Ikbenbint.nl

cancelli

Architectuur, Historie en Cultuur C

Definitie

Cancelli zijn lage afscheidingen of balustrades, vaak van marmer of steen, die in vroegchristelijke en romaanse kerken werden gebruikt om het priesterkoor of het bema af te scheiden van het schip waar de gelovigen zaten.

Omschrijving

Oorspronkelijk werden cancelli al in de klassieke oudheid toegepast als lage borstwering of balustrade om ruimtes af te bakenen, bijvoorbeeld in rechtbanken of theaters. In vroegchristelijke kerken kregen ze de functie om de leken te scheiden van het koor, aangezien het hen na een concilie verboden was de altaarruimte te betreden. Cancelli bestaan meestal uit panelen, soms opengewerkt als transenna, gevat tussen stijlen en afgesloten met een handlijst. Ze konden versierd zijn met reliëfs of intarsia. In de loop der tijd ontwikkelden de cancelli zich tot prominentere afscheidingen zoals koorhekken, oksalen en iconostases. Het woord 'kansel' stamt tevens af van cancelli, omdat het preekgestoelte soms tegen de cancelli werd gebouwd. Ook het woord 'chancel' (Engels voor koor of priesterkoor) is afgeleid van cancelli.

Uitvoering en toepassing in de praktijk

In de praktijk werden cancelli als losse elementen opgebouwd, niet als vast metselwerk. De panelen werden in goten of sponningen van stenen stijlen geschoven en zo op hun plek gehouden. Zo kon de afscheiding relatief eenvoudig worden aangepast of verplaatst wanneer de liturgische indeling van de kerk veranderde. De panelen zelf waren meestal rechthoekig en konden zowel massief als opengewerkt zijn. Bij opengewerkte exemplaren, de zogenaamde transenna's, bleef er visueel contact mogelijk tussen het koor en het schip, wat bij massieve panelen niet het geval was. De hoogte varieerde, maar doorgaans bleven cancelli laag, vaak niet hoger dan de borsthoogte van een volwassene. Kenmerkend voor de plaatsing is dat cancelli een duidelijke grens vormden zonder het zicht volledig te blokkeren. Ze stonden opgesteld tussen de kolommen of pijlers die het koor van het schip scheidden, of in een rechte lijn voor de apsis. Soms werden ze gecombineerd met een doorgang in het midden, afgesloten door een hekje of deur. Aan de zijden van het koor konden de cancelli evenwijdig aan de wanden doorlopen, waardoor een omsloten ruimte ontstond die alleen via de centrale doorgang betreden kon worden. In sommige gevallen dienden cancelli ook als ondersteuning voor gordijnen, die tijdens bepaalde delen van de liturgie werden gesloten om het koor volledig aan het zicht te onttrekken. De opbouw was functioneel: stijlen als staanders, panelen daartussen als vulling, en een handlijst als bovenafsluiting. Deze drietrapsopbouw keert later terug in bijvoorbeeld koorhekken van hout of metaal. Waar cancelli oorspronkelijk uit steen of marmer werden vervaardigd, bleef dat materiaalgebruik lang bepalend voor de uitstraling. De losse montage maakte het mogelijk om panelen te hergebruiken of te vervangen zonder de gehele constructie te moeten slopen. In vroegchristelijke kerken stonden cancelli vaak voor de apsis, rondom het altaar. In romaanse kerken konden ze ook op andere plekken in de kerk worden ingezet, bijvoorbeeld om kapellen of zijaltaren af te bakenen. De uitvoering bleef daarbij in essentie gelijk: lage stenen panelen, al dan niet versierd, die een ruimtelijke scheiding aanbrachten zonder de architectuur van de kerk ingrijpend te wijzigen. Bij latere toepassingen, zoals het oksaal of de iconostase, evolueerde het principe van lage panelen naar hogere, meer gesloten constructies, maar de oorspronkelijke opbouw met stijlen en panelen bleef herkenbaar.

