Bouw Woordenboek
Professioneel naslagwerk met duidelijke uitleg van bouwtermen en vakjargon. Zoek snel de betekenis van constructietermen, materialen en bouwprocessen.
1138 termen gevonden
Verdiepen
Verdiepen is in de bouwkunde het dieper maken van een bestaande ruimte, zoals een kelder of kruipruimte, of het dieper aanleggen van een fundering door het weggraven van grond.
Verdieping
Een verdieping, ook wel etage of woonlaag genoemd, is een bouwlaag in een gebouw, doorgaans boven de begane grond.
Verdiepingsvloer
Een verdiepingsvloer is een horizontaal constructief element in een gebouw dat ruimten scheidt en draagkracht biedt voor belastingen zoals personen, meubilair en wanden.
Verdiepspoor
Een verdiepspoor is een diepe sleuf in de grond die wordt gegraven om een fundering aan te brengen voor een constructie.
Verdiepte voeg
Een voegtype waarbij de mortel enkele millimeters achter het voorvlak van de gevelsteen is aangebracht om reliëf en schaduwwerking te creëren.
Verdikken
Verdikken in de bouw is het aanbrengen van extra materiaal op een bestaand constructieonderdeel om de sterkte, stabiliteit of andere eigenschappen te verbeteren.
Verdikking
Een verdikking in de bouwkunde is een plaatselijke toename in omvang of massa van een constructieonderdeel, bedoeld om de sterkte of stabiliteit te vergroten.
Verdikstuk
Een verdikstuk is een verzwaring of plaatselijke verhoging van de dikte van een constructief element.
Verdipingsuitbreiding
Een verdiepingsuitbreiding is een bouwkundige ingreep waarbij een bestaand gebouw wordt uitgebreid door het toevoegen van één of meerdere verdiepingen bovenop de bestaande structuur.
Verdoken vloer
Een verdoken vloer is een vloerconstructie die onder een afwerklaag wordt geplaatst, waardoor de constructie zelf niet zichtbaar is.
Verdreven trap
Een verdreven trap is een trap met verdreven treden, wat inhoudt dat de voorkant van de treden niet evenwijdig loopt aan de voorkant van de erboven gelegen trede, vaak toegepast in draaiende trappen.
Verdreven trede
Een verdreven trede is een traptrede die niet rechthoekig is, maar smaller aan de binnenkant van een bocht en breder aan de buitenkant, om een draai in een trap mogelijk te maken.