Bouw Woordenboek
Professioneel naslagwerk met duidelijke uitleg van bouwtermen en vakjargon. Zoek snel de betekenis van constructietermen, materialen en bouwprocessen.
46 termen gevonden
Stortsteenbekleding
Een stortsteenbekleding is een laag stenen die wordt aangebracht op een talud of oever om deze te beschermen tegen erosie veroorzaakt door waterbeweging zoals golven en stroming.
Straatkolken
Een straatkolk is een voorziening in het wegdek of trottoir die dient om regenwater af te voeren naar het riool of, in sommige gevallen, direct naar oppervlaktewater.
Strijkriool
Een strijkriool is een openbaar vrijvervalriool met een relatief kleine diameter, dat parallel aan een dieper gelegen hoofdriool wordt aangelegd om huisaansluitingen op normale diepte mogelijk te maken.
Stroming
In de bouwkunde en civiele techniek kan 'stroming' verwijzen naar de beweging van vloeistoffen zoals water in watergangen of leidingen, of naar een richting of beweging binnen een architectuur- of ingenieursdiscipline.
Stroomsnelheid
De stroomsnelheid is de snelheid waarmee een vloeistof, zoals water, zich verplaatst door een leiding, kanaal of rivier, vaak uitgedrukt in meter per seconde.
Stuw
Een stuw is een vaste of beweegbare constructie in een watergang die wordt gebruikt om het waterpeil bovenstrooms van de constructie te reguleren.
Stuwdam
Een stuwdam is een door de mens gemaakte versperring in een rivier, bedoeld om water tegen te houden en een stuwmeer te vormen, vaak ten behoeve van irrigatie of energieopwekking.
Stuwen
Stuwen zijn constructies die worden gebruikt om waterpeilen in kanalen, rivieren of andere waterwegen te reguleren door de waterstroom te onderbreken of te reguleren.
Stuwmeer
Een stuwmeer is een kunstmatig of vergroot natuurlijk meer dat ontstaat achter een stuwdam in een rivier of vallei, of door uitgraving en/of de aanleg van dijken, en dient als wateropslag.
Symmetrie
Symmetrie in de bouwkunde is een ordeningsprincipe waarbij delen van een geheel in balans zijn ten opzichte van een punt, lijn (as) of vlak, en na een transformatie (zoals spiegelen of draaien) weer samenvallen met zichzelf.