Ikbenbint.nl

Trapbordes

Bouwkundige Onderdelen en Toebehoren T

Definitie

Een trapbordes is een horizontaal platform, integraal onderdeel van een trap, dat dient als rustpunt of om een noodzakelijke richtingsverandering mogelijk te maken, meestal tussen trappartijen.

Omschrijving

Cruciale punten, die bordessen. Niet zomaar een plateau; het is een essentieel onderdeel van de verticale ontsluiting binnen elk gebouw. Een trapbordes biedt een welkome onderbreking, zeker bij lange, hoge trappen waar zonder zo’n platform de klim ronduit vermoeiend zou zijn. Denk aan een kantoorgebouw van zes verdiepingen, of een appartementencomplex; ondenkbaar zonder. Het bordes fungeert bovendien als draaipunt. Een kwartslag- of halfslagtrap, ze leunen zwaar op de aanwezigheid van een degelijk bordes om de looprichting veilig en comfortabel te wijzigen. Een bouwkundige zal de esthetische én praktische waarde ervan direct inzien: het draagt bij aan een logische circulatie en, wat nog belangrijker is, aan de veiligheid. Een stabiel, breed platform vermindert immers de kans op ongevallen significant. Dit is geen detail, het is een kernfunctie.

Typen & Varianten

Typen en Varianten van een Trapbordes

Een bordes is nooit zomaar een platform; het is een essentieel architectonisch en constructief element, en de exacte verschijningsvorm hangt sterk af van de functionele eisen en de ruimtelijke context. Denk niet dat er één soort is, verre van. De typologie van bordessen laat zich hoofdzakelijk indelen op basis van hun ligging en de draaibeweging die zij mogelijk maken.

De meest voorkomende varianten zijn het kwartslagbordes en het halfslabordes. Een kwartslagbordes realiseert een hoek van negentig graden in de looprichting van de trap. Het is een compacte, efficiënte oplossing voor trappen die van richting moeten veranderen in een relatief beperkte ruimte, zie je veel in kleinere trappenhuizen of bij een beperkt vloeroppervlak. Het halfslabordes daarentegen maakt een omkering van honderdtachtig graden mogelijk, vaak door twee trapvluchten parallel aan elkaar te laten lopen. Deze opzet, frequent toegepast in bijvoorbeeld appartementencomplexen of openbare gebouwen, zorgt voor een meer geleidelijke en comfortabele overgang tussen verdiepingen.

Daarnaast kennen we het tussenbordes, dat puur fungeert als rustpunt in een lange, rechte trapvlucht, zonder de looprichting te veranderen. Een welkome onderbreking voor wie veel treden moet overbruggen, vermindert het valrisico aanzienlijk bij lange, doorlopende trappen. En dan is er nog het etagebordes, dat zich op verdiepingsniveau bevindt en de overgang van de trap naar de vloer markeert. Hier kan gemakkelijk verwarring ontstaan met de term 'overloop', maar er is een subtiel doch belangrijk onderscheid. Een etagebordes is intrinsiek onderdeel van de trapconstructie, de afsluiting van een trapvlucht op een verdieping, ontworpen om de doorstroming naar de volgende etage te sturen. Een overloop daarentegen is een bredere verkeersruimte op een verdieping die meerdere kamers ontsluit en waar mogelijk een trap op uitkomt. Het bordes is de specifieke zone direct bij de trap, de overloop is het bredere vloergebied eromheen. Cruciaal dat je dit onderscheid scherp hebt, zeker in de bouwpraktijk.

Voorbeelden uit de Praktijk

Voorbeelden uit de Praktijk

Een trapbordes is overal, onopvallend maar cruciaal. Neem dat typische rijtjeshuis: vaak zie je daar, na een vlucht van een trede of acht, negen, een platform waar de trap een kwartslag draait. Dit is een klassiek kwartslagbordes, slim ingezet om de trap in het compacte trappenhuis te laten passen zonder onhandige wankele aantrede. Essentieel voor de routing naar de eerste verdieping, een veilige draai waar je even op adem komt, zelfs bij die relatief korte afstand.

Of stel je een oud herenhuis voor, waar in de centrale hal een majestueuze trap naar boven slingert. Vaak bestaat deze uit twee parallelle vluchten met daartussen een breed platform dat de trap honderdtachtig graden doet keren. Dat is een halfslabordes, functionerend niet alleen als rustpunt maar ook als architectonisch statement, een centrale as in de verticale circulatie. Denk aan een appartementencomplex; op elke verdieping vind je zo’n bordes, waar de ene trapvlucht eindigt en de volgende – terug in de oorspronkelijke richting – begint.

Die lange, rechte kantoortrappen, zeker in gebouwen van vijf, zes verdiepingen of meer, die zijn haast ondenkbaar zonder. Halverwege zo’n lang stuk treden kom je dan een simpel, rechthoekig platform tegen, zonder richtingsverandering. Een puur functioneel tussenbordes, daar om even te pauzeren, de benen te strekken, en het valrisico bij een uitglijder te minimaliseren. Een geniale doch simpele ingreep. Zonder zo’n bordes zou je die honderden treden in één ruk moeten nemen, een vermoeiende, potentieel gevaarlijke onderneming.

En elkmaal wanneer je een verdieping betreedt via een trap, sta je direct op een etagebordes. Dit is het platform waar de trap eindigt en de verdiepingsvloer begint. Het is niet de hele gang of overloop; het is dat specifieke vlak waarop je uitstapt, voordat je verder de ruimte in loopt. Denk aan de overgang van de trap naar de hal op de eerste verdieping van je eigen woning; dát concrete vlak is het etagebordes, het vormt de overgang, geleidt de stroom mensen die boven aankomen.

