Halmplank
Definitie
Een constructieplaat bestaande uit een kern van onder hoge druk en hitte samengeperst stro, aan weerszijden afgewerkt met een laag papier of karton.
Omschrijving
Toepassing en verwerking
Montage in de praktijk
De montage van halmplanken in een constructie start bij de maatvoering. De platen zijn massief. Voor scheidingswanden worden de elementen doorgaans in een kader van houten of metalen U-profielen geplaatst die op de vloer en tegen het plafond zijn bevestigd. De platen schuiven hierin vast. Zaagwerk is onvermijdelijk. Bij het op maat maken komt het geperste stro vrij, wat een ruw zaagvlak oplevert dat de kern blootlegt.
Koud tegen elkaar geplaatst vormen de platen de wand. De naden tussen de afzonderlijke elementen worden in de regel afgedicht met een geschikte lijm of afgetapet met een wapeningsband om de luchtdichtheid te waarborgen en scheurvorming in de afwerking te voorkomen. Bij daktoepassingen rusten de platen direct op de gordingen. Hierbij fungeert de halmplank als zelfdragend dakbeschot, waarbij de overspanning direct wordt bepaald door de dikte van de plaat. Mechanische bevestiging geschiedt met schroeven of nagels met een verbrede kop om indrukking van de kartonnen toplaag te minimaliseren. De platen zijn hard. Voorboren is soms nodig bij dikkere varianten.
De afwerking volgt direct op de montage. De kartonnen buitenzijde is een stabiele ondergrond voor gipspleister of direct schilderwerk. Door de hoge dichtheid is de plaat weinig zuigend, wat de verwerking van stucwerk vergemakkelijkt. Leidingwerk wordt in de plaat gefreesd. Dit vraagt om precisie; te diep frezen tast de structurele integriteit van de wand aan, aangezien de sterkte voortkomt uit de combinatie van de persing en de kartonnen ommanteling. Het materiaal blijft tijdens de gehele uitvoering gevoelig voor vocht. Opslag gebeurt daarom altijd droog en vrij van de grond.
Oorzaken en gevolgen van schade
Vocht vormt de grootste bedreiging voor de integriteit van de halmplank. Hoewel de platen onder hoge druk zijn geperst, blijft stro een hygroscopisch organisch materiaal. Water binnendringend door daklekkages, optrekkend vocht of langdurige condensatie zorgt voor een onomkeerbaar proces. De interne binding van de natuurlijke lignine lost op. De strokern zet uit. Door deze zwelling verliest de plaat zijn densiteit en daarmee zijn constructieve stijfheid. De plaat wordt zompig en verliest zijn vermogen om lasten te dragen.
Schimmelgroei is een direct gevolg van een te hoog vochtgehalte. De combinatie van cellulose in het stro en de papierlaag biedt een voedingsbodem voor micro-organismen bij een relatieve vochtigheid die structureel boven de 70% ligt. Dit uit zich in verkleuringen en een karakteristieke muffe geur. Tegelijkertijd kan delaminatie optreden. De kartonnen ommanteling laat los van de kern. De plaat is dan niet langer een samenwerkend geheel, wat de stabiliteit van scheidingswanden direct ondermijnt.
Mechanische verzwakking ontstaat vaak door onzorgvuldige bewerking. Te diepe sleuven voor leidingwerk zijn berucht. Omdat de sterkte van een halmplank afhankelijk is van de opsluiting van het stro door de kartonlaag, leidt het doorsnijden van deze laag tot een significante afname van de buigstijfheid. De wand kan gaan wijken. Bij daktoepassingen leidt overbelasting door bijvoorbeeld zware isolatiepakketten of zonnepanelen zonder extra ondersteuning tot doorbuiging. Het stro wordt samengedrukt voorbij zijn elastische grens. De plaat vervormt blijvend.
