Bint

Secco

Afwerking en Esthetiek S

Definitie

Secco is een schildertechniek waarbij pigmenten met een bindmiddel op een droge ondergrond, zoals gedroogd pleisterwerk, worden aangebracht.

Omschrijving

De secco-techniek, letterlijk vertaald 'droog', onderscheidt zich van fresco door de toepassing op een reeds uitgeharde muur. In plaats van de pigmenten in de natte kalk te laten trekken, zoals bij fresco, vormen ze bij secco een laag óp het oppervlak. Dit vraagt om specifieke bindmiddelen zoals eiwit (tempera), lijm, olie, of zelfs kalkwater. Snelheid is een factor; je kunt doorwerken zonder te wachten tot de ondergrond droog is. Fouten zijn makkelijker te herstellen, kleuren blijven stabieler tijdens het drogen. Een nadeel, een heel belangrijk nadeel zelfs, is de gevoeligheid voor vocht. De verf is kwetsbaarder, zeker buiten. Dat betekent dat secco-werk, vooral op slecht geventileerde plekken of waar lekkage dreigt, snel kan degraderen. Toch werd het vaak gebruikt, soms ter aanvulling op fresco, om accenten te leggen, fijne details toe te voegen, of juist kleurcontrasten te creëren.

Uitvoering van Secco

Bij de secco-techniek wordt verf, bestaande uit pigmenten gebonden met bijvoorbeeld eiwit, lijm of olie, aangebracht op een volledig droge en uitgeharde ondergrond. Dit kan vers pleisterwerk zijn dat al is gedroogd, of een reeds bestaande muurafwerking. De pigmenten vormen een laag die op het oppervlak van de muur komt te liggen, in tegenstelling tot fresco waarbij de pigmenten in de natte kalk worden opgenomen. Dit proces laat toe om te werken zonder de tijdsdruk die gepaard gaat met het drogen van een natte ondergrond. Het aanbrengen van de verf gebeurt door middel van kwasten, waarbij het bindmiddel de hechting op de droge drager verzorgt. Dit maakt ook correcties tijdens het schilderen relatief eenvoudiger dan bij technieken waarbij de verf direct in de ondergrond trekt.

Oorzaak en Gevolg

De secco-techniek brengt eigen kwetsbaarheden met zich mee. Omdat de pigmenten en het bindmiddel slechts op de droge ondergrond liggen en niet erin trekken zoals bij fresco, is de hechting inherent minder robuust. Vocht, dat bij fresco de verf beschermt door integratie in de kalklaag, vormt hier een directe bedreiging. Wanneer vochtige lucht condenseert op het oppervlak, of wanneer er direct water op terechtkomt – denk aan doorslaande regen op een gevel, lekkage door een dak, of condensatie in een slecht geventileerde ruimte – kan het bindmiddel worden aangetast. Dit leidt tot het loslaten van de verflaag, het afpoederen van pigmenten, of het ontstaan van vlekken en verkleuringen. Delaminatie van de verf van de ondergrond is een typisch gevolg, wat resulteert in afbrokkelende delen en het verlies van het aangebrachte schilderwerk. De stabiliteit van secco-schilderingen is dus sterk afhankelijk van een droge en stabiele omgeving. Een gebrek daaraan, of structurele problemen die vocht de muur binnendrijven, hebben directe, nadelige gevolgen voor de duurzaamheid van het kunstwerk.

Verschillen en Varianten

Secco, letterlijk 'droog', onderscheidt zich fundamenteel van fresco. Bij fresco worden pigmenten in natte kalk ingebed, waardoor een duurzame chemische binding ontstaat. Secco daarentegen, brengt pigmenten met een bindmiddel (zoals eiwit, lijm, olie of kalkwater) aan op een droge, uitgeharde ondergrond, zoals pleisterwerk. Dit resulteert in een verflaag die op het oppervlak ligt, in plaats van erin te trekken. Hierdoor is secco gevoelig voor vocht; regen, condensatie of lekkage kunnen de verflaag aantasten en leiden tot afbladderen of afpoederen, iets wat bij goed uitgevoerde fresco veel minder snel gebeurt. Er bestaan verschillende subvarianten binnen de secco-techniek, afhankelijk van het gebruikte bindmiddel. Tempera secco (met eiwit) en olieverf secco zijn voorbeelden. Soms wordt secco ook gebruikt voor details of accenten op fresco's, om schilderwerk te voltooien nadat het fresco al droog was.

