IkbenBint.nl

Lasglas

Bouwmaterialen en Grondstoffen L

Definitie

Lasglas is een optisch filter dat schadelijke UV- en infraroodstraling blokkeert en de lichtintensiteit reduceert tot een veilig niveau voor het menselijk oog.

Omschrijving

Kijk nooit rechtstreeks in de boog. Dat is de eerste regel op elke bouwplaats waar gelast wordt. Lasglas maakt dat mogelijk. Het is een technologisch hoogstandje verpakt in een simpel stukje donker glas of een complexe vloeibare kristal-cassette. Zonder dit filter zou het hoornvlies binnen enkele seconden verbranden, een pijnlijke ervaring die bekend staat als lasogen. Het filtert niet alleen het verblindende licht weg maar blokkeert ook de onzichtbare, verraderlijke UV- en IR-stralen die dwars door je weefsel heen snijden. In de praktijk zie je vaak dat lassers een extra spatruitje gebruiken. Goedkoop plastic om het dure glas te redden van rondvliegend vloeibaar metaal. Het zicht op het smeltbad moet namelijk optimaal blijven voor een goede lasverbinding, maar de prijs voor dat zicht mag nooit je gezichtsvermogen zijn.

Praktische toepassing en filterproces

De functionele inzet van lasglas start bij de afstemming van de verduisteringsfactor op de specifieke lasmethode en de gekozen stroomsterkte. Het filter moet passen. In de praktijk wordt de glazen of kunststof cassette in het frame van een laskap of helm gemonteerd, waarbij een volledige lichtdichte afsluiting noodzakelijk is om strooilicht en reflecties aan de binnenzijde te elimineren. Bij het gebruik van passieve filters is de uitvoering fysiek bepaald; de vakman hanteert een vast ritme waarbij de kap wordt neergeklapt vlak voordat de elektrode het werkstuk raakt en de boog ontsteekt.

Bij automatische filters, de zogenaamde Auto-Darkening Filters (ADF), verloopt de uitvoering via sensorgestuurde elektronica. De sensoren detecteren de ultraviolette straling van de lichtboog binnen een fractie van een milliseconde. Een stroomstoot zorgt ervoor dat vloeibare kristallen in het filter kantelen, waardoor de lichttransmissie direct wordt gereduceerd naar de vooraf ingestelde beschermingsgraad. Het smeltbad blijft zichtbaar. De lasser kan hierdoor de toevoegmaterialen nauwkeurig sturen zonder de kap tussentijds te openen.

Type handeling Kenmerkend proces
Configuratie Selectie van DIN-waarde op basis van amperage.
Positionering Fixatie van het glas in de cassette met een voorzetruit.
Activatie Elektronische schakeling of mechanische kapbeweging.
Monitoring Observatie van het vloeibare metaal door het filtermedium.

Tijdens de uitvoering wordt het glas continu blootgesteld aan thermische belasting en spatten van vloeibaar metaal. Om de optische zuiverheid van het lasglas te behouden, is de periodieke vervanging van de externe spatruit een vast onderdeel van de werkcyclus. Vervuiling of beschadigingen aan het filteroppervlak verstoren de brekingsindex van het licht, wat de precisie van de lasverbinding direct beïnvloedt.

Statische en reactieve filtertechnieken

In de basis valt lasglas uiteen in twee hoofdcategorieën: passieve filters en automatische filters. Passief lasglas, in de volksmond vaak 'donker glas' of 'mineraalglas' genoemd, heeft een constante verduisteringsfactor. Het is een onverwoestbaar stuk gekleurd glas. De lasser kiest vooraf de juiste DIN-waarde. Geen batterijen. Geen elektronica. Alleen puur filtervermogen. Daartegenover staat de ADF-cassette (Auto-Darkening Filter). Dit is een complex samenstel van vloeibare kristallen en sensoren die binnen microseconden schakelen tussen een lichte ruststand en een donkere werkstand.