Oorzaken en gevolgen van functieverlies

Het succes van cancelli als ruimtelijke afscheiding was tegelijkertijd hun kwetsbaarheid. Omdat de panelen los in sponningen of goten stonden, konden ze gaan werken bij het verplaatsen van de kerkvloer of wanneer de fundering van de kerk ongelijkmatig verzakte. Met name in kerken met houten vloerbalken trad zetting op, waardoor stijlen kantelden en panelen scheurden of uit hun goten schoten.

Een ander probleem deed zich voor op het grensvlak tussen steen en steen. Cancelli van marmer zijn gevoelig voor hygrische uitzetting, vooral bij wisselende luchtvochtigheid in onverwarmde kerken. Ook vorst kan in buitenkerken of halfopen structuren binnendringen via capillaire opslijging, met scheurvorming in de panelen tot gevolg. In romaanse kerken manifesteerde dit verschijnsel zich vaak eerst aan de onderzijde, waar vocht uit de vloer werd opgezogen.

De gevolgen beperkten zich niet tot het materiaalverlies. Wanneer een paneel verschoof of kantelde, verdween de strakke lijn die de cancelli juist zo kenmerkend maakte. Een afscheiding die ooit op borsthoogte een duidelijke visuele grens vormde, kon daardoor onbedoeld openingen vertonen waar de gelovigen tussendoor konden kijken, precies wat de cancelli moesten voorkomen. Versleten sponningen leidden ertoe dat panelen gingen rammelen bij het openen en sluiten van de centrale doorgang, wat het liturgische gebruik verstoorde.

Bij opengewerkte exemplaren, de transenna's, traden bovendien breuken op in de dunne steunbalkjes tussen de openingen. Deze fragiele delen overleefden eeuwen van gebruik vaak minder goed dan de massieve panelen. Het visuele contact tussen koor en schip, dat bij transenna's juist het doel was, ging verloren wanneer een deel van het paneel werd opgevuld of vervangen door massief materiaal. Dat wijzigde het karakter van de afscheiding blijvend, van open naar gesloten, van licht naar zwaar.

In de praktijk betekende dit dat cancelli relatief vaak werden gerepareerd of gereconstrueerd. Omdat de panelen los waren opgesteld, kon een beschadigd exemplaar betrekkelijk eenvoudig worden vervangen. Maar die vervangingen voegden niet altijd hetzelfde materiaal of dezelfde afmetingen toe als het origineel, waardoor de maatvoering van de hele rij op den duur kon afwijken van het oorspronkelijke ontwerp.

Varianten en verwante begrippen

Cancelli kennen grofweg twee verschijningsvormen: de massieve paneelvorm en de opengewerkte versie, de transenna. Bij massieve panelen is er geen zicht op het altaar vanuit het schip; transenna's laten juist wel visueel contact toe, maar blokkeren de doorgang. De keuze hing vaak samen met de liturgische opvattingen over de zichtbaarheid van het altaargebeuren. Opengewerkte panelen kwamen vooral voor in vroegchristelijke basilieken, massieve exemplaren vaker in romaanse kerken.

De term cancelli wordt geregeld verward met enkele verwante begrippen. Een koorhek is de latere variant, meestal van hout of metaal, die dezelfde functie vervulde maar hoger en meer gesloten kon zijn. Een oksaal is een verhoogd podium met borstwering, vaak boven een doorgang, waarop gezongen werd; dat is een structureel ander element dan de lage cancelli. De iconostase, gebruikelijk in oosters-orthodoxe kerken, is een wand van iconen die het heiligdom volledig aan het zicht onttrekt; de cancelli vormden daarvan in zekere zin de voorloper, maar zijn zelf nooit zo hoog of gesloten. Wie over 'cancelli' spreekt, bedoelt dus altijd de lage, losse stenen afscheiding, niet de latere of hogere varianten.