Praktische Toepassingen

Stel je voor: een interieurarchitect die een accentmuur in een restaurant wil verfraaien met een gedetailleerd patroon, maar de muur is al gestuct en droog. Secco-techniek, met een bindmiddel op basis van lijm of eiwit, is hier ideaal. Het biedt de mogelijkheid om fijne lijnen en complexe afbeeldingen aan te brengen zonder de tijdsdruk van nat werk. Denk ook aan restauratoren die historische schilderingen op droge muren willen herstellen of accentueren; secco maakt dit mogelijk. Het kan ook voorkomen op bestaande, droge ondergronden zoals gepleisterde gevels die niet direct zonlicht vangen, of binnenmuren in droge ruimtes. Het is de techniek voor snelle, op de droge muur aangebrachte decoraties. Als een schilderij op een droge, geprimede muur in een droge hal wordt aangebracht, is dit vaak een secco-toepassing.

Wet- en regelgeving

Bij het toepassen van schildertechnieken, zoals secco, die direct of indirect invloed hebben op de staat en het onderhoud van gebouwen, kunnen diverse wet- en regelgevingen relevant zijn. Denk hierbij aan het Bouwbesluit (nu onderdeel van de Omgevingswet) en algemene normen voor bouwmaterialen en afwerkingen, al worden deze specifieke schildertechnieken zelden direct in algemene bouwvoorschriften benoemd. De keuze voor een bepaalde techniek kan echter wel gevolgen hebben voor de brandveiligheid of de duurzaamheidsklasse van een afwerking, zeker als het om publieke gebouwen of monumenten gaat. Bij restauraties spelen bovendien specifieke monumentenwetten en -richtlijnen een rol, die voorschrijven hoe met historische materialen en technieken moet worden omgegaan om de integriteit te bewaren. Het is altijd raadzaam om na te gaan welke specifieke eisen van toepassing zijn op het project, mede gelet op het beoogde gebruik en de locatie van de te schilderen ondergrond.

Historische ontwikkeling

De secco-techniek, een methode om te schilderen op een droge ondergrond, kent een lange geschiedenis die nauw verweven is met de ontwikkeling van muurschilderingstechnieken. Al in de oudheid werd geëxperimenteerd met verschillende manieren om pigmenten aan muren te hechten. Terwijl fresco (al fresco) bekend stond om zijn duurzaamheid door de integratie van pigmenten in natte kalk, bood secco een alternatief voor situaties waar fresco minder geschikt was, of om specifieke effecten te bereiken. Het gebruik van bindmiddelen zoals eiwit, lijm, of olie op reeds gedroogd pleisterwerk maakte het mogelijk om sneller te werken en kleurcorrecties toe te passen. Deze flexibiliteit was met name waardevol in de Byzantijnse en Middeleeuwse perioden, waar religieuze en decoratieve muurschilderingen vaak in kerkinterieurs werden aangebracht. Later, tijdens de Renaissance en daarna, bleef secco een belangrijke techniek, vaak gebruikt om de fijnere details en levendigere kleuren van fresco's aan te vullen of te corrigeren, met name daar waar de ondergrond geen natte toepassing toeliet of waar een specifiek esthetisch resultaat nagestreefd werd. De inherente kwetsbaarheid voor vocht bepaalde echter wel sterk de toepassingsgebieden, met name binnenshuis of op beschutte buitengevels, in tegenstelling tot de robuustere fresco-technieken die veelal buiten op grote schaal werden toegepast.

Veelgestelde vragen

Secco is een schildertechniek waarbij de verf wordt aangebracht op een droge ondergrond, zoals gedroogd pleisterwerk. De naam is afgeleid van het Italiaanse woord voor 'droog'.

Bij secco wordt de verf op een reeds droge pleisterlaag aangebracht, terwijl bij fresco op natte kalk wordt geschilderd. Hierdoor blijven bij secco de pigmenten op het oppervlak liggen, in tegenstelling tot fresco waar ze in de natte ondergrond trekken.

Voordelen zijn dat het sneller is, fouten makkelijker te corrigeren zijn en de kleuren minder veranderen tijdens het drogen. Een nadeel is dat de verf op het oppervlak blijft liggen, wat de techniek gevoeliger maakt voor vocht en andere weersinvloeden.
Link gekopieerd!

Meer over afwerking en esthetiek

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan afwerking en esthetiek