Bouw Woordenboek
Professioneel naslagwerk met duidelijke uitleg van bouwtermen en vakjargon. Zoek snel de betekenis van constructietermen, materialen en bouwprocessen.
1882 termen gevonden
Dakluik
Een dakluik is een afsluitbare opening in een dak, die toegang biedt tot het dak voor bijvoorbeeld onderhoud, inspectie of als vluchtroute.
Dakluik met isolatie
Een dakluik met isolatie is een daktoegangsmiddel voorzien van isolatiemateriaal om warmteverlies te beperken en de energie-efficiëntie van een gebouw te verbeteren.
Dakluik met veiligheidsreling
Een dakluik met veiligheidsreling is een toegang in het dak van een gebouw, voorzien van een hekwerk om valgevaar te voorkomen bij het openen en betreden van het dak.
Daknaad
Een daknaad is een verbinding tussen twee dakdelen of dakbanen die zorgt voor een waterdichte afsluiting van een dakconstructie.
Daknietje
Een daknietje, ook wel panhaak genoemd, is een bevestigingsmiddel dat wordt gebruikt om dakpannen te verankeren aan de panlatten.
Daknok
De hoogste, doorgaans horizontale snijlijn waar de bovenranden van twee dakschilden van een hellend dak samenkomen.
Daknokbout
Een bout gebruikt voor het verbinden van de nokbalken aan de bovenzijde van een dakconstructie.
Dakopbouw
Een constructieve uitbreiding bovenop de bestaande daklijn van een gebouw ter vergroting van het bruikbare volume of vloeroppervlak.
Dakopstand
Een verticale randconstructie langs de omtrek of bij doorbrekingen van een plat dak, bedoeld om water te keren en een waterdichte aansluiting voor de dakbedekking te vormen.
Dakoverstek
Een dakoverstek is het deel van een dakconstructie dat buiten de buitenwerkse lijn van de gevel uitsteekt.
Dakpanhaak
Een dakpanhaak is een metalen haak die wordt gebruikt om dakpannen stevig te verankeren aan de panlatten, ter voorkoming van verschuiven of wegwaaien door wind.
Dakpanlat
Een dakpanlat is een horizontale houten lat die op een hellend dakvlak wordt aangebracht om dakpannen te dragen en op hun plaats te houden.