In de literatuur duiken ook de benamingen plutei en transennae op. Plutei zijn de massieve paneelvullingen zelf, zonder de stijlen en handlijst; transennae zijn de opengewerkte vullingen. Strikt genomen is een transenna dus een subtype van het paneel, geen zelfstandige afscheiding. Een ander woord dat soms opduikt is templon, de Griekse benaming voor de afscheiding voor het altaar, waaruit later de iconostase ontstond. Het verschil zit vooral in de schaal en het materiaal: het templon kon een colonnade met architraaf zijn, terwijl cancelli altijd laag en paneelvormig bleven.

De verwarring met 'kansel' is hardnekkig en begrijpelijk, want beide woorden delen dezelfde etymologische wortel. Toch is het onderscheid duidelijk: een kansel is een verhoogd preekgestoelte waaruit gesproken wordt, en geen afscheiding. Het feit dat preekgestoeltes in sommige kerken letterlijk tegen de cancelli werden aangebouwd, verklaart de naamsoverdracht, maar maakt ze nog geen variant van elkaar. Kortom: cancelli zijn per definitie laag, los opgesteld en functioneren als grens, niet als spreekplaats of podium.

Voorbeelden in de praktijk

Loop een vroegchristelijke basiliek binnen, zoals San Clemente in Rome, en je ziet het direct. Daar, vlak voor de apsis, rijzen de cancelpaneelen op tot heuphoogte. Marmer, bleekgeel en gladgesleten door eeuwen handen die erop steunden. Het is geen muur, geen hekwerk dat je tegenhoudt, maar een grens die je respecteert. Je kijkt eroverheen, ziet het altaar, maar je stapt er niet zomaar overheen.

In Ravenna werkt het anders. Daar staat het priesterkoor in de San Vitale afgezet met transenna's, die opengewerkte marmeren panelen met steeds herhaalde cirkels en kruisen. Het licht valt erdoorheen, werpt schaduwen op de vloer die meebewegen met de zon. Je ziet de bisschop door de openingen, flarden van zijn bewegingen, maar je staat buiten. Die half-transparante scheiding is precies het punt.

Neem een kleinere kerk, een romaanse dorpskerk in de Provence. Daar staan de cancelli niet voor de apsis maar rondom hetzijaltaar, een eenvoudige kapel in de zuidbeuk. Twee, drie panelen, meer niet. Geen stenen stijlen dit keer maar gietijzeren staanders die later zijn toegevoegd, want het originele beslag was allang verdwenen. De panelen zelf zijn hergebruikt uit een ouder bouwwerk; je ziet nog de sponningen van een vorige constructie in de zijranden. Pragmatisch, dat wel, maar het werkt nog steeds: de kapel is afgebakend zonder de ruimte te verstoren.

En dan het effect wanneer het misgaat. In een kerk waar de vloer verzakt is, zie je het verschil tussen oud en nieuw werk aan de bovenrand van de handlijst. Die loopt niet meer waterpas, buigt een centimeter of twee af bij de derde stijl. Vanaf de banken valt het niet op, maar als je ernaast staat, zie je de breuklijn in het ritme. Juist die strakke lijn, die cancelli zo kenmerkend maakt, is het eerste wat verloren gaat.

Wet- en regelgeving

Cancelli als historisch bouwonderdeel vallen niet onder een specifieke Nederlandse wet of norm. Er is geen NEN-norm die voorschrijft hoe een vroegchristelijke of romaanse balustrade eruit moet zien of hoe deze moet worden geconstrueerd. Dat is logisch: deze elementen komen in Nederland nauwelijks voor in oorspronkelijke staat, en waar ze worden aangetroffen, betreft het vrijwel altijd gereconstrueerde of gerestaureerde exemplaren in museale of kerkelijke context.