Wet- en regelgeving

De inrichting en constructie van trappen en bijbehorende bordessen vallen in Nederland onder strikte bepalingen van het Besluit bouwwerken leefomgeving (BBL), voorheen bekend als het Bouwbesluit 2012. Dit is geen vrijblijvende leidraad, maar een set dwingende voorschriften die de veiligheid en toegankelijkheid van gebouwen garanderen. Een architect of bouwer kan dus niet zomaar een bordes ontwerpen; de afmetingen, de maximale helling van de trap waartoe het behoort, en de aanwezigheid van leuningen zijn tot in detail gespecificeerd, allemaal ter voorkoming van ongelukken en het bevorderen van gebruiksgemak voor iedereen. Het BBL stelt bijvoorbeeld eisen aan de maximale lengte van een trapvlucht zonder onderbreking. Zo'n eis dwingt af dat er, na een bepaald aantal treden, een bordes wordt ingepland. Dat is puur functioneel: het creëert een noodzakelijk rustpunt en beperkt de valhoogte bij een eventuele misstap, wat cruciaal is voor de veiligheid in bijvoorbeeld hoge appartementencomplexen of utiliteitsgebouwen. Een ononderbroken trap met te veel treden zou onverantwoord vermoeiend en daarmee gevaarlijk zijn. De normen voor de breedte en diepte van een bordes zijn eveneens vastgelegd. Dit zorgt ervoor dat een bordes niet alleen een rustpunt is, maar ook voldoende manoeuvreerruimte biedt, met name bij richtingsveranderingen van de trap. Denk aan de noodzakelijke ruimte voor mindervaliden of het verplaatsen van objecten. De exacte specificaties variëren afhankelijk van de gebruiksfunctie van een gebouw, maar de kern blijft overal dezelfde: een veilig en bruikbaar bouwdeel creëren. De afmetingen van het bordes, de vrije doorgang en de aansluiting op de traptreden en eventuele balustrades moeten naadloos voldoen aan de gestelde normen.

Historische Ontwikkeling

De geschiedenis van de trap, en daarmee die van het trapbordes, strekt duizenden jaren terug. Aanvankelijk waren trappen vaak rudimentair, veelal directe, ononderbroken series van treden om hoogteverschillen te overbruggen – denk aan Egyptische piramides of vroege Romeinse bouwwerken. De menselijke behoefte om hoger te reiken, om meerdere verdiepingen in een constructie te creëren, zette een ontwikkeling in gang die veel verder ging dan de simpele stijging.

Naarmate gebouwen complexer en hoger werden, vooral vanaf de Middeleeuwen met de bouw van kastelen en kathedralen, manifesteerde de noodzaak voor een onderbreking zich. Een te lange trapvlucht was immers vermoeiend en onveilig. Het bordes, als rustpunt, ontstond hieruit; een functionele ingreep die mensen de kans bood even op adem te komen voordat de volgende klim werd ingezet. Bovendien, in een tijdperk zonder liften, was het verplaatsen van goederen via trappen een zware klus. Een horizontaal vlak om even te manoeuvreren of lading te herpositioneren, dat bood uitkomst.

De architectonische vormgeving van trappenhuizen onderging ook een evolutie. Waar aanvankelijk rechte trappen domineerden, noodzaakten ruimtelijke beperkingen en esthetische overwegingen tot het introduceren van richtingsveranderingen. Het kwartslag- en halfslabordes ontwikkelden zich tot cruciale elementen die efficiënte verticale circulatie mogelijk maakten binnen de begrenzingen van een gebouw. Dit was geen louter functionele keuze; in veel paleizen en openbare gebouwen werden bordessen onderdeel van grandioze, representatieve trappen die statuur en rijkdom uitstraalden, zorgvuldig geïntegreerd in het totale ontwerp. Denk aan de imposante entreehallen uit de Renaissance en Barok.

Met de opkomst van de industriële revolutie en de daaropvolgende massale verstedelijking, ontstond de behoefte aan gestandaardiseerde, veilige en efficiënte bouwmethoden. De focus verschoof steeds meer naar bruikbaarheid en veiligheid. Bordessen werden niet langer alleen gezien als noodzakelijk kwaad of esthetisch element, maar als een integraal onderdeel van een doordacht vluchtrouteplan en ergonomische gebouwontwikkeling. Moderne wet- en regelgeving, zoals het Bouwbesluit – nu het Besluit bouwwerken leefomgeving – formaliseerde uiteindelijk de eisen rondom bordessen, door specificaties te stellen aan afmetingen, de maximale lengte van trapvluchten en de noodzaak van deze tussenplateaus, alles ten dienste van de veiligheid en toegankelijkheid van gebouwen.

Veelgestelde vragen

Een trapbordes is een horizontaal platform dat deel uitmaakt van een trap, meestal geplaatst tussen twee trappartijen of aan het begin of einde van een trap. Het dient als rustpunt of om van looprichting te veranderen.

Een bordes functioneert als onderbreking van een trap, wat kan dienen als rustpunt op langere trappen of als keerpunt bij trappen die van richting veranderen. Ze dragen ook bij aan de veiligheid en het comfort door een stabiel platform te bieden en de kans op vallen te verkleinen.

Voor nieuwbouw geldt dat een trapbordes dat aansluit op de bovenste trede van een voorgeschreven trap een minimale vloeroppervlakte moet hebben van 0,8 m x 0,8 m, aansluitend over de volle breedte van de trap. Een tussenbordes is verplicht als een enkele trap een hoogteverschil van meer dan 4 meter overbrugt.
Link gekopieerd!

Meer over bouwkundige onderdelen en toebehoren

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwkundige onderdelen en toebehoren