IkbenBint.nl

Guirlande

Architectuur, Historie en Cultuur G

Definitie

Een architectonisch ornament in de vorm van een horizontaal hangende slinger van bloemen, vruchten en bladeren, aan de uiteinden bevestigd.

Omschrijving

In de bouwwereld is een guirlande veel meer dan een simpele versiering; het is een versteend eerbetoon aan de natuur en de overvloed. Vaak zie je deze ornamenten terug in de klassieke orden. Ze doorbreken de strengheid van rechte lijnen met hun organische, neerhangende vormen. De slinger suggereert een bepaald gewicht. Alsof de zwaartekracht vat heeft op de gehouwen vruchten en bladeren. In de Nederlandse architectuurhistorie, met name bij het Hollands Classicisme, werden guirlandes vaak gecombineerd met andere ornamentiek zoals cartouches of wapenschilden. Het materiaalgebruik varieert van zacht kalksteen tot robuust eikenhout voor interieurtoepassingen. De diepte van het reliëf bepaalt de werking op de kijker vanaf straatniveau. Schaduwwerking is hierbij cruciaal. Zonder schaduw verliest de guirlande zijn plasticiteit en wordt het een platte, zielloze invulling. Vakmanschap in reliëf. Een beeldhouwer moet de textuur van bladeren vangen in hard materiaal. De term is afgeleid van het Middelfranse woord voor bloemenslinger.

Uitvoering en realisatie

De vervaardiging in de praktijk

De realisatie van een guirlande vangt aan bij het nauwkeurig uitzetten van de curve op het werkvlak, waarbij de gewenste 'zeeg' of doorhanging de visuele zwaarte van het ornament bepaalt. Ambachtelijk precisiewerk. Bij natuurstenen gevelelementen kapt de beeldhouwer eerst de globale massa weg uit een massief blok, waarbij de contouren van de centrale vruchtenbundels en de zijdelingse ophangpunten langzaam zichtbaar worden uit de steen. Men hakt van buiten naar binnen. Terwijl de grove vormen worden blootgelegd, houdt de vakman de invalshoek van het zonlicht nauwlettend in de gaten; de plastiek van het beeldhouwwerk is immers volledig afhankelijk van de diepte van de schaduwen in de gemaakte holtes.

De dieptewerking ontstaat door het consequent aanbrengen van ondersnijdingen. Door materiaal achter de stenen bladeren of vruchten weg te halen, ontstaat een optische loskoppeling van de achtergrond die op grote hoogte noodzakelijk is voor de leesbaarheid van het motief vanaf straatniveau. In de restauratiepraktijk of bij interieurafwerking via stucwerk verloopt het proces vaak via het modelleren in klei of gips. Laag voor laag. Hierbij worden de fijne nerven en texturen met modelleerspatels in de nog plastische massa aangebracht voordat de definitieve uitharding plaatsvindt. Bij seriematige productie in de 19e eeuw werden guirlandes vaak in mallen gegoten en naderhand op de gevel of het plafond gemonteerd, waarbij de overgangen met de hand werden bijgewerkt om een naadloze integratie met de architectonische ondergrond te waarborgen.

Verschijningsvormen en terminologie

Een guirlande is zelden een eenzame verschijning. De term festoen geldt in de architectuur als het meest gangbare synoniem. Er is een subtiel onderscheid. Waar een guirlande in de interieurkunst vaak op lichte bloemslingers duidt, refereert een festoen vaker aan de zwaardere, architectonische reliëfs in steen. Een cruciaal onderscheid. In de Nederlandse bouwhistorie, vooral bij de zandstenen ornamentiek van het Hollands Classicisme, is de term festoen technisch gezien dominanter.

In de vormentaal maken we onderscheid op basis van de vulling. De vruchtenguirlande barst van de granaten, druiven en appels; een directe verwijzing naar overvloed en welvaart. De bloemenguirlande is fijner van aard. Vaak met rozen of acanthusbladeren. Een specifieke variant is de bucranium-guirlande. Hierbij zijn de slingeruiteinden bevestigd aan ossenschedels (bucrania), een klassieke verwijzing naar antieke offerrituelen. Het contrast tussen het dode bot en de levende flora zorgt voor een krachtige dynamiek in het gevelbeeld.

Let op de uiteinden van het ornament. Soms stopt de slinger bij de knoop of het ophangpunt, maar vaak zien we zogenaamde 'aanhangsels' of pendants. Dit zijn verticale trossen die onder de bevestigingspunten naar beneden bungelen. Ze verlengen het ornament visueel en geven het meer gewicht op de hoeken van een fries of onder een vensterbank. In de Lodewijk XVI-stijl wijkt de natuur soms voor de doekguirlande of draperie. Geen bladeren, maar gehouwen textiel. Compleet met plooien en kwasten. De dynamiek is hier minder organisch en meer geënsceneerd, passend bij de strakkere, neoclassicistische esthetiek van die periode. Het onderscheid met een festoenband is bovendien essentieel: een band is vaak een doorlopend, vlakker fries, terwijl de guirlande altijd dat karakteristieke, diepe doorhangende middendeel, de 'swag', bezit.

Praktijksituaties en herkenningspunten

Kijk omhoog tijdens een wandeling langs de Amsterdamse grachten. Bij een monumentaal pand uit de zeventiende eeuw rusten zware zandstenen guirlandes op de consoles boven de vensters. De bladeren zijn zo diep uitgehouwen dat mussen soms nestelen in de holtes achter het steen. Hier zie je de functie van de ondersnijding in de praktijk; de diepe schaduwwerking maakt de vruchtenbundels herkenbaar vanaf de overkant van het water. Zandsteen dat oogt als zacht, rijp fruit.

