IkbenBint.nl

Klepraam

Bouwkundige Onderdelen en Toebehoren K

Definitie

Een raam dat aan de bovenzijde scharniert en aan de onderzijde naar buiten toe openklapt.

Omschrijving

De werking van een klepraam berust op een horizontale draaias aan de bovenstijl van het raamhout. Bij het openen beweegt de onderdorpel van de vleugel zich van het kozijn af, waardoor een opening ontstaat die uitermate geschikt is voor natuurlijke ventilatie. Men ziet deze ramen vaak terug als bovenlicht in combinatie met een groter kozijn of boven een buitendeur. Het is de klassieke methode om luchtcirculatie te bevorderen zonder direct hinder te ondervinden van inwaaiend stof of lichte neerslag. De term wordt in de praktijk vaak door elkaar gebruikt met 'uitzetraam', al duidt die laatste vaak op grotere raamvlakken in de utiliteitsbouw.

Uitvoering en werking in de praktijk

De installatie vangt aan met de montage van de scharnieren aan de bovenzijde van het raamhout en de bovendorpel van het kozijn. Hierdoor ontstaat de kenmerkende horizontale draaias. Het afhangen luistert nauw. Er moet voldoende ruimte blijven voor de draaicirkel van de onderregel, die immers naar buiten toe wegzwengt. In de sponning worden tochtprofielen aangebracht die bij sluiting rondom worden aangedrukt. Dit voorkomt ongewenste luchtstromen. De bediening vindt aan de onderzijde plaats.

Eerst de ontgrendeling. Daarna het uitzetten. Handmatige bediening geschiedt meestal met een raamuitzetter, variërend van een klassiek gaatjesijzer tot een moderne telescopische variant. De laatste geniet vaak de voorkeur vanwege de traploze verstelbaarheid en de ingebouwde weerstand tegen windvlagen. Bij ramen op grote hoogte of moeilijk bereikbare plekken, zoals bovenlichten in een trappengat, valt de keuze geregeld op een spindelbediening of een elektrische kettingmotor. Deze mechanieken trekken de vleugel strak in het kader of duwen deze juist gecontroleerd naar buiten. De afwatering is een specifiek aandachtspunt tijdens de uitvoering; een welstuk of een waterhol aan de onderzijde van de vleugel zorgt dat regenwater niet de constructie in loopt maar direct naar buiten wordt afgevoerd.

Terminologie en schaalverschillen

In de bouwwereld vervaagt de grens tussen een klepraam en een uitzetraam regelmatig. Formeel spreken we van een klepraam bij kleinere glasoppervlakken, zoals de karakteristieke bovenlichtjes in oude herenpanden of de smalle ventilatiestroken boven een vast raam. Het uitzetraam is de robuustere broer. Groter. Zwaarder. Vaak toegepast in de utiliteitsbouw of als hoofdraam in moderne woningen. De mechaniek blijft in de basis gelijk, maar de hardware verschilt wezenlijk; waar een klepraam genoeg heeft aan eenvoudige scharnieren, vraagt een uitzetraam om frictiescharnieren of zware uitzetijzers om het gewicht van het glas te dragen.

Het cruciale verschil met het valraam

Verwarring troef. Vaak worden de termen klepraam en valraam lukraak door elkaar gebruikt, terwijl ze elkaars tegenpool zijn. Een valraam scharniert aan de onderzijde. Het valt naar binnen toe open. Een klepraam scharniert bovenaan en beweegt naar buiten. Dit onderscheid is essentieel voor de detaillering van de waterkering. Bij een klepraam fungeert de vleugel zelf als een afdakje tegen de regen. Een valraam daarentegen vraagt om een interne waterafvoer in het kozijn omdat inregenen bij geopende stand onvermijdelijk is. Twee werelden van verschil in een ogenschijnlijk vergelijkbaar kader.

Varianten in materiaal en beslag

De uitvoering varieert sterk per bouwstijl. We onderscheiden de volgende typen:

  • Het klassieke houten klepraam: Vaak met een geprofileerd welstuk en bediend met een gaatjesuitzetter. Authentiek en ambachtelijk.
  • Het verdekt liggende uitzetraam: Veelal in aluminium vliesgevels waarbij de scharnieren en de bediening volledig in de profielen zijn weggewerkt.
  • Klepventilatieramen: Extreem smalle varianten die puur dienen voor spuiventilatie, vaak voorzien van een fijnmazig horgaas aan de buitenzijde.

Sommige moderne varianten zijn uitgerust met 'parallel-uitzetbeslag'. Hierbij komt het raam in zijn geheel naar buiten toe, parallel aan de gevel, in plaats van te kantelen. Hoewel technisch gezien geen puur klepraam meer, wordt het in de praktijk vaak onder dezelfde noemer geschaard vanwege de identieke ventilatiefunctie.

Praktijkvoorbeelden en toepassingen

Een dertiger jaren tussenwoning. Boven de openslaande tuindeuren prijken drie kleine bovenlichten. In de zwoele zomeravond blijven deze klepramen openstaan voor een constante luchtstroom, terwijl de deuren zelf stevig vergrendeld zijn. Inbraakwerend ventileren. De bewoners hoeven niet bang te zijn voor een plotselinge regenbui; de schuine stand van het glas fungeert als een afdakje en voert het water direct af naar de tuin.