Een specifieke variant binnen de passieve groep is het goudgecoate lasglas. Hierbij is een flinterdun laagje goud op het glas opgedampt. Dit dient niet voor het uiterlijk. Het goud reflecteert tot wel 90% van de infrarode hittestraling weg van het gezicht. De lasser ervaart hierdoor aanzienlijk minder hitteopbouw achter de kap. Vooral bij zwaar laswerk met hoge stroomsterktes is dit een technisch superieure keuze boven standaard groen glas.

Materiaaldiversiteit en terminologie

Niet elk 'glas' is daadwerkelijk van glas gemaakt. Men onderscheidt:

  • Mineraalglas: De traditionele optie. Zeer krasbestendig en optisch zuiver, maar breekbaar bij vallen.
  • Polycarbonaat: Een kunststof variant. Lichtgewicht en vrijwel onbreekbaar. Ideaal voor situaties waar mechanische impact een risico vormt, al krast het sneller dan mineraalglas.

Er ontstaat vaak spraakverwarring tussen lasglas en de spatruit. Een spatruit, ook wel voorzetruitje of beschermruit genoemd, heeft geen filterende werking tegen UV- of IR-straling. Het is een opofferingslaag van helder kunststof of glas om het kostbare lasglas te beschermen tegen lasspatten. Een ander verwant begrip is de 'slijpruit'. Deze is volledig transparant en bedoeld voor mechanische bescherming tijdens het nabewerken; gebruik deze nooit om mee te lassen. De term 'laslens' wordt in de praktijk vaak als synoniem gebruikt voor de volledige ADF-cassette in moderne helmen.

Lasglas in de dagelijkse praktijk

Stel je een werkplaats voor waar een RVS-specialist aan een fijnmazig frame werkt. Hij gebruikt een TIG-toestel waarbij elke millimeter telt. Hier zie je de automatische cassette in actie: hij positioneert zijn toorts met de kap al naar beneden geklapt. Hij ziet door het heldere glas precies waar hij de boog moet trekken. Op het moment van de ontsteekvonk slaat het filter zwart. Geen onnodige bewegingen met de nek om de kap omlaag te knikken; de focus blijft volledig op de lasnaad.

Op een scheepswerf, bij het lassen van dikwandig staal met hoge stroomsterktes, is de situatie anders. De hitte is daar de grootste vijand. In de helm van de lasser zit een goudgecoat mineraalglas. Terwijl de boog de omgeving witheet verlicht, reflecteert de spiegelende laag de infraroodstraling direct terug naar buiten. De lasser houdt het hoofd letterlijk koel. Dat is geen luxe, maar bittere noodzaak om de concentratie vast te houden tijdens het leggen van meterslange rupsen.

Een korte blik op de uitrusting van een constructiewerker laat vaak een doffe spatruit zien, vol met kleine puntjes ingebrand metaal. Hij vervangt dit plastic ruitje voordat hij aan een precisieklus begint. Hij weet dat vervuild lasglas zorgt voor een vertekend beeld van het smeltbad. Zonder scherp zicht op de vloeiing van het metaal en de vorming van de slak, is een kwalitatieve lasverbinding onmogelijk. Het glas is zijn venster op het proces; zodra dat venster vertroebelt, stopt het vakmanschap.

Normering en Europese standaarden

Veiligheid is bij laswerkzaamheden geen keuze, maar een wettelijke verplichting die is vastgelegd in Europese richtlijnen. Voor passieve lasfilters is de norm NEN-EN 169 de absolute referentie. Deze norm stelt strikte eisen aan de transmissiefactoren van filters die bedoeld zijn om het menselijk oog te beschermen tegen de straling die vrijkomt bij lasprocessen en verwante technieken. Het gaat hierbij niet alleen om de reductie van zichtbaar licht, maar specifiek om de onzichtbare gevaren van UV- en IR-straling.