Binnen in een historisch interieur tref je een ander beeld aan. Een wit marmeren schoorsteenmantel in de verfijnde Lodewijk XVI-stijl. Geen robuuste trossen, maar flinterdunne bloemenslingers die aan gestileerde strikken hangen. De textuur is glad en bijna fragiel. Het contrast tussen de strakke, verticale lijnen van de schouw en de golvende beweging van de guirlande verzacht de gehele kamerstructuur. Decoratieve elegantie in een rigide kader.

Tijdens een restauratieproject wordt de technische opbouw pas echt zichtbaar. Een beeldhouwer op de steiger meet de 'zeeg' van een verweerde festoen op een fries. Is de doorhanging te flauw? Dan oogt het ornament statisch en onnatuurlijk. Hij kapt een nieuwe variant uit een vers blok Bentheimer zandsteen. Hij begint bij de dikste massa in het midden — de buik van de slinger — en werkt behoedzaam naar de verfijnde ophangpunten toe. Het is de kunst van het nabootsen van zwaartekracht in een onbuigzaam medium. Een versteende illusie van gewicht.

Kaders voor monumenten en veiligheid

Juridische bescherming en instandhouding

Bij guirlandes aan historische gevels dicteert de Erfgoedwet de omgang met deze ornamenten. Geen vrije keuze. Wanneer een pand de status van rijksmonument of gemeentelijk monument bezit, vormt de ornamentiek een integraal onderdeel van de monumentale waarde die wettelijk beschermd is. Voor het reinigen, herstellen of kopiëren van deze gehouwen slingers is bijna altijd een omgevingsvergunning vereist. De praktijk wijst uit dat de overheid hierbij toetst op behoud van historisch materiaal en ambachtelijke technieken.

Voor de technische uitvoering van restauraties vormen de uitvoeringsrichtlijnen van de Stichting Erkende Restauratiekwaliteit Monumentenzorg (ERM) de leidraad voor vakmensen. Men kijkt specifiek naar richtlijnen zoals de URL 4007 voor historisch steenhouwwerk. Hierin staan de eisen geformuleerd voor materiaalgebruik en de wijze waarop kopieën van verweerde guirlandes gehakt moeten worden. Authenticiteit is de norm.

Veiligheidsvoorschriften voor gevelelementen

Buiten de erfgoedregels valt de guirlande onder de algemene zorgplicht van het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). De eigenaar is verantwoordelijk voor de staat van het object. Omdat een stenen festoon een aanzienlijk gewicht kan hebben, is de deugdelijkheid van de verankering aan de achterliggende gevelstructuur cruciaal voor de publieke veiligheid. Loszittende ornamenten vormen een direct gevaar voor voorbijgangers en moeten conform de voorschriften voor niet-dragende bouwdelen worden gezekerd. Bij nieuwbouw of herplaatsing gelden de algemene eisen voor constructieve veiligheid, waarbij rekening wordt gehouden met windbelasting en de duurzaamheid van bevestigingsmaterialen zoals roestvaststalen doken. Veiligheid vereist periodieke inspectie.

Historische ontwikkeling van de guirlande

Ritueel werd decoratie. De guirlande vindt zijn oorsprong op het antieke altaar, waar echte bloemen en vruchten werden opgehangen als offer aan de goden. Vergankelijke natuur. De Romeinen maakten dit beeld blijvend door het in steen te houwen, vaak nog met de herkenbare ossenschedels als herinnering aan de slacht. Een macaber contrast met de frisse bladeren. In de middeleeuwse bouwkunst raakte dit klassieke motief op de achtergrond, overschaduwd door religieuze symboliek en gotische spitsbogen. De vormtaal van de oudheid werd simpelweg vergeten door de bouwmeesters van die tijd.

De wedergeboorte volgde in de renaissance. Architecten grepen terug op de oudheid om structuur en hiërarchie aan te brengen in hun ontwerpen. In de zeventiende-eeuwse Nederlanden explodeerde de toepassing. Het Hollands classicisme omarmde de festoen als hét middel om rijkdom en wereldhandel te verbeelden. Zandstenen slingers aan de grachtengordel fungeerden als de versteende visitekaartjes van de koopmanselite. Jacob van Campen zette de toon bij het ontwerp van het Paleis op de Dam. De guirlande was hier geen losse toevoeging, maar een integraal onderdeel van de architectonische geleding.

Technisch veranderde er veel in de achttiende en negentiende eeuw. Van de zware, vlezige barokvormen naar de fragiele lijnen van het neoclassicisme. De guirlande verhuisde van de buitenkant naar het interieur, vaak uitgevoerd in stucwerk of verfijnd houtsnijwerk. De industriële revolutie markeerde uiteindelijk de democratisering van het ornament. Fabrieksmatig gegoten elementen in cement of gips maakten het ornament toegankelijk voor de gewone burgerwoning. Een catalogusartikel. De hand van de meesterbeeldhouwer maakte plaats voor de mal van de fabrikant, waardoor de plasticiteit soms vervlachte tot een herhalend patroon zonder de diepe ondersnijdingen van weleer.

Meer over architectuur, historie en cultuur

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan architectuur, historie en cultuur