Verschijningsvormen en merkverwatering
Maatvoering en afwerking
Stramit. De naam hangt onlosmakelijk aan de halmplank. Het is de standaard, de merknaam die soortnaam werd. Zoek je naar varianten, dan kom je direct uit bij de diktematen. Vijftig millimeter is de norm voor scheidingswanden. Dikker kan, 58 millimeter vaak voor daken waar net dat beetje extra overspanning nodig is. De kern blijft stro. Altijd. Maar de huid verschilt. Soms is het karton grijs en ruw, bedoeld voor een dikke laag raapwerk. Andere platen hebben een gladdere, witte papierlaag. Klaar voor de kwast of dunne finish. Het gaat om de hechting. En de stijfheid natuurlijk.
Er zijn ook specifieke varianten met een aluminium cachering. Deze fungeert als dampremmende laag. Vooral toegepast in dakconstructies waar vochttransport vanuit de woning een risico vormt voor de interne structuur van het stro. De standaardplaat blijft echter de meest voorkomende; een massieve plaat zonder toevoegingen, waarbij de variatie vooral zit in de lengtematen die tot wel 3,5 meter kunnen oplopen voor kamerhoge plaatsing.
Onderscheid met aanverwante plaatmaterialen
Vlas, houtwol en stro-elementen
Pas op met vlas. Een vlasplaat lijkt op een halmplank maar de densiteit ligt lager. Vlas is lichter, brosser bijna. Waar de halmplank met circa 400 kg/m³ echt massa toevoegt, is de vlasplaat meer een isolatieproduct dan een constructieve plaat. De interne binding verschilt wezenlijk. Dan heb je nog de houtwolcementplaat. Cementgebonden. Grijs. Volkomen andere materiaaleigenschappen. Halmplanken zijn puur organisch, op dat laagje karton en eventuele lijm voor de ommanteling na. Geen cement te bekennen.
De verwarring met moderne stro-bouwmethodieken groeit ook. Denk aan prefab stro-elementen. Die laatste zijn echter complete wandmodules met een houten constructief frame waarin los stro is geperst. De klassieke halmplank is homogeen. Een massief blok geperst goud zonder houten skelet. Ook het verschil met zachtboard is cruciaal. Zachtboard is houtvezel, veel lichter en mist de structurele integriteit om als zelfdragende wand te fungeren. Halmplanken zijn de zwaargewichten in de wereld van de biobased plaatmaterialen.
Halmplanken in de dagelijkse praktijk
Stel je een renovatie voor in een typische jaren '60 wijk. Je trekt het oude behang van een slaapkamerwand en daar verschijnt een grijsachtig karton met een doffe klank. Je boort een gat voor een schilderijhaakje. In plaats van steenstof of houtkrullen hangt er plotseling een plukje goudgeel stro aan de boorpunt. Het karton rondom het boorgat rafelt lichtjes. Dit is het klassieke moment waarop een bewoner of vakman ontdekt dat hij met Stramit te maken heeft.
Op een onafgewerkte zolder kijk je tussen de zware houten gordingen omhoog. Geen modern wit dakbeschot, maar grote, beige-grijze platen die de volledige overspanning overbruggen. De massa is voelbaar. Wanneer je je hand tegen het oppervlak legt, straalt het geen kou af zoals beton dat doet. Bij een oude, verwaarloosde lekkage zie je de kwetsbaarheid: de plaat is daar lokaal opgezwollen tot bijna anderhalf keer de oorspronkelijke dikte, het karton hangt in slappe vellen naar beneden en de strokern is veranderd in een zachte, vezelige substantie die zijn samenhang volledig kwijt is.
In de werkplaats zet je de cirkelzaag in een restant van een plaat. Een kenmerkende geur van droog hooi verspreidt zich direct door de ruimte. Terwijl het zaagblad door de taaie kern vreet, ontstaat er een rafelige, open rand waarbij de strostengels dwars doorgesneden zichtbaar zijn. De kartonnen oplaag blijft aan de bovenkant strak, maar aan de onderzijde drukt de zaag de vezels iets naar buiten. Het is een eerlijk, bijna agrarisch gezicht in een verder klinische bouwomgeving.
