IkbenBint.nl

Gording

Constructies en Dragende Structuren G

Definitie

Een gording is een horizontale balk die in de lengterichting van een hellend dakvlak loopt om de dakbedekking en bijbehorende belastingen te dragen. Deze ligger brengt de krachten over naar de dragende muren of de achterliggende spantconstructie.

Omschrijving

Gordingen vormen de horizontale ruggengraat van een kapconstructie. Ze liggen evenwijdig aan de nok en dragen het dakbeschot of de dakplaten direct over aan de hoofddraagconstructie, zoals de kopgevels of tussenliggende spanten. Het ontwerp van een gordingenkap is traditioneel en effectief. De balken vangen niet alleen het eigen gewicht op, maar ook variabele belastingen door winddruk en sneeuwophoping. In de civiele techniek kom je de term ook tegen bij kades en damwanden. Daar dient de gording als horizontale versteviging die de individuele elementen van de wand koppelt en beschermt tegen mechanische schade.

Toepassing en uitvoering in de praktijk

Bij de realisatie van een kapconstructie worden gordingen horizontaal en haaks op de dakhelling gepositioneerd. De balken overbruggen de ruimte tussen dragende muren of spantbenen. Montage begint meestal onderaan. In traditionele houten kappen rusten deze liggers vaak in vooraf uitgehakte kepen of op robuuste consoles die aan de spanten zijn bevestigd. De hart-op-hart afstand is leidend. Deze maatvoering dicteert hoe het dakbeschot de neerwaartse druk en windbelasting uiteindelijk naar de hoofddraagconstructie transporteert.

Bij aanzienlijke lengtes vindt de koppeling van balken plaats boven de ondersteuningspunten. Een liplas of schuine las waarborgt hierbij de noodzakelijke stijfheid van de verbinding. Staalbouw hanteert een afwijkende methodiek. Hier fungeren koudgewalste profielen, zoals de bekende Z-gording, als horizontale dragers die rechtstreeks op de spanten worden gebout. Door profielen bij de steunpunten te laten overlappen, ontstaat een doorgaande ligger met een hogere draagkracht en minder doorbuiging.

In de civiele techniek, specifiek bij de constructie van damwanden, worden gordingen juist tegen de buitenzijde van de wandelementen getrokken. Zware boutverbindingen of ankerstangen fixeren het geheel aan de wandplanken. De gording fungeert daar primair als verdeelbalk. Het lijnt de individuele, vaak ietwat verschoven damplanken uit tot een strakke, solide wand. Geen ingewikkelde procedures, maar een directe mechanische koppeling die de stabiliteit van de kade- of bouwkuipborging over de gehele lengte garandeert.

Classificatie naar materiaal en vorm

In de utiliteitsbouw en grootschalige hallenbouw wijkt de materiaalkeuze drastisch af van de klassieke woningbouw. Waar de traditionele timmerman grijpt naar massief vurenhout, kiest de staalbouwer voor koudgewalste profielen. De Z-gording is hierbij de onbetwiste standaard. Dankzij de asymmetrische flenzen zijn deze profielen nestbaar; ze schuiven in elkaar bij de steunpunten. Dit creëert een continubalk-effect dat de doorbuiging minimaliseert. C-gordingen vormen het alternatief, vaak ingezet bij randafwerkingen of kozijnopeningen waar een rechte zijde noodzakelijk is voor de montage van zetwerk.

Houten varianten kennen een splitsing tussen massief balkhout en industrieel samengestelde producten. Voor standaard overspanningen volstaat geschaafd vuren (vaak sterkteklasse C24). Wordt de afstand tussen spanten groter dan vijf meter? Dan komt gelamineerd hout of Kerto (gelamineerd fineerparkethout) in beeld. Deze varianten trekken minder snel krom. Ze bezitten een hogere stijfheid per vierkante millimeter doorsnede.

Positionele verschillen in de kap

De specifieke plek in het dak bepaalt de naamgeving. Men onderscheidt drie typen:

  • Nokgording: De hoogst gelegen balk die de twee dakvlakken in de punt verbindt.
  • Tussengording: De reguliere gordingen die het tussenliggende dakvlak ondersteunen.
  • Muurplaat: Strikt genomen de onderste horizontale ligger, al fungeert deze meer als overgang tussen metselwerk en kapconstructie.

Een hardnekkig misverstand is de verwarring met sporen. Het onderscheid is simpel. Gordingen lopen horizontaal. Sporen volgen de helling van het dak van nok naar goot. In een gordingenkap liggen de balken ver uit elkaar, terwijl een sporenkap bestaat uit een dicht woud van verticale latten of balkjes die geen horizontale ondersteuning van gordingen behoeven, behalve bij de nok en de voet.

Civieltechnische varianten

Buiten de dakconstructie transformeert de gording tot een robuust koppelelement. In de waterbouw spreken we over staalgordingen of houten gordingen bij damwanden. Hier is de functie niet dragend voor een dakvlak, maar stabiliserend voor de wand. Een dubbele gording klemt de damwandplanken tussen twee profielen in. Dit voorkomt dat individuele planken uit het lood gedrukt worden door grondwaterdruk. Geen esthetiek. Puur mechanische dwang.

