IkbenBint.nl

Driepasboog

Architectuur, Historie en Cultuur D

Definitie

Een boogvorm opgebouwd uit drie cirkelsegmenten die samen een klaverbladachtig silhouet vormen, vaak toegepast als decoratieve afsluiting in gotisch maaswerk.

Omschrijving

Gotiek draait om verticaal spektakel. De driepasboog is daarvan een schoolvoorbeeld. Deze boogvorm, ook wel klaverbladboog genoemd, breekt de strenge lijn van de spitsboog door drie cirkelvormige lobben te introduceren die elkaar ontmoeten in scherpe punten: de toten. Het is geen constructief dragend element in de klassieke zin van het woord maar eerder een verfijnde invulling van maaswerk of nissen waar het licht doorheen speelt. De geometrie moet precies kloppen. Tekenaars baseren de vorm op een gelijkzijdige driehoek waarbij de middelpunten van de drie cirkelsegmenten de hoekpunten vormen. Soms zie je ze in venstertraceringen, andere keren sieren ze een portaal of een sacramentshuisje. Het is een overgangsvorm die in de late romaanse periode opdook en in de hooggotiek zijn definitieve vorm vond.

Uitvoering en constructieve opbouw

De realisatie van een driepasboog stoelt op een rigoureuze passerzetting. Men vertrekt vanuit een geometrisch basisplan waarbij drie middelpunten, meestal gesitueerd op de hoekpunten van een denkbeeldige gelijkzijdige driehoek, de straal van de deelbogen dicteren. Vanuit deze gefixeerde punten worden de drie cirkelsegmenten getrokken. De geometrie dwingt de vorm. De uitvoering in natuursteen vraagt vervolgens om uiterste precisie bij het uitsteken van de toten, de scherpe overgangspunten waar de lobben elkaar raken, omdat elke afwijking de symmetrie van het klaverblad onmiddellijk verstoort.

In de praktijk wordt de boog vaak opgebouwd uit verschillende geprofileerde stenen die volgens een gedetailleerde mal zijn gehakt. Steenhouwers vervaardigen deze onderdelen los van elkaar. Pas bij de montage in het maaswerk of boven een nis worden de segmenten samengevoegd tot het sluitende geheel. Vaak fungeert de driepasboog als een invulling binnen een grotere ontlastingsboog of spitsboog. De diepte van de profilering wordt hierbij afgestemd op de gewenste schaduwwerking, waarbij de welvingen van de lobben de strakke lijnen van het omliggende metselwerk onderbreken. Het proces is een samenspel tussen wiskundige abstractie en ambachtelijke bewerking van het materiaal.

Verschijningsvormen en verwante typologieën

De ene driepasboog is de andere niet. De geometrische variatie hangt nauw samen met de periode waarin deze is toegepast. In de vroege gotiek ziet men vaak de zuivere ronde driepasboog waarbij de drie lobben exact dezelfde cirkelstraal hebben. De bovenste lob vormt dan een halve cirkel. Naarmate de stijl vorderde, ontstond de spits-driepasboog. Hierbij wordt de bovenste boogsegment niet als cirkel maar als spitsboog uitgevoerd. Dit versterkt de verticaliteit van het totale venster of portaal.

Maak onderscheid tussen de open en blinde variant. Een open driepas fungeert als tracering in een raamopening. Glas is hier de invulling. Een blinde driepas is daarentegen puur decoratief metselwerk of beeldhouwwerk tegen een gesloten wandvlak. Men ziet dit vaak bij nissen, grafmonumenten of op de borstwering van een balustrade. Soms ontstaat verwarring met het drieblad. Hoewel de vormen verwant zijn, is een drieblad vaak kleiner en ontbreekt bij dat motief de structurele boogaanzet die een driepasboog kenmerkt.

  • Scherpe driepas: De toten zijn extra geaccentueerd, waardoor een agressiever, stekelig profiel ontstaat.
  • Hoefijzer-driepas: Een zeldzamere variant met mozarabische invloeden waarbij de aanzet van de onderste lobben naar binnen wijkt.
  • Gedrukte driepas: Toegepast wanneer de beschikbare hoogte beperkt is, vaak in laat-gotische interieurelementen.

Het verschil met een klaverbladboog? Termen worden vaak als synoniem gebruikt. Toch neigt de term klaverbladboog sterker naar de algemene silhouettevorm, terwijl de driepasboog specifiek de constructieve opbouw vanuit drie middelpunten benadrukt. De profilering maakt het verschil. Een eenvoudige driepas heeft vlakke kanten. Een rijke variant bezit diepe hol- en bolvormige profielen die de schaduwwerking in de gevel dramatisch vergroten.