Brandveiligheid en het Besluit bouwwerken leefomgeving
Brandveiligheid staat centraal bij organische bouwmaterialen. Wie een bestaande woning met stramit-wanden aanpakt, krijgt onvermijdelijk te maken met de eisen uit het huidige Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL), waarbij vooral de brandveiligheidsspecificaties van organische materialen een kritische factor vormen in de vergunningverlening. De halmplank moet voldoen aan specifieke Euroklassen volgens NEN-EN 13501-1. Onbehandeld valt geperst stro vaak in een lagere klasse, maar de kartonnen ommanteling en de hoge densiteit van de persing vertragen de inbranding aanzienlijk vergeleken met los stro. In vluchtwegen gelden strengere eisen. Rookontwikkeling is hierbij een doorslaggevende parameter. Bij renovatie van dragende constructies of brandscheidingen tussen woningen dicteert het BBL dat de brandwerendheid (WBDBO) vaak moet worden opgewaardeerd met aanvullende gipsbeplating of brandvertragende coatings.
Isolatienormen en milieuprestatie
De thermische prestatie van de halmplank schuurt met moderne ambities. Met een lambdawaarde rond de 0,1 W/mK voldoet een standaardplaat van 50 mm simpelweg niet aan de huidige nieuwbouweisen voor de warmteweerstand (Rc-waarde) van de schil. Wetgeving verplicht bij ingrijpende renovaties vaak een verbetering van de isolatiewaarde. Toch scoort het materiaal hoog in de Milieuprestatie Gebouwen (MPG). De wetgeving rondom circulair bouwen en CO2-opslag bevoordeelt biobased materialen zoals deze.
| Aspect | Relevante norm / kader | Impact op toepassing |
|---|---|---|
| Brandklasse | NEN-EN 13501-1 | Bepaalt de noodzaak voor extra brandwerende afwerking. |
| Thermische isolatie | BBL (voorheen Bouwbesluit) | Vaak extra na-isolatie vereist bij dakrenovatie. |
| Milieuprestatie | MPG-berekening | Positieve bijdrage door biogene CO2-vastlegging. |
| Luchtdichtheid | NEN 2687 | Naden moeten voldoen aan de eisen voor de infiltratie van buitenlucht. |
Het gaat om de details. Een wand van halmplanken wordt in juridische zin pas als volwaardig beschouwd als de aansluitingen met de overige constructieonderdelen voldoen aan de gestelde luchtdichtheidseisen. Geen kieren. Geen tocht. De praktijkrichtlijnen voor de verwerking van plaatmaterialen vormen hierbij de leidraad om aan de functionele eisen van de wet te voldoen.
De opkomst van de biobased pionier
In de jaren vijftig en zestig draaiden de fabrieken op volle toeren voor de realisatie van duizenden dakbeschotten en scheidingswanden in de sociale woningbouw. De plaat was de standaard. Tot de jaren zeventig. De oliecrisis veranderde de spelregels voor thermische isolatie en de halmplank verloor terrein aan lichtere, beter isolerende materialen zoals minerale wol en gipskarton. De focus verschoof van massa naar R-waarde. Hoewel de productie nooit volledig stopte, verdween de plaat naar de achtergrond van de reguliere bouw. Tegenwoordig beleeft het materiaal een renaissance. Niet uit schaarste, maar gedreven door de transitie naar een circulaire bouweconomie en de behoefte aan materialen die CO2 langdurig vastleggen. De techniek is nagenoeg ongewijzigd gebleven, maar de maatschappelijke context is 180 graden gedraaid.
Gebruikte bronnen
Meer over bouwmaterialen en grondstoffen
Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwmaterialen en grondstoffen