De moderne kantooromgeving

Denk aan een strakke vliesgevel van een kantoorpand. Hier zie je de gemotoriseerde variant in actie. Eén druk op de knop. Tientallen smalle glasstroken klappen gelijktijdig aan de onderzijde naar buiten voor geautomatiseerde nachtkoeling. De kettingmotoren zijn onzichtbaar weggewerkt in het aluminium profiel. Ze houden de zware glasbladen stabiel, zelfs bij stevige wind op grotere hoogte.

Sanitaire ruimtes en privacy

De badkamer op de eerste verdieping. Privacy is cruciaal, maar de stoom moet weg. Een hooggeplaatst klepraam met matglas biedt de oplossing. Doordat het raam naar buiten draait, blijft de beperkte ruimte binnen volledig vrij voor de douchecabine of een spiegelkast. Geen hinder van een raamvleugel die bij het openen tegen de verlichting tikt of de doorgang blokkeert. Simpel. Doeltreffend.

Keukenventilatie

Een druilige middag in de keuken. De soep kookt. Damp slaat tegen de ruiten. Je draait de telescopische uitzetter aan de onderzijde van het bovenlichtje open. Verse lucht stroomt direct naar het plafond waar de warmte zich ophoopt. Regenwater drupt ondertussen ongehinderd van het raamhout op de buitenvensterbank. De binnenzijde van het kozijn blijft kurkdroog.

Normering en wettelijke kaders

Het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL) dicteert de minimumeisen voor ventilatie in zowel nieuwbouw als bestaande situaties. Een klepraam fungeert hierbij vaak als cruciale component voor de spuiventilatie. De rekenmethode in NEN 1087 bepaalt hoe effectief de opening van een klepraam werkelijk is. Dit hangt direct samen met de netto oppervlakte en de maximale openingshoek die de uitzetter toelaat. Ventilatiecapaciteit is geen gokwerk.

Inbraakwerendheid en veiligheid

Inbraakpreventie is een heikel punt bij naar buiten draaiende ramen. Volgens de richtlijnen van het Politiekeurmerk Veilig Wonen (PKVW) en de norm NEN 5096 moeten bereikbare klepramen voldoen aan specifieke weerstandsklassen, meestal RC2. Een simpel gaatjesijzer volstaat dan niet. Er moet gekozen worden voor afsluitbaar beslag of barrièrestangen indien de opening groter is dan 15 centimeter. Veiligheid vereist strikte keuzes. Voor beglazing op lage hoogte, hoewel zeldzaam bij klassieke klepramen, schrijft NEN 3569 letselveilig glas voor om snijwonden bij onverhoopte breuk te voorkomen.

AspectRelevante Norm / WetKernpunt
VentilatiecapaciteitNEN 1087 / BBLBepaling van de luchtstroom bij spuiventilatie.
InbraakwerendheidNEN 5096 / SKGMinimaal weerstandsklasse 2 voor bereikbare ramen.
VeiligheidsglasNEN 3569Toepassing van gelaagd of gehard glas bij doorvalrisico.
BedieningNEN-EN 13115Classificatie van krachten voor het openen en sluiten.

De CE-markering is verplicht voor complete gevelelementen. Dit bevestigt dat het klepraam voldoet aan de Europese productnorm EN 14351-1. Fabrikanten moeten hierbij prestaties opgeven over windbelasting, waterdichtheid en luchtdoorlatendheid. Details maken het verschil tussen een tochtgat en een hoogwaardig bouwelement.

De evolutie van natuurlijke ventilatie

De geschiedenis van het klepraam is onlosmakelijk verbonden met de evolutie van de Nederlandse woningbouwwetgeving en de strijd tegen vochtige leefomstandigheden. Tot diep in de negentiende eeuw bleef ventilatie vaak beperkt tot kieren of het volledig openen van zware schuiframen. Een onpraktische methode bij neerslag. De omslag kwam met de Woningwet van 1901. Architecten en bouwmeesters zochten naar manieren om gecontroleerd te luchten zonder de thermische schil volledig te doorbreken. Het bovenlicht met een horizontale draaias aan de bovenzijde bood de technisch eenvoudigste oplossing. In de jaren twintig en dertig beleefde het klepraam een esthetische en technische hoogtijdagen in de houtbouw. Karakteristieke bovenlichten in de Amsterdamse School. Ambachtelijk vervaardigd raamhout met geprofileerde welstukken. Vaak gecombineerd met glas-in-lood. Tegelijkertijd zorgde de opkomst van het modernisme voor een verschuiving naar staal. In scholen en sanatoria uit die periode zie je de eerste industriële uitzetmechanieken verschijnen. Robuuste bedieningsstangen die via een centrale as meerdere ramen tegelijk konden aansturen. Na de Tweede Wereldoorlog dwong de materiaalbeperking tot standaardisatie. Systeemwoningbouw. De eerste NEN-normen transformeerden het klepraam van een timmermansproduct naar een gestandaardiseerd bouwelement met vaste sponningmaten. Aluminium profielen deden hun intrede in de jaren zestig. De focus verschoof langzaam van lichte ventilatie naar spuicapaciteit en inbraakveiligheid. Vandaag de dag dicteert elektronica de evolutie. Mechanische spindels maken plaats voor kettingmotoren die via sensoren reageren op CO2-concentraties. Een directe lijn van het negentiende-eeuwse houten luikje naar de slimme gevel van nu.

Meer over bouwkundige onderdelen en toebehoren

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwkundige onderdelen en toebehoren