Apsiskalot
Definitie
Een halfrond of bolvormig gewelf dat fungeert als de overspanning van een apsis, doorgaans uitgevoerd als een halve koepel.
Omschrijving
Constructieve opbouw en uitvoering
De concha en de schelp-variant
De meest prominente variatie op de standaard apsiskalot is de concha. Hoewel de termen vaak door elkaar worden gebruikt, verwijst de concha specifiek naar de schelpvormige afwerking. In de klassieke en renaissance-architectuur is dit type vaak voorzien van cannelures. Dit zijn radiale groeven die vanuit de basis omhoog lopen en in de top samenkomen. Het bootst de structuur van een Sint-Jakobsschelp na. Esthetiek ontmoet techniek. Waar de romaanse kalot meestal een glad, massief oppervlak heeft, speelt de concha met licht en schaduw door deze dieperliggende banen.
Materiaaldifferentiatie: baksteen versus natuursteen
Er bestaat een wezenlijk verschil in de uitvoering tussen bakstenen en natuurstenen varianten. Natuursteen wordt in voussoirs gehakt. Elke steen is een uniek puzzelstuk met een specifieke hoek. Dit resulteert in een extreem strakke, zelfdragende schaal. Baksteen daarentegen vereist een andere benadering. Hierbij wordt vaak gewerkt in concentrische ringen of in een visgraatverband. De mortelvoegen vangen de kromming op. Omdat baksteen minder vormvast is, worden deze kalotten aan de binnenzijde vrijwel altijd afgewerkt met een pleisterlaag. Gladgestreken perfectie over een ruwe constructieve basis.
Onderscheid met aanverwante gewelfvormen
Een veelvoorkomende verwarring treedt op met het straalgewelf. Een straalgewelf is echter onderdeel van de gotische traditie en maakt gebruik van ribben die de druk concentreren. De apsiskalot is ribloos. Het is een homogene schaal. Ook het onderscheid met een koepelgewelf is cruciaal. Een koepel is een volledige cirkel; de kalot is per definitie een halve koepel, specifiek bedoeld voor de afsluiting van een halfcirkelvormige ruimte. In sommige laat-romaanse overgangsvormen ziet men echter 'schijnribben'. Deze zijn decoratief op de kalot aangebracht maar dragen constructief niets bij. Architecturale camouflage.
Positionering en ruimtelijke varianten
Niet elke kalot bekroont een hoofdaltaar. De apsidiolen — de kleinere straalkapellen rondom een kooromgang — bezitten hun eigen, kleinere kalotten. De schaalverhouding verandert, de techniek blijft identiek. Soms wordt de kalot direct voorafgegaan door een travee met een tongewelf. De snijlijn tussen de cilinder van het tongewelf en de halve bol van de kalot vormt een kritiek punt voor scheurvorming. In de bouwkunst wordt dit opgelost door een verzwaarde gordelboog. Een visuele scheiding die de overgang van recht naar rond markeert.
Praktijksituaties en verschijningsvormen
Stel je een sobere, romaanse dorpskerk voor. Je loopt door het schip richting het oosten. Achter het altaar eindigt de ruimte niet met een vlakke wand, maar in een halfronde nis. Kijk omhoog. Daar zie je de apsiskalot als een gladde, stenen kom die de ruimte overspant. Geen tierelantijnen. Geen ribben. Alleen de massieve rust van gemetselde natuursteen of gepleisterde baksteen die het licht van de lage vensters vangt.
- De sobere dorpskerk: Een ongepleisterde, natuurstenen kalot waarbij de voegen de horizontale ringen van de constructie verraden.
- De renaissance-nis: Een kleinere uitvoering in een gevel of binnenmuur, vaak gedecoreerd met het kenmerkende schelpmotief van de concha.
- De zijbeukafsluiting: In grotere basillieken vind je vaak kleinere kalotten aan het einde van de zijbeuken, die de hoofdvorm van de centrale apsis in het klein herhalen.
Een ander beeld. Een restauratieproject. De steigers staan tot in de nok van het koor. Hier wordt de constructie van de kalot zichtbaar als de pleisterlaag is verwijderd. Je ziet de bakstenen die in concentrische cirkels naar het hoogste punt toe zijn gemetseld. Elke laag verspringt een fractie. Een technisch hoogstandje van precisie. Zonder de tijdelijke houten mal, het formeelwerk, was deze halve bol tijdens de bouw direct ingestort. Nu draagt het zichzelf al eeuwenlang. De overgang van de rechte koormuur naar deze ronding blijft een kritiek punt waar vaak een zware gordelboog de visuele en constructieve scheiding markeert.
Monumentale status en de Erfgoedwet
Constructieve eisen in het BBL
Kwaliteitsnormen en uitvoeringsrichtlijnen
Van Romeinse thermen naar christelijke koren
Meer over architectuur, historie en cultuur
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan architectuur, historie en cultuur