Bouw Woordenboek
Professioneel naslagwerk met duidelijke uitleg van bouwtermen en vakjargon. Zoek snel de betekenis van constructietermen, materialen en bouwprocessen.
202 termen gevonden
Kruipkelder
Een kruipkelder, ook wel kruipruimte genoemd, is een lage ruimte onder de begane grondvloer van een gebouw.
Kruipluik
Een kruipluik is een luik of paneel in de vloer van de begane grond dat toegang biedt tot de kruipruimte eronder.
Kruisbloem
Een kruisbloem is een gebeeldhouwd versieringselement in de vorm van een kruis, voornamelijk toegepast als bekroning in de gotische bouwkunst.
Kruisboogfries
Een kruisboogfries is een type boogfries waarbij de bogen elkaar kruisen, vergelijkbaar met de vorm van kruisbogen in een gewelf.
Kruiskozijn
Een kruiskozijn is een raamkozijn dat in vieren wordt gedeeld door een verticale middenstijl en een horizontale tussendorpel (ook wel kalf genoemd).
Kruispan
Een kruispan is een dakpan die, herkenbaar aan een karakteristiek bolvormig ornament, traditioneel in 'kruisverband' wordt gelegd, waarbij elke pan een halve pan verschoven is ten opzichte van de onderliggende rij.
Kruispannen
Kruispannen zijn machinaal vervaardigde dakpannen met kop- en zijsluiting, die gekenmerkt worden door een bolvormig ornament en altijd in kruisverband worden gelegd.
Kruisraam
Een kruisraam, ook wel kruisvenster of kruiskozijn genoemd, is een raam dat door een middenstijl (verticaal) en een tussendorpel (horizontaal) in vieren wordt gedeeld.
Kruisscharnier
Een kruisscharnier is een type scharnier dat wordt toegepast in deuren, kleppen of luiken en bestaat uit twee kruislings geplaatste metalen delen die door een draaikoppeling verbonden zijn.
Kruistand
Een kruistand, ook wel staande tand genoemd, is een metseltechniek waarbij stenen verticaal in plaats van horizontaal worden geplaatst.
Kruistoren
Een kruistoren is een toren die bij een kruiskerk geplaatst is op het midden van de kruising, de plek waar het schip en het transept samenkomen.
Kruisvenster
Een kruisvenster, ook wel kruiskozijn genoemd, is een venster dat door een verticale middenstijl en een horizontale tussendorpel (kalf) in vier vlakken wordt verdeeld.