Praktische toepassingen en situaties

Een wandeling door een middeleeuwse kloostergang onthult de driepasboog in zijn puurste vorm. Boven de dubbele zuiltjes van de arcade zie je vaak deze drielobbige afsluiting. Het verdeelt de grotere boog in behapbare, sierlijke segmenten. Ook in interieurs van oude kerken kom je ze tegen. Denk aan een sacramentshuisje. Daar vormt de driepasboog de bekroning van een kleine opening. Soms uitgevoerd in eikenhout, vaker in fijne natuursteen zoals Baumberger kalksteen.

Kijk naar de gevel van een gotisch burgerhuis. Een blinde driepas siert daar de ruimte boven een venster of deur, de zogenaamde boogtrommel. Het metselwerk verspringt iets naar achteren. Hierdoor ontstaat een schaduwspel dat de gevel minder massief maakt. Bij restauratieprojecten van negentiende-eeuwse neogotiek zie je ze ook. Vaak serieel vervaardigd. De toten zijn daar soms minder scherp door de machinale bewerking, maar het karakteristieke klaverbladsilhouet blijft onmiskenbaar.

In een groot spitsboogvenster van een kathedraal dient de driepasboog als invulling van het bovenste maaswerk. Het vult de restvormen op. Geometrische puzzelstukken van glas en steen. De glazenier moet zijn ruiten exact snijden op de kromming van de lobben. Een fractie ernaast en het glas past niet in de sponning.

Normering en monumentale kaders

Monumentale status dicteert de juridische speelruimte. Bij ingrepen aan een driepasboog in een historisch pand is de Erfgoedwet leidend. Vergunningvrij herstel is nagenoeg nooit toegestaan bij dit soort beeldbepalend maaswerk. De technische uitvoering moet aansluiten bij de kwaliteitsnormen van de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM). Specifiek de URL 4011 voor historisch natuursteenwerk biedt het dwingende kader voor consolidatie of vervanging van de stenen segmenten. Vakmanschap is hier een wettelijke eis, geen suggestie.

Constructieve veiligheid valt onder het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Hoewel de driepasboog vaak een decoratieve invulling is, moet de stabiliteit van de omliggende constructie gewaarborgd blijven volgens de Eurocodes voor metselwerk. NEN-EN 1996 vormt hierbij de rekenkundige basis voor de drukverdeling in de boogconstructie. De Arbowet stelt bovendien strikte grenzen aan het bewerken van de natuursteen. Vrijgekomen kwartsstof bij het uitsteken van de scherpe toten moet direct bij de bron worden afgezogen. Handhaving door de Nederlandse Arbeidsinspectie is bij dit soort ambachtelijk werk een reële factor voor de uitvoerende partij.

Historische ontwikkeling en oorsprong

De driepasboog ontstond niet in een vacuüm. Het motief wortelt in de overgangsfase van de late romaanse architectuur naar de vroege gotiek, ergens aan het eind van de twaalfde eeuw. In eerste instantie was de vorm louter decoratief. Een speelse variatie op de strakke ronde boog. Maar met de opkomst van de Franse hooggotiek veranderde de status van de driepas fundamenteel. De geometrie werd leidend. Bouwmeesters in de dertiende eeuw ontdekten dat de driepasboog de ideale wiskundige invulling vormde voor de restruimtes in grote spitsboogvensters. De rayonnant stijl tilde de complexiteit naar een ongekend niveau.

Wiskundige beheersing verving de intuïtie. In de Lage Landen manifesteerde de driepasboog zich krachtig in de veertiende-eeuwse Brabantse gotiek. Het was de tijd waarin natuursteenhouwers de overstap maakten van massieve constructies naar verfijnd maaswerk. Minder steen, meer licht. De driepas fungeerde hierbij als een verstevigend element binnen de fragiele traceringen. Tijdens de late gotiek, de flamboyante fase, verloor de boog soms zijn zuivere geometrische strakheid ten gunste van beweeglijkere, vlamachtige vormen. De negentiende-eeuwse neogotiek bracht een herwaardering. Architecten zoals Pierre Cuypers grepen terug op de middeleeuwse vormentaal, maar introduceerden gestandaardiseerde verhoudingen. De handmatige perfectie van de dertiende eeuw werd vertaald naar de seriële productie van de industrialisatie. Een historische cirkel was rond.

Meer over architectuur, historie en cultuur

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan architectuur, historie en cultuur