Bouw Woordenboek
Professioneel naslagwerk met duidelijke uitleg van bouwtermen en vakjargon. Zoek snel de betekenis van constructietermen, materialen en bouwprocessen.
163 termen gevonden
Deurdorpel
Een deurdorpel is de horizontale afsluiting aan de onderzijde van een deurkozijn.
Deurdranger
Een mechanisch instrument dat aan een deur of kozijn wordt bevestigd om een gecontroleerde, automatische sluiting na opening te waarborgen.
Deurgreep
Een vast gemonteerd bedieningselement op een deurvleugel dat dient als aangrijpingspunt voor het openen, sluiten of sturen van de deur door middel van een trek- of duwbeweging.
Deurgrendel
Een deurgrendel is een mechanische sluiting die wordt gebruikt om een deur of raam aan één kant te vergrendelen.
Deurhor
Een deurhor is een constructie met gaas die in of op een deuropening wordt geplaatst om insecten buiten te houden, terwijl ventilatie mogelijk blijft.
Deurkalf
Een horizontale tussendorpel in een kozijn die de fysieke scheiding vormt tussen de bovenzijde van een deur en het daarboven gelegen bovenlicht.
Deurketting
Een deurketting is een aanvullend mechanisch beveiligingscomponent dat de deuropening begrenst tot een smalle kier om ongewenste toegang te voorkomen.
Deurklink
Een deurklink, ook wel deurkruk genoemd, is een handgreep die op een deur gemonteerd wordt om deze te openen en te sluiten.
Deurknop
Een deurknop is een rond of ovaal handvat, onderdeel van deurbeslag, dat wordt gebruikt om een deur te openen, te sluiten of te bedienen.
Deurkozijn
Een deurkozijn is een vast raamwerk dat in een muuropening wordt geplaatst en dient als omranding en bevestigingspunt voor een deur.
Deurkrukken
Een deurkruk is een handvat of hendel die wordt gebruikt om een deurslot te bedienen, waardoor de deur geopend of gesloten kan worden.
Deurlat
Een deurlat is een lat die wordt gebruikt om onderdelen van een deur te verbinden en te verstevigen.