IkbenBint.nl

Traplanding

Bouwtechnieken en Methodieken T

Definitie

Een horizontaal platform binnen een trapconstructie dat functioneert als rustpunt, overgang tussen twee traparmen of als begin- en eindpunt van de trap.

Omschrijving

De traplanding is de ruggengraat van een veilige verticale verkeersruimte. In de praktijk spreken we vaak over een bordes. Het onderbreekt de klim. Zonder landing zou een val op een lange trap rampzalig eindigen; de landing breekt de valhoogte. Volgens het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) zijn de afmetingen strikt vastgelegd om een veilige doorgang te garanderen, waarbij voor nieuwbouw vaak een minimum van 0,8 m x 0,8 m wordt gehanteerd. De landing moet minimaal net zo breed zijn als de trap zelf. Bij een keerbordes draait de trap 180 graden, een slimme methode om meters te maken op een klein vloeroppervlak. In utiliteitsgebouwen met intensief gebruik zijn deze platformen cruciaal voor de doorstroming. Geen obstakels. Geen versmallingen. Alleen een vlakke, stabiele vloer die de krachten van de trapboom overbrengt op de hoofddraagconstructie van het gebouw.

Uitvoering en constructieve integratie

De constructie van een traplanding start bij de verankering in de hoofddraagstructuur van het gebouw. Bij in het werk gestorte betonconstructies vormt de landing vaak een monolithisch geheel met de wanden of vloervelden, waarbij de wapening doorloopt voor een optimale krachtsoverdracht. Prefabricage is echter gangbaar. Hierbij wordt het bordes als los element op consoles of in uitsparingen van de schachtwanden geplaatst. De toleranties zijn klein. Een millimeter verschil beïnvloedt direct de aansluiting van de opgaande traparm.

Houten traplandingen worden doorgaans opgebouwd uit een horizontaal balkraam. Dit regelwerk, vaak uitgevoerd met raveelbalken, rust op de omliggende muren of op speciaal geplaatste trapstijlen. De trapbomen van de onderste arm eindigen tegen de voorzijde van dit raamwerk, terwijl de bomen van de volgende arm bovenop de constructie rusten. Verbindingen gebeuren met zware houtfretten of bouten. In de staalbouw ziet men vaak gelaste of geboute kokerprofielen. Een staalplaat of roostervloer dekt het frame af. De stijfheid van de landing is bepalend; trillingen in de trap worden hier geabsorbeerd of juist doorgegeven aan de rest van de constructie. Bij de afwerking wordt rekening gehouden met de dikte van de uiteindelijke vloerbedekking of dekvloer, zodat de overgang tussen de laatste traptrede en het platform naadloos en zonder hoogteverschil verloopt.

Typologie en functionele varianten

Vormen van richtingsverandering

In de praktijk maken we onderscheid op basis van de positie en de rotatie die de trap maakt. Het tussenbordes is wellicht de meest pure vorm; een rustpunt halverwege een lange, rechte trap zonder dat de richting verandert. Vaak verplicht bij een overbrugging van meer dan vier meter verticaal. Een kwartbordes is compacter. Hier maakt de gebruiker een draai van 90 graden. Het platform vervangt de schuine treden van een kwarttrap. Dit verhoogt de veiligheid aanzienlijk. De looplijn blijft immers overal even diep. Bij een keerbordes — ook wel 180-graden-bordes genoemd — draait de trap volledig om. Twee traparmen lopen parallel naast elkaar omhoog. Ideaal voor compacte trappenhuizen.

Niet elke vlakke vloer bij een trap is een landing. Het onderscheid met de overloop is cruciaal. De overloop is de verkeersruimte op een verdieping waar de trap op uitkomt. De landing daarentegen hangt vaak vrij in een vide of fungeert puur als constructief koppelstuk tussen twee vluchten. Men spreekt ook wel van een bordestrappenhuis wanneer de bordessen de hoofdvorm van de verticale ontsluiting bepalen. Soms zie je een 'podiumlanding' bij de start van een trap. Extra breed. Een architectonisch statement. Maar technisch gezien blijft het een beginlanding.

Verschil met de spiltrap

Bij een spiltrap of wenteltrap ontbreekt een landing vaak volledig. Daar worden de treden verdreven. De landing is hier vaak alleen het eindpunt op de verdiepingsvloer. In de utiliteitsbouw zien we vaak roostervloer-landingen. Industrieel. Open van structuur. Dit voorkomt ophoping van vuil of water bij buitentrappen. De term bordes blijft in de bouw de meest gangbare vakterm, terwijl traplanding vaker in een theoretische of consumentgerichte context opduikt.

