook bladlood die dient als waterdichte barrière bij de overgang tussen het dakvlak en opgaande constructies zoals gevels of schoorstenen.
Dakluik
Een dakluik is een afsluitbare opening in een dak, die toegang biedt tot het dak voor bijvoorbeeld onderhoud, inspectie of als vluchtroute.
Dakluik met isolatie
Een dakluik met isolatie is een daktoegangsmiddel voorzien van isolatiemateriaal om warmteverlies te beperken en de energie-efficiëntie van een gebouw te verbeteren.
Dakluik met veiligheidsreling
Een dakluik met veiligheidsreling is een toegang in het dak van een gebouw, voorzien van een hekwerk om valgevaar te voorkomen bij het openen en betreden van het dak.
Daknaad
Een daknaad is een verbinding tussen twee dakdelen of dakbanen die zorgt voor een waterdichte afsluiting van een dakconstructie.
Daknietje
Een daknietje, ook wel panhaak genoemd, is een bevestigingsmiddel dat wordt gebruikt om dakpannen te verankeren aan de panlatten.
Daknok
De hoogste, doorgaans horizontale snijlijn waar de bovenranden van twee dakschilden van een hellend dak samenkomen.
Daknokbout
Een bout gebruikt voor het verbinden van de nokbalken aan de bovenzijde van een dakconstructie.
Dakopbouw
Een constructieve uitbreiding bovenop de bestaande daklijn van een gebouw ter vergroting van het bruikbare volume of vloeroppervlak.