Bij automatische lasfilters (ADF) verschuift de regelgeving naar de NEN-EN 379. Deze standaard is complexer. Hij reguleert niet alleen de verduistering, maar ook de optische kwaliteit, de lichtverstrooiing en de afhankelijkheid van de kijkhoek. Cruciaal is de schakeltijd: de norm stelt vast hoe snel een filter moet reageren op de lichtboog om schade te voorkomen. In de rand van elk goedgekeurd glas moet een permanente markering staan. Deze codering geeft informatie over de optische klasse en de gradatie van bescherming. Ontbreekt deze markering of de CE-certificering? Dan mag het product binnen de Europese Unie niet als professioneel beschermingsmiddel worden ingezet.

Arbeidsomstandigheden en zorgplicht

De Arbowet legt een zware verantwoordelijkheid bij zowel de werkgever als de werknemer. Het is een samenspel van rechten en plichten. De werkgever moet zorgen voor de juiste Persoonlijke Beschermingsmiddelen (PBM), waarbij het lasglas specifiek moet zijn afgestemd op de stroomsterkte en de aard van het werk. De lasser is op zijn beurt verplicht deze middelen te gebruiken.

Regelgevend kaderFocuspunt voor lasglas
Arbobesluit Artikel 8Beschikbaarstelling van gecertificeerde oogbescherming.
NEN-EN 166Algemene eisen voor mechanische bestendigheid van de houder en ruit.
DIN-schalenWettelijk voorgeschreven tabel voor kleurgradatie bij specifieke ampèrages.

Het negeren van deze standaarden heeft directe juridische gevolgen bij ongevallen. Een lasser die werkt met een te lichte filterwaarde riskeert niet alleen zijn zicht, maar ook de aansprakelijkheid van het bedrijf bij arbeidsongeschiktheid. Inspectie SZW controleert hierop. Het glas moet schoon zijn. Het moet heel zijn. De certificering moet actueel zijn. Geen discussie mogelijk.

Historische ontwikkeling van lasbescherming

In de begindagen van de metaalbewerking was oogbescherming een bijzaak. Smeden vertrouwden op ervaring. Men kneep de ogen dicht of keek weg van het felste vuur. Pas met de opkomst van het elektrisch booglassen aan het eind van de negentiende eeuw werd de noodzaak voor een specifiek filtermedium onvermijdelijk. De intensiteit van de boog was simpelweg te groot voor het onbeschermde menselijke oog. De eerste oplossingen waren rudimentair. Men gebruikte donkerblauw of groen flessenglas. Dat hielp tegen de verblinding. Het bood echter nauwelijks bescherming tegen de verraderlijke ultraviolette en infrarode straling die de hoornvliezen teisterde.

Halverwege de twintigste eeuw kwam er structuur in de fabricage. De Duitse DIN-normering zette de standaard voor optische densiteit. Glasfabrikanten ontdekten dat het toevoegen van specifieke metaaloxiden aan het vloeibare glasmengsel cruciaal was. IJzer- en kobaltoxiden zorgden voor de kenmerkende donkergroene tint die we vandaag de dag nog steeds kennen in passieve filters. Deze toevoegingen absorbeerden de schadelijke straling terwijl een fractie van het zichtbare spectrum werd doorgelaten. De lasser zat echter gevangen in een statische wereld. Het glas was altijd donker. Men moest de kap handmatig op- en neerklappen bij elke start van een nieuwe lasnaad.

De grootste technologische sprong vond plaats in 1981. De Zweedse uitvinder Åke Hörnell introduceerde de eerste commercieel succesvolle automatische lasfilter (ADF). Sensoren namen het werk over. Geen mechanische nekbewegingen meer om de kap omlaag te krijgen. De vloeibare kristallen, geleend uit de opkomende LCD-technologie, reageerden binnen milliseconden op de eerste fotonen van de boog. Het was een revolutie in ergonomie en veiligheid. De laatste jaren verschuift de focus van loutere verduistering naar kleurechtheid. Waar oude filters een groenachtig, vervormd beeld gaven, laten moderne 'True Color' filters de lasser toe om het smeltbad in zijn natuurlijke kleuren te zien. Techniek ten dienste van de precisie.

Meer over bouwmaterialen en grondstoffen

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwmaterialen en grondstoffen