Praktijksituaties en toepassingen

Stel je een verhuizing voor in een appartementencomplex zonder lift. De bank moet naar de vierde. Halverwege elke verdieping biedt het keerbordes de nodige ademruimte. Hier kantelen de verhuizers het zware meubelstuk moeiteloos. Zonder dit vlakke platform zou de draai in het trappenhuis simpelweg onmogelijk zijn. Het is de plek waar spierkracht even pauzeert.

In een monumentaal pand vormt het kwartbordes vaak een esthetisch rustpunt. Geen taps toelopende, verraderlijke treden in de hoek, maar een solide eikenhouten vlak. Je loopt recht de hoek in, draait negentig graden en vervolgt je weg. Veiligheid verpakt in architectonische klasse. Vaak is dit ook de plek waar een groot raam in de gevel is geplaatst; het bordes fungeert dan als uitkijkpunt over de tuin.

Buiten, tegen de achtergevel van een kantoorpand, zie je de industriële variant. Een verzinkt stalen roosterbordes. Regenwater klettert door de mazen heen, waardoor er geen gladde plassen ontstaan bij de nooduitgang. Tijdens een brandoefening is dit de verzamelplek tussen twee traparmen. Stabiel. Gripvast. Cruciaal voor een snelle evacuatie van grote groepen mensen.

Een basisschool met brede trappen. De trap wordt onderbroken door een extra diepe landing. Hier wordt het bordes meer dan alleen een verkeersruimte. Kinderen zitten er even te lezen op de brede treden die aansluiten op het platform. Het is een informele ontmoetingsplek geworden, ingeklemd tussen twee verdiepingen.

Juridische kaders en normstelling

De landing is juridisch terrein. Waar de vormvrijheid van een architect eindigt, begint de dwingende taal van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Geen vrije interpretatie mogelijk. Een trap is pas veilig als de landing de interactie met de rest van de ruimte feilloos afhandelt. Cruciaal hierbij is de interactie met beweegbare delen. Een deur die opent naar de landing mag de doorstroming nooit volledig blokkeren; er moet een wettelijk vastgestelde restbreedte overblijven die de vluchtcapaciteit niet in gevaar brengt.

NEN 3509 fungeert als de technische vertaling van deze wetgeving. Deze norm geeft specifieke rekenregels voor de vrije doorgang. Denk aan de doorloophoogte: over het gehele oppervlak van de landing moet een vrije ruimte van minimaal 2,3 meter gegarandeerd zijn. Geen uitzonderingen voor verlaagde plafonds of balken. Zelfs de continuïteit van de handleuning op het bordes is aan regels gebonden om de veiligheid voor minder mobiele gebruikers te waarborgen.

Brandveiligheid scherpt de eisen verder aan. In situaties waar de trap deel uitmaakt van een beschermde vluchtweg, moet de landing voldoen aan strikte criteria voor brandwerendheid en rookdichtheid. De hoofddraagconstructie van het platform moet zijn integriteit behouden onder extreme hitte, vaak getoetst aan de Europese classificatienormen (Eurocodes). In de utiliteitsbouw betekent dit vaak een verplichte keuze voor onbrandbare materialen zoals beton of staal, waarbij de aansluitingen op de wanden koudebruggen en rooklekken moeten voorkomen.

Van statussymbool naar veiligheidseis

De spiltrap heerste lang. In die benauwde, verticale kokers van middeleeuwse vestingen was geen ruimte voor pauze; je klom of je viel. De introductie van de traplanding markeerde een fundamentele verschuiving van pure noodzaak naar architectonische beheersing. Tijdens de Italiaanse renaissance werd het bordes plotseling een podium. Men wilde niet langer uitgeput bovenkomen. Statigheid vereiste een moment van stilstand. De trap werd theater. In de 17e en 18e eeuw evolueerde het bordes in de Nederlandse grachtenpanden tot een complexe houtconstructie waarbij de krachtoverdracht van de trapbomen steeds verfijnder werd aangepakt.

Toen kwam de industriële revolutie. Grotere steden en hogere woonblokken maakten brandveiligheid een urgent probleem. In de 19e eeuw bleken lange, ononderbroken trappen dodelijke vallen bij brand of paniek in overvolle huurkazernes. De vroege bouwverordeningen grepen in. Ze eisten rustpunten. Het bordes werd een technisch voorschrift om de valhoogte te beperken en de evacuatie te stroomlijnen. Hout maakte plaats voor gietijzer en later voor het alomtegenwoordige gewapend beton van de moderne tijd. De landing is zo getransformeerd van een adellijk privilege tot een essentieel, wettelijk verankerd veiligheidsinstrument.

Meer over bouwtechnieken en methodieken

Ontdek meer termen en definities gerelateerd aan bouwtechnieken en methodieken