Gordingen in de dagelijkse bouwpraktijk

Stel je een zolderrenovatie voor in een typische jaren '30 woning. Wanneer je de gipsplaten verwijdert, kijk je direct tegen het houten skelet van de kap aan. Je ziet dikke vuren balken die horizontaal van de ene naar de andere zijmuur lopen, precies evenwijdig aan de vloer. Dit zijn de gordingen. Ze dragen het gewicht van de dakpannen en zorgen ervoor dat je veilig naar de nok kunt kijken zonder dat het dak doorbuigt onder een dik pak sneeuw.

In een moderne bedrijfsloods ziet de situatie er anders uit. Geen zwaar hout, maar slanke, verzinkte stalen profielen. De monteur tilt een Z-gording op zijn plek en bout deze vast op het stalen spant. Bij de verbinding zie je de profielen over elkaar heen schuiven. Dit 'nesten' zorgt voor een ijzersterke koppeling. Het oogt licht, bijna fragiel vergeleken met massief hout, maar de constructieve stijfheid is enorm.

Langs de waterkant kom je de gording ook tegen, maar dan in een brute vorm. Bij de aanleg van een nieuwe kademuur zie je een zware stalen U-balk die horizontaal tegen de damwandplanken wordt getrokken. Geen verfijnde afwerking hier. Dikke ankerstangen steken door de gording heen om de wand in het gareel te houden. Het is het onzichtbare anker dat voorkomt dat de kade de gracht in schuift bij zware belasting van bovenaf.

Constructieve kaders en normering

Wettelijke kaders en Eurocodes

Constructieve veiligheid is geen suggestie maar een harde eis in het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL). Geen gokwerk. De dimensionering van een gording volgt direct uit de Eurocodes. Voor houten kappen is NEN-EN 1995 de bijbel. Staalbouw grijpt naar NEN-EN 1993. Een gording moet aantoonbaar bestand zijn tegen de krachten die erop inwerken. Sterkteklasse C24 is vaak de ondergrens voor massief naaldhout. CE-markering op het hout is verplicht. Zonder dit stempel is de herkomst en sterkte ongewis.

Belastingen worden bepaald via NEN-EN 1991. Winddruk. Sneeuwval. Eigen gewicht. Een gording in windgebied 1, aan de kust bij Den Helder, krijgt het zwaarder te verduren dan een ligger in de luwte van een Limburgse heuvel. De constructeur rekent met uiterste grenstoestanden. Bezwijken is onacceptabel. De bruikbaarheidsgrenstoestand kijkt naar doorbuiging. Een dak mag niet ogen als een hangmat. Meestal geldt een limiet van 0,004 maal de overspanning voor de bijkomende doorbuiging. Strakke lijnen zijn de norm.

In de civiele techniek, bij damwanden, gelden specifieke richtlijnen zoals de NEN-EN 1997 voor geotechnisch ontwerp. Gronddruk is hier de dominante factor. De gording moet de krachten uit de damplanken uniform verdelen over de ankerstangen. Hier telt niet alleen de buigstijfheid, maar ook de weerstand tegen corrosie in een agressief milieu. Staalkwaliteit S355 is hier vaker regel dan uitzondering. Geen ruimte voor corrosie-overschrijdingen die de stabiliteit van een kade in gevaar brengen.

Evolutie van de kapconstructie

Van eikenhouten massa naar naaldhout

De gording is een constructief overblijfsel uit de tijd dat daken nog massieve eiken geraamtes waren. Middeleeuwse kapconstructies vertrouwden op loodzware balken. Deze werden met pen-en-gatverbindingen verankerd in de spanten. Brute massa verdween. De rekenliniaal kwam. Waar men voorheen vertrouwde op de intuïtie van de meester-timmerman en de natuurlijke stijfheid van dikke eiken stammen, dwong de schaarste in de zeventiende eeuw tot een overstap naar lichter naaldhout. Dit vurenhout kwam via vlotten over de Rijn of per schip uit de Baltische staten. Het was buigzamer. De constructielogica verschoof noodgedwongen van overgedimensioneerd eiken naar berekende tussenafstanden in vuren. Een pragmatische transitie die de basis legde voor de huidige woningbouw.

Industrialisatie en de opkomst van staal

Standaardisatie en koudgewalste profielen

De negentiende eeuw bracht de Woningwet en daarmee de eerste vormen van regulering. Geen handgekapte boomstammen meer. Industrieel gezaagd hout met vaste kopmaten werd de norm. Met de opkomst van de grootschalige utiliteitsbouw in de twintigste eeuw transformeerde de houten balk echter radicaal. Staal nam het stokje over. De introductie van koudgewalste profielen markeerde een breuk met de eeuwenoude traditie. Efficiëntie werd leidend. De Z-gording ontstond niet uit esthetiek, maar uit de behoefte om materiaal te besparen bij steeds grotere overspanningen in fabriekshallen en loodsen. Het ambacht van de timmerman maakte hier definitief plaats voor de precisie van de staalbouwer. De gording werd een product van de lopende band. Lichtgewicht. Nestbaar. Mechanisch superieur aan zijn houten voorganger.

Meer over constructies en dragende structuren

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan constructies en dragende structuren