Voor restauratie of herplaatsing gelden wel algemene kaders. De Erfgoedwet beschermt rijksmonumentale kerkgebouwen, en daarmee ook de zich daarin bevindende historische interieuronderdelen zoals cancelli. Ingrepen aan beschermde monumenten vereisen een omgevingsvergunning, waarin de gemeente en vaak ook de Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed worden betrokken. De richtlijnen van de Restauratiewet en de uitgangspunten van het Verdrag van Malta, dat archeologische vondsten beschermt, kunnen eveneens relevant zijn wanneer cancelli bij opgravingen worden aangetroffen.

Het uitgangspunt bij monumentenzorg is stemmigheid, niet het letterlijk volgen van een norm. Behoud gaat voor herstel, herstel gaat voor reconstructie. Voor een losse marmeren plaat die ooit als transenna in een koorafscheiding stond, betekent dat eerst onderzoek naar de originele plaatsing en bevestiging, voordat er wordt besloten over herplaatsing of conservering.

Geschiedenis

De wortels van cancelli liggen in de klassieke oudheid, lang voordat ze hun weg vonden naar de christelijke liturgie. Romeinse rechtbanken en theaters gebruikten lage balustrades om procespartijen, toeschouwers en publiek van elkaar te scheiden. Die praktische erfenis is bepalend geweest voor het principe: een grens die niet afsluit maar wel markeert. Het Latijnse 'cancelli' betekent letterlijk traliewerk of hekwerk, en die connotatie van openheid bleef eeuwenlang hangen, ook toen de panelen massief werden uitgevoerd.

In de vroegchristelijke basiliek kreeg de cancelli een liturgische bestemming. De scheiding tussen het priesterkoor en het schip was geen architectonische keuze maar een canonieke noodzaak. Na het Concilie van Laodicea in de vierde eeuw werd leken de toegang tot de altaarruimte formeel ontzegd. Daar lag de directe aanleiding: er moest een fysieke barrière komen die zonder de zichtlijnen te doorbreken toch duidelijk maakte waar de grens lag. De klassieke balustrade werd daarvoor gekoppeld aan paneelvullingen, waardoor een nieuw type afscheiding ontstond dat in de westerse kerkbouw honderden jaren standhield.

De ontwikkeling verliep niet gelijkmatig. In de oosterse kerk evolueerden de lage panelen naar het templon, een colonnade met architraaf, en uiteindelijk naar de volledig gesloten iconostase. Het Westen koos een andere weg. Daar bleven cancelli laag en transparant, ook toen de liturgie zich in de middeleeuwen verder ontwikkelde. De romaanse periode bracht massievere en rijkere versierde exemplaren, maar de hoogte bleef beperkt tot borsthoogte. Pas met de gotiek verschoof het accent naar hogere koorhekken van hout of metaal, en verloren de stenen cancelli hun dominante rol in de kerkruimte.

Het woord zelf heeft een opmerkelijk nageslacht. 'Kansel' dankt zijn naam aan de praktijk om het preekgestoelte tegen de cancelli te plaatsen; 'chancel', het Engelse woord voor priesterkoor, is rechtstreeks aan deze balustrades ontleend. Die etymologische sporen tonen hoe diep cancelli verankerd zaten in de kerkelijke bouwpraktijk, ook toen ze als bouwonderdeel allang waren vervangen door andere vormen van afscheiding.

Veelgestelde vragen

Cancelli zijn lage afscheidingen of balustrades, vaak van marmer of steen. Ze werden in vroegchristelijke en romaanse kerken gebruikt om het priesterkoor of het bema af te scheiden van het schip waar de gelovigen zaten.

In vroegchristelijke kerken hadden cancelli de functie om de leken te scheiden van het koor. Dit kwam doordat het leken na een concilie verboden was de altaarruimte te betreden.

Cancelli bestonden meestal uit panelen, soms opengewerkt als transenna, gevat tussen stijlen en afgesloten met een handlijst. Ze konden versierd zijn met reliëfs of intarsia.
Link gekopieerd!

Meer over architectuur, historie en cultuur

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan architectuur, historie en cultuur